In het zeer kleine Sint-Antoniuskerkje van Edegem hielden zondag 17 november Kamerkoor Pantarhei, bestaande uit 16 geschoolde zangers onder de enthousiaste leiding van An Meeusen, en boventonenkoor Cantavita o.l.v. Katelijn Vanhoutte, een opmerkelijk optreden.

In het zeer kleine Sint-Antoniuskerkje van Edegem hielden zondag 17 november Kamerkoor Pantarhei, bestaande uit 16 geschoolde zangers onder de enthousiaste leiding van An Meeusen, en boventonenkoor Cantavita o.l.v. Katelijn Vanhoutte, een opmerkelijk optreden.

Iedereen is bekend met het begrip “kamerkoor” maar wat is nu in Godsnaam een “boventonenkoor”? Ik wist het alvast niet. Opzoeking leerde me dat boventoonzang zowat overal in de wereld te vinden is, in Finland bij de Sami, in Mongolië bij de Tuva’s , in Afrika, Zuid-Amerika, … Met onze keelstem kunnen we een grondtoon zingen die als basis dient voor de boventonen die we door te bewegen met tong en lippen,  laten resoneren in ons hoofd-en neusholten. Het is niet enkel een zangtechniek maar geeft zowel beoefenaar als luisteraar een aangenaam gevoel.

Twee Cirkels

Beide koren werden in twee cirkels opgesteld: de binnenste kring voor de boventonen.

Ze begonnen met een improvisatie, een woordloos gezang, geneurie, gezoem, …  Het geheel trilde en klonk indrukwekkend mooi en naderde hier en daar het typische karakter van muziek uit wat men ‘primitieve’ instrumenten noemt, zoals bvb. de didgeridoo. De schoonheid van het natuurlijke geluid werd hier weergegeven. Gevoelens opwekkend van eerbied, bescheidenheid, terugkeer naar de bron maar ook van potentiële kracht en beheersing.

Na deze improvisatie wisselden de koren af. Kamerkoor Pantarhei zong liederen van J.S.Bach, Nystedt, Lotti, Ugalde, Whitacre, Pärt, Tavener en Tschaikovsky.

Het karakter van hun programma was misschien iets te eenzijdig maar bleef boeien. Elk lied werd mooi gezongen maar vooral ‘Waternight’ van Eric Whitacre en ‘Doppo la Vittoria’ van Arvo Pärt vielen duidelijk goed in de smaak van een zeer aandachtig en gedisciplineerd publiek.

Het boventonennkoor Canta Vita liet tussendoor hun ‘gezang’ horen, hoe moet ik het anders omschrijven? Het woord ‘mantra’ is te beperkt om te duiden hoe prachtig onbegrensd deze klanken het gehoor, nee, de hele ruimte ontroerden.

Op het laatste was er weer een interactie tussen beide koren, ongelooflijk sereen en toch vol leven.

Mooi, zeer mooi.