Haydn, Mozart en Schubert, samen met het Tetzlaff Quartett op de bühne: jazeker, de sfeer van de grote avonden hing deze week in de Handelsbeurs. Zo kreeg een talrijk publiek in het kader van het Gent Festival van Vlaanderen de zeldzame mogelijkheid één van ’s werelds meest vermaarde ensembles met een meesterlijk drieluik aan het werk te horen.

Haydn, Mozart en Schubert, samen met het Tetzlaff Quartett op de bühne: jazeker, de sfeer van de grote avonden hing deze week in de Handelsbeurs. Zo kreeg een talrijk publiek in het kader van het Gent Festival van Vlaanderen de zeldzame mogelijkheid één van ’s werelds meest vermaarde ensembles met een meesterlijk drieluik aan het werk te horen.

“We brengen u een kleurig palet van componisten die onsterfelijk zijn, van levende legendes in de concertzaal […]. We brengen u helden en iconen!” Het lijkt wel of artistiek programmator Veerle Simoens moet (ook) aan dit concert gedacht hebben toen ze deze woorden over het Heroes-thema van het Gent Festival van Vlaanderen neerschreef. Volledig terecht overigens, want op papier diende zich een oerklassieke strijkkwartetavond aan. Die begint steevast met de grote wegbereider Haydn (1772), moduleert dan zonder verpinken naar diens caro amico Mozart (1783) om alsnog te eindigen met een majeure klepper van formaat, getekend Schubie (1826). Luistermuziek die de oren streelt, het hart verwarmt én uiteindelijk ook dat tikkeltje sneller doet slaan.

Zorgvuldig kiezen

De vele toehoorders kregen deze drie absolute toppers uit de hoogmis van de tonaliteit door het Tetzlaff Quartett gepresenteerd. Een vermaard ensemble, al was het maar omdat het reeds meer dan twintig jaar bestaat en het veelgevraagde viertal zijn concerten en opnames zorgvuldig blijft uitkiezen. Bovendien zijn primarius Christian Tetzlaff en celliste Tanja Tetzlaff solisten met naam en faam, die zich dus ook als chambrist niet onbetuigd laten. Denk bijvoorbeeld aan de terecht bewierookte opname, samen met pianist Leif Ove Andsnes, van het oeuvre voor pianotrio van Schumann. Maar ook medespelers Elisabeth Kufferath en Hanna Weinmeister behoren zonder twijfel tot de leading strings op deze aardbol. Kufferath, die haar vioolstudies in Amerika voltooide, is op dit moment als Professorin aan de Hochschule für Musik in Hannover verbonden. De Duitse kan op een ruime ervaring als Konzertmeisterin terugvallen. Dat geldt trouwens ook voor haar collega-strijkster Weinmeister. U leest het goed: voor deze gelegenheid was deze Oostenrijkse altiste van dienst, terwijl ze volgende week evengoed op de eerste stoel in het Opernhaus Zürich zit. Indrukwekkend.

Het hoeft dus geen betoog meer dat deze avond al vele maanden met stip in de agenda stond. Ook in die van Klara blijkbaar, want het concert werd opgenomen en zal tijdens een van de volgende edities van Klara live hopelijk ook de ether halen. Want zo’n muzikaal interessante, maar vooral dynamisch opvallend gestileerde en tegelijk heerlijk begeesterde Haydn mag je aan een (nog) ruimer publiek allerminst onthouden. Hoogtepunten in deze uitvoering van het derde kwartet uit diens opus 20 waren legio. Terwijl in de beide snelle hoekdelen de partijen moeiteloos in elkaar vloeiden – met twee violen die elkaar zeer goed aanvulden, een bijwijlen prominent aanwezige alt én een energieke cello – waren het toch vooral de teder aangestreken pianissimo’s in de middendelen die de grootste bewondering afdwongen. Die zachte, ragfijne timbres, die nergens zo naar de keel grepen als in de triosectie van het menuet (Allegretto), groeiden tijdens dit concert trouwens tot een heus waarmerk uit. De zaal hield de adem in bij het aanhoren van zo veel bezieling. Het fascinerende Poco adagio was dan nog eens met ontzettend veel branie gearticuleerd. Kortom, de lat lag van in den beginne daar waar we haar – eerlijk is eerlijk – ook hadden verwacht.

