Auteur Bernard Cornelis

Zowat elk jaar is Cecilia Bartoli, dé diva van het ogenblik, te gast voor een recital in het Paleis voor Schone Kunsten. Het is ook telkens een stormloop van het publiek om kaarten te bemachtigen. Niet zo voor de recensent. Die krijgt – gelukkig – zijn (haar) persplaats.

Van bij het begin waande ik me in een andere wereld. Getooid in een wit gewaad wierp Cecilia Bartoli onmiddellijk haar sliert af. De toon was gezet. Met een verbluffende intensiteit nam het ensemble van I Barocchisti geleid door haar oprichter Diego Fasolis het publiek op sleeptouw. Wat een lichtheid, speelsheid, zuiverheid, intimiteit en variatie in ritme; flitsend als een trein en tegelijkertijd krachtig. Oneindig veel superlatieven kom ik tekort… Het was net een veertje dat langzamerhand in de Henry Le Boeufzaal nederdaalde. Ik zag letterlijk de vogeltjes voorbij fladderen… Hemels was het: een waarachtig, muzikaal spektakel dat me haast de adem benam.

Terwijl dirigent Diego Fasolis – een man die zich met zijn ensemble I Barocchisti aan het barokrepertoire op historisch instrumentarium wijdt – mij in den beginne een afstandelijke indruk gaf, vergrootte zienderogen zijn spelplezier. Zijn engagement ten aanzien van het orkest en de soliste leek me heel erg groot. De interactie met Cecilia Bartoli was ontroerend. Fasolis was deel van het spel en versmolt met haar.

La Bartoli…

Deze dame hoeft eigenlijk niet meer voorgesteld te worden. Sinds haar St-Petersburg project is het Russisch repertoire geen onbekende meer voor haar. Cecilia Bartoli is één van de weinige mezzosopranen die tegelijkertijd een onnavolgbare stem heeft én daarbovenop tot grootse acteerprestaties in staat is. Ze besteeg dit keer het podium als een waarachtige tsarina en overweldigde de luisterende toeschouwers met haar présence en uitvoering van deze virtuoze, onbekende barokmuziek van Italiaanse en Duitse hofcomponisten uit het toenmalige Rusland. Deze Europese muziek heeft mee een stukje Russische geschiedenis bepaald en als inspiratie gediend voor latere Russische componisten.

Het wit gewaad van Bartoli in het eerste deel stond voor puur licht, vrij van spanning, onschuld, smet, vreugde, feest, blijdschap, tederheid en liefde. Het turquoise in het tweede deel symboliseerde een verlangen naar toekomstige veranderingen, bevrijding en de wens naar diepe fantasieën. Eenzelfde contrast werd ook in de muziek vertolkt: speels en licht in het eerste deel, onrustig en meer gecompliceerd in het tweede.

Het was aangenaam componisten te ontdekken waar ik tot nu toe het bestaan niet van af wist, zoals Hermann Raupach (1728-1778) bijvoorbeeld, waar Mozart schatplichtig aan is, of Francesco Araia (1709-ca. 1770), wiens eerste operaproductie in Rusland zijn première zou gekend hebben. De uitvoering van de werken kwam tot stand met medewerking van het muziekarchief van het Mariinsky theater in Sint-Petersburg.

Als nieuw recensent voor Klassiek Centraal is het een eer dat ik dit concert mocht bijwonen en recenseren. Het zal nog lang in mijn geheugen gegrift staan. Het gevoel van overweldigende schoonheid had ook het publiek stevig in zijn greep: onophoudelijk applaus bewoog de musici ertoe om het publiek te vergenoegen met talrijke bisnummers.