Op zaterdag 30 april vierde het knapenkoor In Dulci Jubilo zijn 85ste verjaardag met een feestelijk concert. Op het programma stond muziek van Henry Purcell en Wolfgang Amadeus Mozart. IDJ werd voor de gelegenheid bijgestaan door het Euterpe Baroque Consort onder leiding van Bart Rodyns.

Op zaterdag 30 april vierde het knapenkoor In Dulci Jubilo zijn 85ste verjaardag met een feestelijk concert. Op het programma stond muziek van Henry Purcell en Wolfgang Amadeus Mozart. IDJ werd voor de gelegenheid bijgestaan door het Euterpe Baroque Consort onder leiding van Bart Rodyns.

Een van de allerlaatste Vlaamse knapenkoren leeft meer dan ooit !

Vlak voor het concert in Sint-Niklaas werd de nieuwe naam voor het koor onthuld. In Dulci Jubilo heet voortaan Flanders Boys Choir. Maar waarom deze naamsverandering? Dirigent Dieter Van Handenhoven licht het toe. "In Dulci Jubilo begon 85 jaar geleden als het koor van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas. De laatste jaren is IDJ geëvolueerd van een schoolkoor naar een koor met een veel grotere weerklank, nationaal en internationaal."

"Vroeger telde Vlaanderen heel wat knapenkoren. In vrijwel elk college – waar toen enkel jongens les konden volgen – was er wel eentje. Met de invoering van het gemengde onderwijs sneuvelden de Vlaamse knapenkoren een voor een. Nu blijven er nog maar een paar over. Ook de term “knaap”, en dus ook “knapenkoor”, is stilaan aan het verdwijnen. Het komt verouderd over. In Nederland spreken ze daarom al langer van jongenskoren."

"Een laatste argument om op zoek te gaan naar een nieuwe naam was de moeilijke uitspraak en schrijfwijze van de oude naam. In Dulci Jubilo mag dan wel bekend in de oren klinken in de Vlaamse koorwereld, toch braken heel wat mensen hun tong over de naam of vonden we de naam van het koor verbasterd terug op affiches, programmaboekjes, websites,… Kortom: tijd voor vernieuwing."

"Flanders Boys Choir is duidelijk, lokaal én internationaal. Duidelijk, omdat je krijgt wat er op de doos staat: een koor met jongens uit Vlaanderen. Lokaal, omdat het koor altijd verankerd zal blijven in Vlaanderen en meer bepaald in Sint-Niklaas, dat de uitvalsbasis van het koor zal blijven en ook het startpunt is voor de rekrutering van nieuwe zangers. Ten slotte is de nieuwe naam ook internationaal, omdat hij automatisch tot de verbeelding spreekt in het buitenland. Dat is ook een van de ambities van het koor: de traditie van de Vlaamse knapenkoren over onze landsgrenzen uitdragen."

Het feestconcert

Genoeg gepalaverd over de nieuwe naam die alweer in het Engels moet zijn en afstand neemt van het mooie woord knaap omdat Vlaanderen helaas meestapt in de mode van de taalverarming. Laten we het nu hebben over het concert want een naam is één, wat er gepresteerd wordt, is twee.

Mozart en Purcell sierden de feestaffiche. De Missa Brevis in D van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) is een compositie van een amper de puberteit ontgroeide jonge kerel. Ze werd gezongen door knapen, jonge mannenstemmen en een jong blijvende dirigent en dito orkestleden. Kortom, het is muziek van, voor en door de Jeugd ! Mooi gezongen, intelligente inzet van het 'klein' koor wat extra kleur gaf. Enkele diepzinnige delen in deze Missa Brevis werden erg meelevend vertolkt. Je zag de zangers van klein tot groot deze muziek genieten.

Henry Purcell (1659-1695) stierf net als Mozart veel te jong. Beiden werden net of net niet 36 jaar. Ze lieten een schat na die je niet voor mogelijk houdt. Uit de schat van Purcell selecteerde dirigent Dieter Van Handenhoven drie delen uit de Birthday Ode For Queen Mary: het Come, ye Sons of Art gezongen door contratenor (alt) Hans De Strooper. Wat missen we aan deze stem een zanger voor de internationale podia ! De Strooper volgde les samen met onder meer Guy Demey maar hij koos voor een loopbaan, of mag ik zeggen vliegbaan, als piloot. Zingen zou hij blijven doen, maar dan voor de gelegenheid zodat hij zelf zou kunnen kiezen wat en hoe. Zijn stem is beheerst, romig, zeer toonvast zonder enige zweving met afgewogen vocalises die kiezen voor helderheid in plaats van voor bravoure en virtuositeit an sich. In Strike the Viol mochten we hem nog even horen. Daar werd gekozen om deze partij, normaal voor twee zangers, te herleiden tot één solist die in dialoog treedt met het orkest. Het Euterpe Baroque Consort was zoals we het gewend zijn (en er door verwend zijn) in zijn beste doen en bewees nog maar eens dat het meer dan rijp is om de wereld rond te reizen als ambassadeur van onze Vlaamse culturele échte elite die niet elitair doet.

In Purcells Ode on St-Cecilia's day hoorden we naast Hans De Strooper de jonge bas bariton Tom Van Bogaert. Een beloftevolle stem die ook de muziekmicrobe kreeg dankzij zijn vorming bij dit knapenkoor. Hoeveel beroemde en zelfs wereldvermaarde musici begonnen hun carrière niet als koorknaap?

Een reden te meer om de laatste knapenkoren ten volle te ondersteunen en aan te moedigen, is het het ontdekken van de muziek in zo een koor als lid ervan. Waarom dan nog zo weinig jongens die willen zingen? Alsof het truttig zou zijn als jongen in een koor klassieke muziek staat te zingen! Dat de Vlaamse kinderen maar eens naar Groot-Brittannië, Duitsland, Tsjechië, Polen, Rusland, Frankrijk enz. gaan. Daar zijn er nog duizenden en duizenden jongens die in klassieke knapenkoren zingen, daar heus niet beschaamd over zijn, maar in tegendeel op handen worden gedragen. Bij een koor zingen is in die landen voor jongens een grote eer. Tijd dus dat arm Vlaanderen modern wordt op dat vlak en de eeuwen trotserende mode van jongenskoren terug leven inblaast. Het Flanders Boys Choir neemt hier bewust de leiding in handen en we wensen hen ontzettend veel succes, hopend dat er opnieuw knapenkoren opgericht worden.