Beklijvend narratief

Ook met Schuberts vijftiende strijkkwartet, diens laatste worp in het genre waarmee de avond werd afgesloten, overtuigde het Tetzlaff Quartett over de hele lijn. Nooit hoorde ik een grandiozere live-uitvoering van deze meeslepende brok muziek, zelfs al liggen de méér dan verdienstelijke pogingen van het Cuarteto Casals (Gent, november 2013) en het Zerkalo Quartet (Brussel, juli 2015) nog steeds in het geheugen. Een schitterende drie kwartier lang was de eenheid van denken en handelen niets minder dan exemplarisch. In alles waren brio en helderheid troef. Maar het resultaat was ook veel meer dan louter een som van de delen. Zo was er ook ruimte voor raffinement en, opnieuw, die o zo kenmerkende, tedere broosheid. En dat leverde een eens beklijvend, dan weer delicaat doorvoeld, maar bovenal buitengewoon gedurfd muzikaal narratief op. De gespannen toon die in elk van de delen onderhuids aanwezig is, werd daarbij knap in de verf gezet. Maar naast de onheilspellende urgentie en gespierde heroïek bracht het viertal ook zeer mooie sourdines ten gehore. In het Scherzo zaten tempo, timing en accenten precies goed, met een swingend resultaat tot gevolg. Tot en met de aartsmoeilijke finale (Allegro assai) bleven de Tetzlaffs op een bewonderenswaardige manier zuiver fraseren. En dat verdient alleen maar de hoogste lof.

Helaas wat minder overtuigend was het Mozartiaans interludium. Het strijkkwartet in d mineur (KV 421) is nochtans mijn favoriet uit die prachtige zesling die Mozart aan Haydn opdroeg, zeker en vast sinds het Arcanto Quartett er voor Harmonia Mundi France zo’n verbluffend gepassioneerde interpretatie van afleverde. U kent het stuk (nog) niet? Begin dan voor één keer meteen aan het eind en laat u stante pede ontroeren door de sublieme variatiereeks die Mozart als slotbeweging componeerde (Allegro ma non troppo). Want zo’n reeks was voor genieën als Mozart gefundenes Fressen: een speeltuin waar de maestro zich helemaal kon in uitleven. En of dat er aan te horen is (vanaf 19:50)! De melodieuze zangerigheid en ritmische panache spatten er zo vanaf. Welnu, deze belangrijke elementen traden bij het Tetzlaff Quartet onvoldoende op de voorgrond. Er werd als het ware met de handrem op gespeeld. Resultaat: een terughoudendheid die naar koele zakelijkheid neigde en die zeker in het Andante niet echt geapprecieerd kon worden. Aanstekelijker was gelukkig de speelsheid in het tweede thema van het eerste deel (Allegro moderato). Precies daardoor kwam de dualiteit van dit vindingrijke meesterwerk zeer goed aan het licht – daar waar Mozart glimlacht door de fraaie triestheid heen, zoals Rudy Tambuyser het zo treffend verwoord. En ook het geplukte spel tijdens het trio (Menuetto & Trio) zat boordevol dynamische nuances.

The Tetzlaff Quartet is recording Schubert G major and Haydn G minor after performing them for 23 years!”, zo lees ik enkele dagen na het concert in een bericht van Christian Tetzlaff op zijn Facebookpagina. Na vanavond kan niet anders besloten worden dan dat dit niet te onderschatten rijpingsproces inderdaad zeer mooie vruchten zal afwerpen. Dat wordt dus een opname – op het label Ondine – om reikhalzend naar uit te kijken. En voor de Mozart kan altijd naar de Arcanto’s worden teruggegrepen.