Bij de eerste muzikale ontmoeting tussen violist Noé Inui en pianist Vassilis Varvaresos sprong de vonk meteen over. Naderhand bleek het duo nog veel meer gemeen te hebben en min of meer op eenzelfde muzikale, en ook literaire golflengte te staan afgesteld. Intuïtief voelden zij aan samen een muzikale route te willen starten.

Dat resulteerde onder meer in hun eerste CD bij het Nederlandse label Navis Classics, herfst 2015, met Sonate opus 18 van Richard Strauss en de tweede Sonate van Robert Schumann, het werk dat ook het slot vormde van hun debuut optreden gisteravond, in het Amsterdamse Concertgebouw. De CD kreeg vijf sterren van de Volkskrant en van het Dagblad van het Noorden. Hun debuut werd met veel enthousiasme ontvangen en is vanavond te beluisteren in het avondconcert op Radio-4

Vele onderscheidingen

Beide solisten begonnen al op zeer jonge leeftijd met het bespelen van hun instrument. Noé Inui (1985) won diverse internationale prijzen en speelt als solist regelmatig met orkesten in Duitsland, Griekenland, Japan en Spanje. Hij kreeg lovende kritieken van onder meer de New York Times. In het Amsterdamse Muziektheater begeleidde hij de voorstelling Shape van het Nationaal Ballet met Beethoven’s Vioolconcert in D.

Vassilis Varvaresos (1983) was als 15-jarige de jongste winnaar van de Young Concert Artists in New York en verwierf daarna nog vele andere prijzen. In 2014 werd hij derde tijdens de Enescu Competitie in Boekarest. Dit seizoen maakt hij zijn opwachting in Wenen, bij de Berliner Philharmonie, in Parijs en de Verenigde Staten, en bij de Chopin en Liszt Festivals in Nohant en Chateauroux. Na zijn debuut in Carnegie Hall werd Vassilis uitgenodigd door president Obama om op het Witte Huis te spelen. Vassilis is bovendien actief als componist. Samen met de Duitse cellist Benedict Kloeckner vormen Noé en Vassilis het succesvolle trio Bell’Arte.

Balans

Met Brahms’ eerste sonate voor viool en piano, opus 78, aan het begin van de avond, en Schumann aan het eind zat er een mooie balans en oorspronkelijkheid in de opbouw van hun programma. Vooral het adagio uit Brahms eerste sonate werd kleurrijk en verfijnd gespeeld. Beide klassiekers flankeerden de wat avontuurlijkere programmering van de middendelen. Die bestonden uit de Petite Suite nr.1 van de twintigste-eeuwse, Griekse componist Nikos Skalkottas, vertegenwoordiger van het vroeg-Griekse modernisme. Het is een werk waarin folkloristische elementen te beluisteren zijn, maar waarin ook hoekige en strenge structuren domineren. Hierin kwamen de spelers buitengewoon goed tot hun recht. Meteen na de pauze klonk het Poème Elégiaque in d van de Belgische violist,   componist Eugène Ysaÿe. Het toondicht is een tamelijk onbekend werk bij het grote publiek, vol poëtische momenten,die door het duo gevoelig werden neergezet.

Fabelachtige techniek

Het authentieke duo is intens op elkaar afgestemd en beschikt over een geweldige techniek. Hun spel is intens gedreven, krachtig, masculien, en hun performance aanstekelijk, vol frisse energie. Meteen al bij de eerste noot wisten zij het publiek volledig bij hun spel te betrekken. Hun benadering van de dynamiek van de muziek werd soms wat voorspelbaar: gevoelige lyriek, ingetogen en verfijnde pianissimo passages tegenover contrastrijke, en virtuoze fortissimo’s, waarbij de geluidsknop wat zachter zou mogen. Hier overheerste het jeugdig élan en leek het spelplezier voorrang te hebben. De tonen werden tijdens die gedeelten bijna te volumineus voor de kleine zaal.

Muisstil

Zowel tijdens de klassieke als de moderne werken kon je een speld horen vallen en de musici werden beloond met een geestdriftig applaus van het publiek. De zaal kreeg zelfs twee toegiften: het eerste deel van Mozart’s Vioolsonate KV 305 en de ‘Gartenscene’ uit Much ado about nothing van Korngold. Het leverde een verrassend en ingetogen slot op van deze bruisende avond.