De Henry Le Boeufzaal  omgetoverd tot een ruimte waarin de magie van de verbeelding het bevattingsvermogen overstijgt. Geef toe, zoiets maakt u niet elke dag mee. Woensdagavond wel. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde en Yannick Nézet-Séguin dirigeerde. En hoe!

De Henry Le Boeufzaal  omgetoverd tot een ruimte waarin de magie van de verbeelding het bevattingsvermogen overstijgt. Geef toe, zoiets maakt u niet elke dag mee. Woensdagavond wel. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde en Yannick Nézet-Séguin dirigeerde. En hoe!

Een  programma om ‘u’ tegen te zeggen, een heus toporkest en een dirigent met een gedrevenheid, grenzend aan bezetenheid. Dit is in een notendop wat we woensdagavond mochten meemaken. Elkeen weet wat er aan analytisch inzicht en technische vaardigheid vereist wordt om op eenzelfde concert, La Valse (Maurice Ravel), La Mer (Claude Debussy) en Le Sacre du Printemps (Igor Stravinsky) te spelen, zowel voor het orkest als voor de dirigent. Na het wachten op complete stilte was het zo ver. Spanning verzekerd. Vanuit de diepste bassen begon het poème chorégraphique op te borrelen, te groeien. De bedwelming van de wals werd niet uitgesteld. De dirigent had er zin in. Opgesplitst in duidelijk van elkaar onderscheiden zinsneden en met alle aandacht voor het fragmentarisch detail, toverden orkest en dirigent ons de magisch bedwelmende roes van de wals. De al bij al eerder eenvoudige walsmelodieën en de ontelbare, hoogst geraffineerde  omspelingen en motieven, werden glashelder tot klinken gebracht. En dit in de tempel van de art nouveau! Krachtig  gespierd voerde de dirigent het orkest naar een overweldigende apotheose. Niet à la façon de Paul Paray, maar toch. Het publiek was al meteen onder de indruk. Begrijpelijk en terecht.

Raffinement

Een bijna gelijkaardige ervaring volgde bij de uitvoering van La Mer. Séguin wist  het raffinement van de orkestratiekunst te verklanken. La Mer dirigeren vergt immers nog meer concentratie dan La Valse dirigeren. Gezien mijn persoonlijke achtergrond mocht er iets meer ozon bij, maar dat is een te verwaarlozen detail. Beide werken op zo’n manier live mogen meemaken, compenseerde  ruimschoots de aanwezigheid van de natuurlijke biotoop die we zee noemen.

Virtuositeit, plastisch, heidens en barbaars

Hoewel ik Stravinsky’s Sacre al een paar keer live heb mogen meemaken, was ik perplex na de uitvoering van woensdagavond. Met een virtuositeit die u niet voor mogelijk houdt, een tempo die de lentevoorspellingen zelf nauwelijks  konden bijhouden en extra geaccentueerde effecten klonk de ogenschijnlijk lawaaierige chaos van de Tableaux de la Russie païenne  alsof de aarde onder onze fauteuils ging openbreken. Niet echt dansant maar des te meer als brutale, programmatische, beeldende orkestmuziek. Heel plastisch, heidens en barbaars. Na een iets minder geslaagde inzet van de introductie tot het tweede deel, Le Sacrifice, vervolgde de dirigent zijn weg naar de tweede apotheose. Niet echt Slavisch, maar toch zeer expressief en vooral uiterst accuraat, leidde Yannick het orkest doorheen het labyrint van onregelmatige accenten, maatwisselingen, opvallend persoonlijke legato fraseringen en een diversiteit aan timbrewisselingen, als een echte Scyth. Met bronstige hoorns pavillons en l’air, gesourdineerde trombones, gediviseerde celli, zwavel uitbrakende gongs en pauken als heksenketels, zocht de dirigent zich een weg om de juiste dynamiek te bereiken en de motieven akelig scherp van elkaar te profileren.

Minutenlange staande ovatie

De verbeten hardnekkigheid waarmee hij dirigeerde ging misschien een beetje ten koste van enige vlotte spontaneïteit maar de sonore coherentie die hij bereikte, belandde dan toch maar in die ene vreselijke eindnoot die orkest en dirigent neerploften als was het een monoliet uit het Stenen Tijdperk. Na de Danse Sacrale de l’Elue en een minuten lange staande ovatie, verlieten om en bij de tweeduizend mensen meer dan voldaan Bozar die alweer was omgetoverd tot een sprookjeskasteel. Met dank aan de directie, het orkest en de dirigent, merci aan Maurice en Claude en спасибо Igor. Om nooit nog te vergeten.