De laatste dag van Midis-Minimes’ strijkkwartetweek werd er eentje om te koesteren. Kan het ook anders met één van de laatste magna opera van Beethoven op het programma? Maar er was meer. Zo gooide het genereuze Quatuor Tchalik er nog de ontroerende Quartettsatz achteraan. Schubert, die hadden we tijdens deze vijfdaagse inderdaad nog niet gehad …

Nochtans eindigde de week zoals ze begonnen was: in familieverband. De broers en zussen Tchalik, tussen 19 (!) en 29 jaar oud, horen thuis in het rijtje van Europa’s meest veelbelovende kwartetten. Sinds 2016 studeert het Frans-Russische ensemble bij Günter Pichler – gewezen primarius en tevens oprichter van het vermaarde Alban Berg Quartett – aan de Madrileense Escuela Superior de Música Reina Sofía. Eind vorig jaar nam het viertal een residentschap op bij ProQuartet, een promotie- en vormingsinstituut voor kamermuziek in Parijs waar ook ander aanstormend talent zoals het Quatuor Van Kuijk en Quatuor Arod onderdak is. Maar het eerste echte hoogtepunt in hun nog jonge carrière vond een half jaar geleden plaats, toen het Quatuor Tchalik zowel de eerste als de juryprijs in de wacht sleepte tijdens de dertiende editie van de Mozart Wettbewerb in Salzburg. Het wist daarbij een jury te overtuigen die voorgezeten werd door de aanvoerder van het Hagen Quartet, en verder ook nog uit onder andere Jonathan Brown (Cuarteto Casals) en Mark Steinberg (Brentano Quartet) bestond. Een gezelschap om in het oog, en zeker ook in het oor te houden dus.

Passende apotheose

Het Quatuor Tchalik zorgde met zijn keuze voor het eerste van Beethovens late strijkkwartetten voor een gepaste apotheose om een week als deze mee af te sluiten. Want dit is het summum van het genre. Uitdagender dan dit wordt het niet, noch voor de toehoorders, en al zeker niet voor de musici. Begin 1825 afgerond, riep het briljante opus 127 in de eerste jaren na de creatie gemengde gevoelens op. In een recensie opgenomen in de allereerste jaargang (1827/1828) van de Allgemeine Musikzeitung wordt duidelijk gemaakt dat niet iedereen even warmliep voor deze toekomstmuziek: “Die Urtheile über die letzten Werke dieses Meisters sind überhaupt sehr verschieden, ja nicht selden sich selbst wiedersprechend. Die Einen sage, man könne nichts Schöneres un Herrlicheres finden, als namentlich dieses hier genannte Quartett […]; die Anderen hingegen sagen: Nein, es ist hier Alles undeutlich, Alles Wirrwarr; […] So Etwas darf man den Unkundigen nicht vorlegen, sie wissen ja nicht, was sie daraus machen sollen.” Het Quatuor Tchalik wist gelukkig duidelijk wel van welk hout pijlen te maken. Doorheen het eerste deel (Maestoso – Allegro) werd met enkele stevige sforzando’s tot driemaal toe een urgent statement gemaakt. Tussendoor vertederden de jongelui het publiek met fraai gearticuleerde lyriek en abondante feestelijkheid. Ook in de daaropvolgende variatiereeks, volgens componist Vincent d’Indy “une des pages les plus représentatives de la grande variation beethovénienne”, demonstreerde het kwartet zijn scherpe oog voor dynamiek en een subtiel gedoseerde klankbalans. Het resultaat was een Adagio ma non troppo e molto cantabile dat schipperde tussen geladenheid en ontspanning. Bijzonder vermeldenswaardig was de met uiterste beheersing gestreken derde variatie: één van de vele tekenen van hoop in deze ronduit schitterende beweging. Hier waren vier gelijkgestemde zielen aan het werk. In het Scherzando vivace verhuisde één enkele ritmische cel jachtig van instrument naar instrument, gevolgd door snedige attaca’s waardoor het vraag-en-antwoordspel nog meer op de spits werd gedreven (Allegro). Heerlijk. Het korte trio bezat dan weer een superbe drive die aan de muziek een grote mate van beweeglijkheid gaf. Voor de levenslustige finale – merkwaardig genoeg zonder tempoaanduiding – nam het kwartet wat gas terug. Maar op de lauweren rusten, deed het niet. Een lieflijk verzorgd eerste thema maakte plaats voor een monter geaccentueerd tweede idee en een heldere doorwerking. De coda, schitterend ingekleurd, zette de kroon op het werk. Bravo!

Na deze solide Beethoven toonde het Quatuor Tchalik zich in een gulle bui. Het plakte er nog de ontroerende Quartettsatz van Schubert tegenaan (1820), “a joy and tenderness that refuses to be captured by the grief and apprehension that enclose it”, dixit de Britse filosoof Roger Scruton. Een week van het strijkkwartet zonder een streep Schubert: een melomaan mag er inderdaad niet aan denken …


  • WAT: Ludwig Van Beethoven (1770-1827), Strijkkwartet nr. 12 in Es (opus 127)
  • WIE: Quatuor Tchalik [Gabriel & Louise Tchalik (viool), Sarah Tchalik (altviool), Marc Tchalik (cello)]
  • WAAR: Koninklijk Conservatorium, Brussel (i.k.v. het festival Midis-Minimes)
  • WANNEER: vrijdag 3 augustus 2018
  • FOTO: © Julien Daniel