Nog leuker dan het leven van een muziekrecensent is dat van een culinair journalist. Het interdisciplinair festival ARTONOV gaf met de voorstelling Aria di Sorbetto de unieke kans om beide disciplines met elkaar te verbinden. Maar eerst was er nog tijd om kennis te maken met het prachtig gerestaureerde Hôtel Max Hallet, een hoogstandje van de art nouveau uit de koker van Victor Horta.     

De interactie tussen architectuur en muziek is immers de rode draad sinds het ontstaan van het Brusselse ARTONOV festival in 2015. En dat levert een bijzonder boeiende driedaagse op die een uitzonderlijke inkijk biedt in enkele van de architecturale parels die onze hoofdstad rijk is. Want in de haast om nog een nieuwe outfit of een leuk paar schoenen op de kop te tikken, zou men er zomaar durven voorbijwandelen: het prachtige herenhuis aan de Louizalaan dat Victor Horta tussen 1903 en 1905 in opdracht van de Belgische advocaat en politicus Max Hallet concipieerde. Het was vastgoedmakelaar Michel Gilbert, de huidige eigenaar van het huis en al jaren gepassioneerd door het werk van Horta, die de rondleiding voor een dertigtal kijklustigen verzorgde. Is de façade van deze ruime woonst nog enigszins sober te noemen, dan is het pand aan de binnenkant de voorbije tien jaar met veel oog voor detail gerestaureerd. Een “travail de fou” en “jeu de patience”, dixit de gastheer, maar het resultaat mag – of beter gezegd: moet – gezien worden. De friezen op de plafonds van eetkamer en salon kregen met behulp van haardrogers en wattenstokjes hun aloude schittering terug. Nieuwe lusters met bladmotief vormen een smaakvol geheel met de vegetale patronen op zowel vloer als muren. Maar het is toch vooral de imposante traphal die je met een instant wauw-gevoel overvalt. De mozaïekvloer, de geciseleerde trapleuning, de deurlijsten met hartvormige oren of nog de drieledige glazen koepel: je weet echt niet waar eerst te kijken …

Woordeloos libretto

Het is in dit ronduit magnifieke kader dat het Ensemble Dialoghi zijn opwachting maakte. Toehoorders zaten zowel op het eerste bordes, de overloop als het salon op de tweede verdieping. Het vijftal betrad de bühne vanuit de dienstruimte. In het zog van de Spaanse pianiste Cristina Esclapez volgden nog haar landgenoten Josep Domènech (hobo) en Javier Zafra (fagot), de Italiaanse klarinettist Lorenzo Coppola en de Canadese hoornist Pierre-Antoine Tremblay. Het ensemble zweert bij periode-instrumenten en de leden spelen in, of zijn vast verbonden aan, enkele van de meest gerenommeerde periodeorkesten als Il Giardino Armonico, het Freiburger Barockorchester of Les Talens Lyriques. Op de pupiters verschenen dé twee lijfstukken voor deze bijzondere bezetting. Voor zover geweten, was Mozart de allereerste om een kamermuziekwerk voor deze kleurrijke combinatie neer te pennen (1784). Of het ook het beste was dat hij tot die tijd geschreven had, zoals de componist in een brief aan zijn vader verklaarde, is voer voor debat. Maar het is zeker dat het genie uit Salzburg er zeer hoog mee opliep. Meer nog dan een miniatuurversie van de pianoconcerti waar hij in die periode zo ijverig aan werkte, bleek uit de interessante inleiding van Coppola hoe elk instrument als een operapersonage kan geduid worden. De ondertitel van deze concertavond – Une soirée à l’opéra – was zeker niet lukraak gekozen. Dat Beethoven zich door Mozarts voorbeeld liet inspireren, laat weinig twijfel (1796). Als eerbetoon kan het nochtans tellen. Zowel de toonaard als de driedelige structuur van beide werken, telkens voorafgegaan door een trage inleiding, zijn precies dezelfde. Maar daar waar de muzikale gestes bij Mozart met de grootste edelmoedigheid worden aangepakt, kiest Beethoven in de hoekdelen voor een meer improvisatorische en bij momenten ook provocatieve aanpak.

