Gouden Label Een recital met Ian Bostridge is nooit een vrijblijvende gebeurtenis, zelfs niet als hij een “traditioneel” programma kiest met bij voorbeeld liederen van de grote romantici. In Brussel was dat deze week niet het geval, wat de belevenis nog boeiender beloofde te maken en die belofte werd meer dan waar gemaakt. 

Gouden Label Een recital met Ian Bostridge is nooit een vrijblijvende gebeurtenis, zelfs niet als hij een “traditioneel” programma kiest met bij voorbeeld liederen van de grote romantici. In Brussel was dat deze week niet het geval, wat de belevenis nog boeiender beloofde te maken en die belofte werd meer dan waar gemaakt.

Een zanger als Bostridge zoekt en spit het repertoire uit om een programma een samenhangende inhoud te geven en vooral een betekenis waar hij zelf diep in gelooft en waarvoor hij een beroep doet op de intelligente activiteit van de toehoorder. Een recital is bij hem niet zo maar een avondje gezellig musiceren, maar is de luisteraar bij het nekvel grijpen. Dat Bostridge een speciale belangstelling voor Benjamin Britten koestert, heeft hij al eerder met enkele knappe opnamen bewezen, (op EMI en Hyperion en er is er nog een op komst in dit Brittenjaar waarop Bostridge door Antonio Pappano zal worden begeleid).

Op het recital stond Britten centraal met zijn versie van Bachs “Geistliche Lieder”, Purcell’s The Queen Epicedium en een keuze uit de beklijvende tragische cyclus “Who are these children” op tekst van William Soutar. Purcell’s lamento voor de dood van Queen Mary II zong Bostridge op de Latijnse tekst, wat het bijtende karakter van de sacrale treurzang nog versterkte. Brittens wrange oorlogsliederen over pijn en dood kan waarschijnlijk niemand idealer vertolken dan Bostridge. De snijdend bittere klank die je ervoor nodig hebt, is een aspect van het karakter van de stem van Ian Bostridge. Ik durf haast zeggen dat het deel is van zijn persoonlijkheid als zanger, van zijn aantrekkingskracht en fascinatie. De al even wrange Whitman Songs die Weill op muziek zette, sloten er perfect bij aan en Bostridge zette zijn stem extreem wendbaar in bij de nabootsing van de “blow! bugles! blow!”

Zijn stemtechniek is fenomenaal zodat bij het diepe engagement dat hij inhoudelijk aangaat toch alle registers gaaf blijven, al speelde de felle emotionaliteit hem een paar keer even parten. Bijna een pluspunt in een recital als dit. De lichaamstaal van Bostridge gaf mee uiting aan de spanning en zijn grimassen in het gezicht beklemtoonden de tekstexpressie. Het openingslied, Purcells “Music for a while” in Tippetts pianoklank zette ons meteen ironisch op een spoor waarbij het maar de vraag was of de muziek onze zorgen even kon verschalken. Bostridge liet ons geen illusie koesteren, de “drop, drop, drop”, was eerder een hypnotische bezwering dan een vrijblijvende belofte van troost en vergetelheid. Het lied zette meteen de toon voor een recital waarin enkel Haydn even de teugels van de spanning vierde in zijn canzonetta’s maar waarin we bij al de rest de adem inhielden van ernst en doodsangst. Pianist Julius Drake (die we vorige week nog hoorden in de Singel bij Finley) zat hier helemaal op gelijke golflengte en ondersteunde de intense interpretatie en de ritmisch harde keuzen van Bostridge.

Een recital waar eigenlijk geen bisnummer zou bij horen, maar Bostridge liet het luide applaus niet onbeantwoord en vermits we toch al bij Weill beland waren, bleef hij in de toon met zijn ironische vertolking van de Moritat van “Bad Boy” Mackie Messer. Een geslaagde pointe voor zijn vocale veelzijdigheid en intelligentie. Ik stel me zeer de vraag of deze recitalervaring dit jaar nog overtroffen kan worden…Dus zeker GOUD.