Tekst: Wilfried Westerlinck

Van de stedelijke schouwburgen die ik ken is Leuven ongetwijfeld een van de mooiste, en dat is toch wel te danken aan de inkomhal met zijn bas-reliëfs en de werken van Maurice Langsakens (1884-1946) die het hoger gelegen foyer een grootse allure geeft. Van dit nu 150 jaar oude gebouw heeft het ‘Muziek Frascati’ zowat zijn thuishaven gemaakt.

Het jeugdige ‘ Frascatti symphonic’ heeft zich sinds 2013 ook met succes gegooid op het organiseren van optredens in het buitenland. Als stichter-dirigent heeft een onvermoeibare Kris Stroobants in de voorbije 10 jaar al voor heel wat boeiende concertprojecten gezorgd, waarbij er dikwijls een plaats werd ingenomen door werk van Vlaamse componisten, en wist hij aan dit palmares ook te bouwen aan een trouw en aandachtig publiek: dat alles werd nogmaals bewezen op hun najaarsconcert van vrijdag 17 november2017 in de Leuvens Stadsschouwburg.

Ditmaal stond Yves Segers (1978) voor het orkest en was Filip Martens (1965) aangetrokken als pianosolist. De Tragische Ouverture van Johannes Brahms (1833-1897) was een mooie opener die met de nodige ernst gespeeld en waarbij Yves Segers duidelijk liet voelen dat hij de teugels strak in de handen wou houden. Een dergelijke aanpak was er ook na de pauze die gevuld werd met die heerlijke achtste van Antonin Dvorak (1841-1904), een symfonie waarin de Boheemse landschappen zeer vrolijk, opgewekt en lyrisch tot opbeurende klank worden gekneed. In gans het werk is er geen vuiltje aan de lucht. Yves Segers dirigeerde met een duidelijke gestiek, zodat al de musici zich goed en veilig in zijn handen konden voelen. Dat was goed te merken aan de vlotheid waarmee de fluitsolo van Elke Elsen uit haar instrument waaierde in de finale beweging. Yves Segers is een elegante en stijlvolle dirigent, die dank zij zijn dagelijkse omgang met de musici van de Muziekkapel van de Gidsen, een overtuigende en grote technische bagage tentoonspreidt gepaard met een natuurlijk muzikaal inlevingsvermogen.

Filip Martens was aangezocht om het pianoconcerto van Marcel De Jonghe (1943) boven de doopvont te houden. De componist was leraar aan het conservatorium van Brussel en directeur van de muziekacademie van Dilbeek en behoort zeker niet tot de veelschrijvers in ons componistenwereldje, zomin als tot de barricadecomponisten . Eerder bedachtzaam met romantische ondertoon ontwikkeld hij een schrijfwijze, die houdt van gevoelsgeladen en lyrische passages, afgewisseld met klare ontwikkelingen van duidelijk afgebakend materiaal. Dit concerto is hiervan een duidelijke getuige : klassiek driedelig met een cadens in eerste en tweede deel, en een pittig-ritmische rondo- finale, dat een quasi filmische coda kreeg. Origineel en betoverend was de aanvang van het tweede deel, met zijn mysterieuze klankverschuivingen, waar toch een bepaalde dreiging ingebed was. Voor mij mocht dit wat dieper uitgewerkt zijn.
Over de muziek van Marcel De Jonghe zullen waarschijnlijk veel muziekspecialisten schamper zeggen: “Oubollig – niet meer van deze tijd…”. Misschien wel, maar wat moet men dan zeggen van Rachmaninof (1873 -1943) in vergelijking met Bartok (1881-1945)….

De steeds stralend voorkomende Flip Martens speelde met overtuiging en gaf blijk van zijn overgave en de degelijke studie die hij besteed had aan dit concerto. De componist was duidelijk opgetogen om deze uitvoering; en ik kan enkel maar hopen dat Frascati Symphonic de mogelijkheid krijgt om dit werk later nogmaals te spelen.


  • WAT: Tragische Ouverture van Johannes Brahms, achtste symfonie van Antonin Dvorak en wereldcreatie van het pianoconcerto van Marcel De Jonghe
  • WIE: Frascatti symphonic, dirigent Yves Segers, pianst Filip Martens
  • WAAR & WANNEER: Stadsschouwburg Leuven, november 2017
  • FOTO: mt