Pianist Daan Vandewalle liet het publiek op zeer fijnzinnige wijze kennismaken met drie facetten van de Tchechisch-Joodse componist Ervín Schullhoff (1894-1942) door drie facetten-vergelijkingen te belichten. 

Eerst en vooral werd Schulhoff benaderd als maatschappijcriticus. Hij hekelde het toenmalige denken, de kuddegeest. Hij lijkt wel wat op een vingerwijzende militant van één of andere beweging voor gevorderd denkenden.

Tijdens het eerste deel van het concert – Revolutie – wordt Schullhof en de nieuwe muziek in beeld gebracht. Na een inleidende voordracht door Johan Van Cauwenberge, speelt Vandewalle de Klaviersonate nr. 1 uit 1924. Het werk maakte desondanks de sterke muzikale prestatie van Vandewalle weinig indruk. Het klinkt een beetje als een pompeuze compositie van jong geweld dat het eventjes duidelijk komt stellen. Veel lawaai, weinig boodschap. Vandewalle paste de partituur zelf nog aan, omdat het anders zelfs niet hoorbaar zou geweest zijn. Tijdens het tweede deel van het eerste luik werd de Klaviersonate nr. 1 van Alban Berg gebracht – en verschil dag tegen nacht. Schulhoff was een grote bewonderaar van Berg. Terecht, deze sonate is een meesterwerk waartegen de sonate van Schullhoff zelf de duimen moet leggen.

Blijkbaar werd het onwetende publiek een beetje op een verkeerd been gezet, om achteraf extra verbaasd te worden. Tijdens luik twee – Oorlog, Grosz, jazz & dada – wordt in de verf gezet hoe Schullhoff zich meer en meer verdiept in de nieuwe stijlen, ook van overzee. Hij houdt zich bezig met Ragtime muziek, de voorganger van de hedendaagse jazz. Toch legt hij in zijn brieven en aantekeningen duidelijk de stempel op het dadaïsme en laat dit aan iedereen die het horen wil weten. Hij haalt zijn inspiratie uit de maatschappijkritiek van tekenaar Grosz, een beetje de politiek cartoonist van zijn tijd. Het tweede deel werd ingeleid door Piano Rag Music van Igor Stravinski uit 1919, een componist die zelf een decennia langdurende stijlevolutie doormaakte. Vervolgens werden korte delen gespeeld uit composities van de periode tussen 1910 en 1936, met duidelijke nadruk op jazzklanken en dadaïstische invloeden.

Tijdens deel drie werd de haast sarcastische briefwisseling tussen Schullhoff en Arnold Schönberg in de verf gezet. Met erudiete smul werden de geprojecteerde schrijfsels van beide heren aan mekaars adres door Johan Van Cauwenberghe voorgedragen. Het betreft een maatschappijkritische briefwisseling waarbij Schönberg Schullhoff enige pretentie verwijt en waarbij Schullhoff alle commentaar naast zich neerlegt. Schullhoff zou op dergelijke wijze ook ooit aan de deur zijn gezet door Claude Debussy, omdat hij de klassieke muziekregels aan zijn laars lapte. Dit derde deel was bijzonder verrassend. Eerst werden de Sechs Kleine Klavierstücke opus 19 van Arnold Schönberg uit 1911 gespeeld. Dat er Zehn Themen van Schullhoff zouden volgen, liet wat onorigineels verwachten. In tegendeel, het betrof tien kleine meesterwerkjes, secuur neergezet door de pianist. De tien werkjes werden trouwens zonder maatstreep neergetekend om de pianist extra vrijheid te bezorgen. Vandewalle ontdekte het hekje aan de rand van de vrijheid van deze composities en liet het publiek daardoor Schullhoff als een groot componist kennen.

Ervín Schullhoff stierf tijdens de tweede wereldoorlog, veel te jong, in een concentratiekamp. Zijn koppigheid kostte hem het leven. Hij had zich immers  een Russisch sovjetpaspoort laten aanmeten. Onder een zekere vooringenomenheid vluchtte hij niet. Toen de grenzen sloten werd hij gevangen genomen. Niet omwille van zijn joodse achtergrond, maar omwille van zijn sovjetpaspoort. Hoe hij zou zijn geëvolueerd is een raadsel. Maar als we rekening houden met zijn vooruitstrevende aard en met het feit dat hij in zijn tijd – lang voor John Cage –  een stiltepartituur schreef, dan weten we dat we door zijn vroegtijdige dood heel wat hebben gemist.


  • WAT: Novecento – Ervín Schullhoff, een grote onbekende
  • WIE: Daan Vandewalle, Johan Van Cauwenberghe
  • WAAR: STUK, Leuven
  • WANNEER: 18 oktober 2017
  • Foto:  ©Novecento