Het Ensemble Dialoghi deed zijn naam van bij aanvang van dit concert alle eer aan. Kamermuziek is voor alles een manier van communiceren, van samenspraak en tegenspraak, en met een knap opgebouwde ouverture op Mozarts kwintet werd dit discursieve karakter aan de hand van agogische en dynamische accenten sprekend in de verf gezet (Largo). Het Allegro moderato dat daarop aansloot, overtuigde mede dankzij een subtiele balans tussen zowel de verschillende blazerspartijen onderling als met de pianoforte. In de continue confrontatie of versmelting van timbres die daaruit voortvloeide, wisselden jovialiteit en drama elkaar op een expressieve manier af. Ook de timing van het ensemble was niet minder dan exemplarisch. Want omwille van de vele korte(re) motieven komen de muzikale invallen pas ten volle tot hun recht als de musici elkaar nauwgezet en vaak ook zonder de minste schroom interpelleren. Veel minder dialectisch is het breedvoerige middendeel (Larghetto), dat in al zijn harmonieuze rijkdom weerklonk. Fraseringen hadden een duidelijke verloop. Talrijk waren de noten die op een adembenemende manier werden aangehouden – en neemt u dat laatste gerust ook letterlijk. Leverde het speelse Allegretto een geanimeerde en bijwijlen snedig gearticuleerde slotakte op, dan was het de toehoorders ondertussen duidelijk: fluks notenspel en een flinke dosis inlevingsvermogen, meer is niet nodig om de personages van Mozart tot leven te brengen. Of hoe een libretto niet altijd woorden nodig heeft.

Gepeperde klankproeverij

Waren oog en oor tijdens deze avond reeds aan het feest geweest, dan werden tijdens een korte pauze ook nog eens de smaakpapillen geprikkeld. Zo had Samuel Droeshaut speciaal voor deze gelegenheid een sorbet gecreëerd waarin naar eigen zeggen de vier smaken vertegenwoordigd waren. De compositie, waarin onder meer lychee, oranjebloesem en gember was verwerkt, werd door de gepassioneerde maître sorbetier zelf als een beetje extravagant bestempeld. Zoals de muziek. Maar hoe fleurig ook gepresenteerd, het parfum was behalve zoet toch ook vooral zout en miste evenwicht. Trop is te veel … Dan was er meer samenklank terug te vinden in de enkele smaken die we na afloop van het concert nog konden proefden, met als winnend exploot de even frisse als pittige combinatie van venkel en Indonesische peper.

Fris en pittig: het zijn adjectieven die zomaar ook op de hoekdelen van Beethovens kwintet van toepassing kunnen zijn. Zeker wanneer het Ensemble Dialoghi na een opvallend virulent geïntoneerde opening (Grave) het Allegro ma non troppo liet bruisen van de energie. Op virtuoze wijze vanachter de toetsen aangevuurd, demonstreerden de vier heren dat ook blazers fors uit de hoek komen. De onstuimige opeenvolging van cadensen klonk eens vliedend, dan weer poignant, en stelde op die manier scherp op de vele contrasten inherent aan deze genereuze beweging. Boeiend. Eenzelfde muzikaal opbod was genietbaar in het finale rondo (Allegro ma non troppo). Komt het thema eerder nonchalant over, dan blonk de vurige uitvoering uit in spankracht en ritmische variatie. Maar het échte hoogtepunt van dit werk is toch wel het ingetogen Andante cantabile. Overtuig uzelf. Luister naar onderstaand filmpje. En geniet van dat ronduit schitterende duet tussen hobo en fagot, de versieringen in de piano, een rijkgeschakeerde hoornsolo en nog veel meer …

Na afloop kreeg het publiek niet één, maar twee kleine verrassingen voorgeschoteld. Zo speelde Esclapez Carl Reinecke’s arrangement van het verrukkelijke Adagio uit Mozarts pianoconcerto in la-groot. Ze deed dat niet op de pianoforte, maar op een laat-19de-eeuwse Erard-vleugel. En dan was het aan de mannen om de show te stelen. Niet langer vastgekluisterd aan hun zitje, dong het viertal met veel overgave naar de hand van de pianiste in een hoogst theatrale, en dus ook vermakelijke herneming van het Allegretto uit Mozarts kwintet. Aria di Sorbetto was een gesmaakte klankproeverij die niet alleen de melomaan, maar evengoed de gourmand kon verleiden.


  • WAT: Aria di Sorbetto | Une soirée à l’opéra – kwintetten voor klavier, hobo, klarinet, hoorn en fagot van Wolfgang Amadeus Mozart (K452 in Es) en Ludwig Van Beethoven (opus 16 in Es)
  • WIE: Ensemble Dialoghi [Cristina Esclapez (pianoforte), Josep Domènech (hobo), Lorenzo Coppola (klarinet),  Pierre-Antoine Tremblay (natuurhoorn), Javier Zafra (fagot)] –  Samuel Droeshaut (sorbetier)
  • WAAR: Hôtel Max Hallet, Elsene (Brussel)
  • WANNEER: vrijdag 13 oktober 2017
  • ORGANISATIE: Festival ARTONOV. Interdisciplinair Festival (13 t.e.m. 15 oktober 2017)
  • AFBEELDINGEN: © Riccardo Guasco & Dyod photographers