Het zomerfestival Midis-Minimes is ongeveer halfweg, en voor de strijkkwartetliefhebbers breken er hoogdagen aan. Een week lang kan u in het Brusselse conservatorium genieten van het mooiste dat het repertoire te bieden heeft. Samen met Guillaume Lekeu en Camille Saint-Saëns beet het Franse Quatuor Girard vandaag de spits af. 

Voor het jonge viertal is samenspelen een familieonderonsje. Een naam voor het ensemble was door de twee broers en zussen dus snel gekozen. Het kwartet studeerde in Parijs en Genève en is tevens alumnus van de European Chamber Music Academy. Sinds september 2016 is het Quatuor Girard in België neergestreken. Als artist in residence aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth vervolmaakt het zich onder de hoede van het Artemis Quartet. En dat opent natuurlijk deuren. Zo was het gezelschap de voorbije maanden ook op de Brusselse Middagconcerten te horen (21 maart 2018) – toen nota bene ook met het eerste strijkkwartet van Saint-Saëns op het programma – en stond het twee keer op het podium tijdens de tweede editie van het MuCH Waterloo Festival (6-10 juni 2018).

Maar openen deed het Quatuor Girard deze middag met een opmerkelijk Molto adagio van de hand van de vroeggestorven Guillaume Lekeu. Voor deze uitgesponnen beweging, geschreven in oktober 1887 en een proeve voor het zesdelige strijkkwartet dat hij als achttienjarige enkele maanden later voltooide, inspireerde de Belgische componist zich op een vers uit het evangelie volgens Mattheüs: “Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe”, zo sprak Jezus in de Hof van Olijven kort voordat Hij verraden zou worden. Zij die dachten dat deze week van het strijkkwartet op een feestelijke manier van start zou gaan, kwamen dus bedrogen uit. In de plaats kreeg het publiek een even aangrijpende als sombere lamentatie. Sempre cantate e doloroso voegde Lekeu nog aan de titel van zijn stuk toe, en drukte daarmee elk sprankeltje hoop bij voorbaat de kop in. Gelukkig liet de uitvoering wel een positieve indruk na. Er werd een prima uitgebalanceerd ensemblespel gepresenteerd: expressief, kundig getimed en met een intensiteit als eb en vloed. Een pluim ook voor de zuivere intonatie, niet in het minst bij de primarius, waardoor de muziek eens zo indringend overkwam. Deze eenakter heeft een ziel. Het Quatuor Girard legde hem op een serene doch vastberaden wijze bloot.

Initiële vorm

Ondanks zijn behoorlijk uitgebreide kamermuziekoeuvre kwam Camille Saint-Saëns pas op latere leeftijd aan het strijkkwartet toe. De man schurkte al tegen de pensioenleeftijd aan wanneer in 1899 zijn eerste werk in het genre het licht zag. Maar toondichter ben je natuurlijk voor het leven. En een carrière zonder één enkel strijkkwartet op het actief is voor elke zichzelf respecterende componist ondenkbaar. Le quatuor estla forme la plus pure de la musique instrumentale, la forme initiale, la source d’Hippocrène”, zo tekende Jean Bonnerot, secretaris en biograaf van Saint-Saëns op uit diens mond (C. Saint-Saëns (1835-1921): sa vie et son œuvre, p. 172). Uiteindelijk zou Saint-Saëns zich ook nog een tweede keer aan die bron laven, maar hij kleurde daarbij steeds keurig binnen de lijntjes van de traditie. Zou dat de reden zijn waarom beide werken tot op vandaag in de schaduw staan van het nieuwe geluid dat Debussy en Ravel met hun kwartetten wisten te produceren? Wie naar het eerste deel (Allegro. Più allegro) en het daaropvolgende scherzo (Molto allegro quasi presto) van Saint-Saëns’ eersteling luistert, zal inderdaad Mendelssohns parfum ontwaren. Het Molto adagio, een beklijvende hartenkreet, doet dan weer sterk aan Beethoven denken. De finale (Allegro non troppo) laat daarentegen een minder memorabele indruk na, en het Quatuor Girard toonde zich tijdens dit concert helaas niet bij machte om dit waardeoordeel bij te stellen. Maar in wat voorafging, trok het muzikale verwantschap wel flink zijn streng. Van bij aanvang was het inlevingsvermogen duidelijk hoorbaar, getuige het felle contrast tussen de ietwat dromerige inleiding en het bijwijlen bijzonder assertieve gestrijk dat volgde. Het attractieve scherzo klonk snedig, met een fugatisch middendeel dat uitblonk in transparantie. En de trage beweging werd met een heldere articulatie en zeer veel gevoel gefraseerd. Genoeg lekkers dus om met een opgetogen gevoel huiswaarts te keren.


  • WAT: Guillaume Lekeu (1870-1894), Molto adagio sempre cantate e doloroso (V.52) || Camille Saint-Saëns (1835-1921), Strijkkwartet nr. 1 in e (opus 112)
  • WIE: Quatuor Girard [Hugues & Agathe Girard (viool), Odon Girard (altviool), Lucie Girard (cello)]
  • WAAR: Koninklijk Conservatorium, Brussel (i.k.v. het festival Midis-Minimes)
  • WANNEER: maandag 30 juli 2018
  • FOTO: © Yannick Coupannec