Het leven van een recensent zit vol – al of niet aangename – verrassingen. Het optreden van Mitsuko Uchida is afgelast om gezondheidsredenen. Ze wordt vervangen door Kit Armstrong. Geen familie van de gelijknamige wielrenner… maar een jonge snaak, geboren in Californië in 1992, van in zijn prille jeugd boordevol talent. 

Het leven van een recensent zit vol – al of niet aangename – verrassingen. Het optreden van Mitsuko Uchida is afgelast om gezondheidsredenen. Ze wordt vervangen door Kit Armstrong. Geen familie van de gelijknamige wielrenner… maar een jonge snaak, geboren in Californië in 1992, van in zijn prille jeugd boordevol talent.

Je bent niet toevallig de poulain van Alfred Brendel, die intussen niet meer optreedt. Hij kreeg bovendien de ‘zegen’ van mevrouw Uchida om haar te vervangen op haar tournee in januari dit jaar. Een fameus compliment.

Deze voor ons nog volslagen onbekende pianist – die nochtans reeds menig groot orkest en dito dirigent weet te bekoren – treedt aan met J.S. Bach, A. Schoenberg, W.A. Mozart en F. Schubert. Een flinke boterham als u het ons vraagt.

Het begin van het recital, uittreksels uit Das Wohltemperierte Klavier met de overbekende Prelude & Fuga in C BWV 846, is behoorlijk briljant. Zeer snel, omdat hij dat kan, maar ook zeer stil… waardoor het publiek tot aandachtig luisteren gedwongen wordt en men eraan herinnerd wordt dat dit (hoewel door Bach niet expliciet aangegeven voor welk klavier) sowieso niet voor een moderne vleugel geschreven werd. Knap, zoals slechts weinigen het écht kunnen. Maar naarmate de ‘reis’ vordert, wordt de grond waardoor Armstrong zich met zichtbare en hoorbare moeite ploegt, steeds zwaarder.

De 6 Kleine Klavierstücke van Arnold Schoenberg (1874-1951) is meer de biotoop van deze jonge man. Maar het is (te) snel voorbij, nog eer hij deze goede indruk tot het publiek laat doordringen.

De tweede portie Bach, acht Koraalpreludes met oh zo poëtische en godsvruchtige titels als ‘Der Tag der ist so freudenreich’ of ‘Von Himmel hoch, da komm ich her’… begint op de duur te vervelen en brengt weinig Freude. De noten zijn er wel – het zou er nog aan ontbreken – maar Armstrong springt te kwistig om met de pedaal. Ok, dit doet de piano zingen maar bij Bach moet je de rechterpedaal als het ware mondjesmaat gebruiken. Met fluwelen voet, zo u wil.

Tweede deel dan maar. W.A. Mozart (1756-1791) schreef twee werkjes voor mechanisch orgel, ook wel Flötenuhr genoemd. In de achttiende eeuw waren die dingen populair, vooral bij Duitse adel en rijke kooplieden. We horen een van die werkjes vanavond op een moderne Steinway. Dat Mozart zich bij het componeren heeft verveeld (hij schrijft dit ook in een brief aan Constanze) is er naar onze mening aan te horen. Er zit behoorlijk wat fuga en contrapunt in – Mozart zou Mozart niet zijn – maar om met zijn virtuositeit te kunnen uitpakken (zijn goed recht) vliegt Armstrong erdoor als een bolide op een racecircuit. Het publiek lust er pap van, want onthaalt deze bravoure op een daverend applaus…

Varietas delectat: dan maar de Sonate nr. 21 in c, D 958 van Franz Schubert (1797-1828). Armstrong begint er aan alsof het Liszt was. Hij corrigeert nog wat ‘en route’ maar we krijgen voortdurend de indruk dat we een eeuw verder in de geschiedenis bezig zijn. Plichtsgetrouw zijn ook hier al de noten te horen, maar dit is geen Schubert.

Een aangename kennismaking, dat wel, maar op veel plaatsen is de ‘poupée méchanique’ uit zijn jeugd (zie You Tube) nog aanwezig. Brendel heeft nog werk aan de winkel. Ondanks wereldwijde waardering voor zijn ongetwijfeld ‘aangeboren’ talent, is dit voorlopig nog niet dé toetsentovenaar waarvoor men speciaal een ommetje moet maken. Vandaag toch nog niet.