Voor haar ongeveer jaarlijkse passage in Brussel stond mezzosopraan Cecilia Bartoli dit keer samen met de jonge en even bevlogen celliste Sol Gabetta op het podium. Samen met de Cappella Gabetta vertolkten ze een origineel programma uit de achttiende eeuw. Het concert bood minder spektakel dan we ooit al met Bartoli meemaakten, maar het bleef een belevenis.

De aria’s werden voor de overgrote meerderheid geselecteerd uit minder bekend repertoire. Bartoli ontgint opera’s waarmee het publiek eindelijk kennis kan maken, zodat we een breder beeld krijgen van de achttiende-eeuwse muziek en de verborgen schatten ervan. Zo hoorden we om maar een voorbeeld te geven, na de ouverture uit een opera van Johann Adolf Hasse, de prachtige aria Fortuna e speranza uit Nitocri van Antonio Caldara, over de tweestrijd tussen hoop en geluk die het personage Emirena misleiden. Een aria die inhoudelijk lang niet zoveel om het lijf heeft dan muzikaal. Bartoli maakt er een verscheurende emotionele tweestrijd van, dankzij haar nog steeds fenomenale, heldere en kleurrijke stem. Vóór het da capo-deel van de aria heeft de cello een heerlijk duet met de altviool uit het ensemble, alsof ze een tapijtje leggen voor de sublieme hoogte die Bartoli in de herneming bereikt. Hoe helder en fel haar stem ook kan klinken, haar pianissimo in de aria van Domenico Gabrielli (Aure voi de miei sospiri) is zacht als fluweel in de uiting van het diepe verdriet. In diezelfde aria vertolkt ze trouwens op merkwaardige manier de echo van de klagende zuchten. In een ariaatje over de wind van Tomaso Albinoni verbluft ze met haar halsbrekende coloraturen, die in lange gebonden frasen vloeien, terwijl de cello met warme toon in dialoog gaat.

Energie en musiceervreugde

Het is een constante doorheen heel het programma dat beide solisten overlopen van enthousiasme en speelvreugde. De energie spat eraf. Ze vertolken niet zomaar elk op zich hun eigen partij, maar zijn altijd deel van wat de andere doet en wat het ensemble speelt. Van Bartoli weten we al dat ze vaak de muzikanten van haar begeleidend ensemble mee in haar optreden betrekt, maar ook Sol Gabetta is iemand die letterlijk samenspeelt, concerteert. Als ze even op een eigen inzet wacht, zit ze mee te deinen met de muziek, blijft ze betrokken. Samen maken ze van elk tafereel een verhaal. De wind wordt een personage (O placido il mare van Hermann Raupach), coloraturen in de stem en versieringen in de cello zijn niet puur technische hoogstandjes maar krijgen betekenis. Sfeervol was de intro door cello-solo en de continuo van fagot, klavecimbel en contrabas bij Händels Ode for St Cecilia’s Day. In de aria van Luigi Boccherini die Bartoli als slot van het concert zong – nadat we door Gabetta een prachtig gespeeld celloconcerto gehoord hadden – was het echt alsof ze een aria tot een stukje theater uitspeelde, iets wat ze met spontaneïteit en naturel doet.

Behalve enkele lichteffecten bij het opkomen van de solisten was er dit keer niet veel “performance-theater” bij het optreden, wat bij vorige gelegenheden uitbundiger het geval is geweest (bijvoorbeeld het concert Sacrificio in 2009 waarin ze vooral castraat-aria’s vertolkte). De twee dames waren – zoals het zusjes betaamt als ze mogen optreden – gelijk gekleed: in het eerste deel zwart corsage op zwarte tulen rok, na de pauze op gebloemde rok. Het stond de dames mooi, zowel de volslanke – zullen we maar zeggen – als de frêle. De bisnummers waren dit keer verdeeld tussen eerder serene aria’s als Vivaldi’s Sovvente il sole uit Andromeda en nummers waarin Bartoli zich kon laten gaan, zoals een fandango en Rossini’s La Danza, dat ze met onvoorstelbare bravoure en triangelspeelsheid de zaal inzwierde. Een ingetogen Napolitaans lied van Ernesto de Curtis, Non ti scordar di me, was een kleine zij het onnodige hint naar het publiek. Wees gerust, we zullen dit concert niet licht vergeten!


  • WAT: Dolce Duello, arie barocche per voce e violoncello | Diverse componisten, waaronder Antonio Caldara, Domenico Gabrielli, Tomaso Albinoni, Georg Friedrich Händel en Luidig Boccherini
  • WIE: Cecilia Bartoli (mezzosopraan), Sol Gabetta (cello), Cappella Gabetta (Andrés Gabetta, concertmeester)
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: woensdag 29 november 2017