In de warmste periode van de maand juni was het heerlijk toeven in de koele ruimte van de ranke Antwerpse kathedraal, waar na twee jaar en een half ook het grote Schyvenorgel terug in alle heerlijkheid kon klinken.

Naar jaarlijkse gewoonte had de Provincie Antwerpen de nu als herdoopte ‘Antwerp Symphony Orchestra’ ingezet om in samenspraak met de koning van de instrumenten een feestelijk concert te geven, waarbij Peter Van de Velde als kathedraalorganist zich ten volle kon inzetten als solist bij de creatie van het orgelconcerto van Robert Groslot en de majestueuze orgelsymfonie van Camille Saint-Saëns(1835-1921). Het orkest had men opgesteld onder de vleugels van het gerestaureerde Schyvenorgel, dat rond de jaren 1890 zijn plaats is komen innemen in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen.

De derde symfonie, beter bekend als de orgelsymfonie van Camille Saint-Saëns, was het sluitstuk van dit kathedraalconcert. Een werk dat met een nog wat te grote bescheidenheid, maar accuraat werd geleid voor Karel Deseure,  en naar het einde toch zijn allure kreeg die het verdient. Voor Saint-Saëns was het zijn laatste symfonie die hij in opdracht van de ‘Londense Royal Philharmonic Society’ in 1885 schreef. Niet enkel voegde hij er een 4-handige pianopartij aan toe in plaats van de gebruikelijke harp(en), maar verruimde hij het klankvolume van het orkest ook met een orgel. Niettegenstaande de formele tweedeligheid van het werk is het een klassieke symfonie met de gebruikelijke vier delen. Hij droeg het op aan de nagedachtenis van Franz Liszt – een zekere reminiscentie met het ‘Dies Irae’ motief is vrij duidelijk, en in het intieme Adagio lijkt Saint-Saëns een voorbode van de typische Britse klankwereld, die Elgar later zal gebruiken in zijn Enigmavariaties of het middendeel van zijn bekende ‘Pomp and Circumstance’ mars.

Het orgelconcerto van Robert Groslot (1951) kreeg  de ondertitel ‘ The Orbit of Chiron’ mee.
Hiermee maakt hij een link naar de dwergplaneet Chiron, die pas in 1977 ontdekt werd, en die haar plaats inneemt ergens tussen Saturnus en Uranus. De componist heeft gekozen om geen klassiek concerto te schrijven in drie delen, maar opteerde voor de hem geliefde ééndeligheid. Ook de klassieke tegenstelling solist versus orkest werd op de helling gezet om eerder te streven naar samenwerking, samensmelting van kleuren, en diepgaande osmose tussen de grote componenten van een compositie. Dit bereikt hij met een voortdurend zoeken naar afwisseling tussen orgel en orkest, rustige en bedachtzame dialogen en het vermijden van al te gemakkelijke effecten. Het geeft soms wat troosteloze en vereenzaamde passages zoals de dialoog tussen hoorn en trompet, die naar de klankwereld neigt die we herkennen  van ‘The Unanswered Question’ van Charles Ives (1874-1954).  Na de cadenza volgt een toccata passage zonder dat deze exuberante allures krijgt.  Zowel het orgel als het orkest worden grotendeels behandeld als een groot klankvat waaruit fijnzinnige kamermuziek  onttrokken kan worden. Opvallend zijn de toonladderfiguren die een verbindende rol spelen en de wiegende quasi walspassage die weggelopen lijkt uit ‘ La Valse ‘ van Ravel en klinkt als  ingehouden emotie met een bijna sacrale afstandelijkheid.

Voorzeker een boeiend werk met een bedachtzame spontaneïteit als ondertoon. Samen met Peter Van de Velde en Karel Deseure mocht Robert Groslot een warm applaus ontvangen van een geboeid publiek.


  • WAT: Inhuldigingsconcert gerestaureerd orgel Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, werken van Camille Saint-Saëns en Robert Groslot
  • WIE: Peter Van de Velde, orgel – Antwerp Symphonic Orchestra (deFilharmonie), dirigent Karel Deseure
  • WAAR & WANNEER: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Antwerpen, vrijdag 23 juni 2017