Al is de programmatie absoluut atypisch voor het seizoen, het Klarafestival kon een festival met als thema “Knockin’ on Heaven’s door” nauwelijks beter inzetten dan met Bachs passiemuziek. 

Al is de programmatie absoluut atypisch voor het seizoen, het Klarafestival kon een festival met als thema “Knockin’ on Heaven’s door” nauwelijks beter inzetten dan met Bachs passiemuziek. Het lijdensverhaal van Christus is niet alleen een religieus maar ook een ethisch appel aan gerechtigheid en vooral een aanklacht tegen gefnuikte gerechtigheid door machtswellust en bedrog. De uitvoering die we van René Jacobs en zijn muzikale partners kregen greep bij momenten zo sterk aan dat je het verhaal bijna kon ervaren als een ondraaglijk actueel gebeuren. Een gebeuren waarbij je had willen ingrijpen en op het einde – machteloos – inderdaad niet anders kon dan wat het slotkoor zingt: “Wir setzen uns mit Tränen nieder”.

Misschien zegt deze bedenking niet zoveel over de muzikale uitvoering, of misschien juist wel, want uiteindelijk gaan we naar muziek luisteren – en zeker naar dit soort meesterwerken – om geraakt te worden en daarin is deze uitvoering van Matthäus-Passion zeker geslaagd. Er is in de pers al heel wat geschreven over de aparte aanpak die Jacobs van het werk zou geven en wat orkestrale aanpak betreft is die meer dan honderd procent geslaagd. Zijn manier om het orkest niet voortdurend als een totaliteit te laten werken, maar op te delen in twee ensembles die dan telkens specifiek een aria of solist ondersteunden bracht een intensiteit teweeg die het werk extra zeggingskracht geeft. De intrinsieke kwaliteit van de orkestleden heeft daar natuurlijk ook veel mee te maken en de uitvoering heeft nog maar eens duidelijk gemaakt wat een uitzonderlijke muzikanten de Akademie für Alte Musik Berlin heeft. Bijzonder opvallend daarin waren de partijen voor fluit, hobo en cello. Zo zorgde bij voorbeeld celliste Antje Geusen met haar zinderende celloklank voor enkele regelrechte kippenvelmomenten. Het Riaskoor heeft zijn reputatie eer aangedaan en de koralen waren voor mij in samenspel met het orkest eigenlijk de hoogtepunten van de avond. Ze musiceerden met een van binnenuit vanzelfsprekende samenhang waardoor ook weer die èchtheid ontstond die muziek tot een absoluut “onroutineuze” beleving maakt. Dat Jacobs hen daarbij gidst in een tempo dat, afgezien van de bedenking of de passie nu opera-achtig is of niet, drama teweegbrengt was meer dan eens te horen. We kregen dan ook een mooie illustratie van zijn bewering: “Ook een passie is muziekdrama”. (Staalkaart nr 16, interview Rudy Tambuyser)

We zijn het gewoon dat Jacobs zijn solisten nauwgezet kiest en vaak met dezelfde mensen werkt. Dat was hier ook het geval. Daar knelt het schoentje van de uitvoering. We hoorden stuk voor stuk knappe stemmen en puur vocaal is er nauwelijks iets op aan te merken. Bernarda Fink zong zoals steeds met warme vloeiende mezzo en ze kon zeker ontroeren maar ze kroop niet in je huid zoals contratenor Andreas Scholl of de alt Kathleen Ferrier. De evangelist (Werner Güra) had verteltalent en een duidelijke dictie maar kan Prégardien niet wegvegen. Ook bij Sunhae Im, hoe mooi en zuiver haar lichte sopraanstem ook klinkt, is er een “maar”: ze brengt niet de ingetogen sfeer die de Matthäuspassie verlangt, al wil ik in haar voordeel inbrengen dat ikzelf haar misschien te veel associeer met frivolere Mozartpartijen waarin ik haar eerder hoorde. Bariton Johannes Weisser overtuigde als Christus en ook tenor Topi Lehtipuu en bas Konstantin Wolff waren goede vertolkingen.

Het Klarafestival kan alvast tevreden zijn met een geslaagde start en wie aanwezig was kijkt beslist uit naar de opname van de Matthäuspassion die Harmonia Mundi binnenkort uitbrengt met René Jacobs en de Akademie für alte Musik, het RIASkoor en een uitgebreidere solistenbezetting.