De tweede avond van deze finale was vrij bijzonder in die zin dat alles zo onvoorspelbaar werd als het voorspelbaar kan zijn. Wat staat vast? Er waren twee goede prestaties, één bijzondere prestatie en spijtig genoeg ook één slechtere.

De aria van de Koningin van de Nacht van Mozart: is dat wel verstandig om mee uit te pakken en de avond mee te openen? Is dat niet iets te pretentieus? Spijtig genoeg bleek van wel. De Spaanse sopraan Rocio Perez (1990) heeft  het hierbij grondig verknald. Ok, ze haalde best hoge noten zonder moeite, maar vaak slordig en schraal klinkend. Tijdens haar stuk Bellini maakte ze een inhaalbeweging, maar helaas. Ook hier was het kwaad reeds geschied. Tijdens va la jeune Hindoue uit Lakmé van Léo Delibes moest men hard gaan zoeken om hieruit Frans op te maken. Haar Duitse uitspraak viel trouwens ook nogal tegen. Neen, veel kunstjes willen doen en over de trapeze strompelen.

De uit Frankrijk afkomstige mezzo-sopraan Eva Zaïcik daarentegen had een bijzonder warme stem. Vooral haar uitvoeringen van Purcell – Dido’s klaagzang – en Erbarme dich uit de Mattheüspassie van Johann Sebastian Bach waren ontroerend en correct gezongen. Barok is haar ding. Toch miste er iets. Het orkest volgde niet lijdzaam genoeg, wat bijzonder spijtig is voor deze kandidate. Ook haar uitvoeringen van Bizet en Mussorgsky waren netjes gezongen, mooi gearticuleerd. Sereniteit troef bij deze finaliste. Ze kan wel eens best bij de eerste zes eindigen, maar veel zal daarbij afhangen van de prestaties morgen. Vier finalisten per dag, waaronder er vier op de laatste avond zingen: dat kan de rangschikking behoorlijk overhoop halen.

De revelatie van de avond, of misschien zelfs van de hele finale tot hiertoe, was de française Héloïse Mas (1988). Haar stem komt van zeer diep, en ontpopt zich stevig boven het orkest met een groot lyrisch naturel. De emoties liggen er mooi genuanceerd diepgaand in. Geen enkele uitschuiver, puur zuiver en belevend. Wie gisteren de Koreaanse sopraan nog als potentiële winnaar zag, mag zijn pronostiek definitief veranderen. Héloïse Mas belandt met grote zekerheid in de top drie. Er is perfecte techniek aanwezig en daarbovenop nog eens een perfecte inleving. Haar keuze voor Wagner, Bizet, Donizetti en Gounod waren perfect bij mekaar en bij haar passend.

De Amerikaanse bariton Alex DeSocio (1987) koos net als de Spaanse kandidate een stukje uit Mozarts toverfluit, maar met het verschil dat hij het er wél goed vanaf bracht. DeSocio zingt met een grote vanzelfsprekendheid en werd tijdens de halve finales wel eens als potentiële winnaar bestempeld. Hij bracht trouwens ook een mooie Rossini, Tchaikovsky en Donnizetti. Maar hij sprong er in al zijn perfectie – mooie articulatie en natuurlijk acteertalent – plots niet meer zo bovenuit. En op dat moment is het toch spijtig dat er geen plichtstuk zang meer is in deze wedstrijd. Er zijn enkele uitschieters positief en negatief, en daartussen een aantal gewoon goede kandidaten die aan mekaar gewaagd zijn. Wordt het dan gokwerk voor de jury, of wat wordt de prioriteit? Moeilijk hoor.

Alleszins, Héloïse Mas, onthouden die naam. U hoort hem morgen tijdens de proclamatie gauw weer!


  • WAT: Tweede finaleavond Koningin Elisabethwedstrijd voor zang 2018
  • WIE: Rocio Perez, Eva Zaïcik, Héloïse Mas, Alex DeSocio
  • WANNEER: vrijdag 11 mei 2018
  • WAAR: BOZAR, Brussel
  • FOTO: © RTBF