Voor drie Schubert-recitals is de fenomenale bariton Mathias Goerne met pianist Leif Ove Andsnes te gast in BOZAR. Het was eigenlijk mijn bedoeling om pas na de trilogie voor de lezers van Klassiek Centraal een beschouwing te schrijven. Maar waar het gemoed van vol is …

Die schöne Müllerin wordt algemeen aanzien als de minst sombere en deprimerende liedcyclus. Maar ondanks de hier en daar hoopvollere toets is deze reeks liederen net als Winterreise een uitzichtloze zwerftocht, eindigend in de dood. Het beginlied Das Wandern wordt nog wel eens als een lustig staplied als start van de tocht geïnterpreteerd, maar Matthias Goerne en Leif Ove Andsnes doen er van meet af aan geen twijfel over bestaan dat de tocht fataal afloopt. De passie voor de molenaarsdochter wordt niet beantwoord en blijft een eeuwige zoektocht, net zoals Schuberts eigen liefdesverlangen steeds weer tot wanhoop en pijn leidde. In Pause wordt trouwens duidelijk de band gelegd tussen de jonge molenaar en de dichter-componist. In zijn interpretatie legde Goerne een duidelijke klemtoon op de onmacht van de molenaar: “ich kann nicht mehr singen” klonk als een regelrechte innerlijke uiting van wanhoop.

De uitvoering zat trouwens vol dergelijke emotioneel geladen momenten. Goerne kan niets zingen zonder diepe innerlijke betrokkenheid, en dat was in dit recital eens te meer hoor- en voelbaar. Op een heel natuurlijke, spontane manier doordringt zijn emotie de vocale uitvoering. De manier waarop hij bijvoorbeeld in Der Neugierigedas eine Wörtchen” “Ja” tegenover het andere ”Nein” zet, is zo simpel rechttoe-rechtaan, maar tegelijk opent hij een wereld van hoop en angst. Schuberts “Bächlein” is daarbij zijn gezel en wordt als vertrouweling voortdurend aangesproken. Ik denk dat ik “sag Bächlein, liebt sie micht” nog nooit zo ontroerend heb horen zingen als gisteravond door Goerne. Goerne zingt deze super-intieme vraag aan het beekje extreem verstild en zacht. Een regelrecht moment van kippenvel!

Tekstexpressiviteit

Goernes zoektocht naar de onbestemde (onbestaande?) geliefde, het besef van eenzaamheid en het verlangen verdiept zich van lied tot lied in bangelijke uitzichtloosheid, met de dood als oplossing. Met elk lied graaft hij zich als het ware als persoon dieper en dieper in de waanzin van de liefdespijn in. Hij kan boos en bitter klinken en Goernes stem laat er geen twijfel over bestaan hoe vastberaden hij is. Als de rivaal – Der Jäger – in het spel komt, wordt hij zo radeloos, en begint hij zo razendsnel te zingen, dat het lijkt alsof hij over de woorden struikelt – en dat is misschien ook wel zo, want er is niets van te verstaan. De stem laat de verheviging van de gevoelens de vrije loop. Maar in Trockne Blumen zit dan weer diepste verstilling in emotie én stem, en daar begint de onontkoombaarheid van het lot door te dringen.

Goerne beheerst een fenomenale tekstexpressiviteit en zijn stem kan elke nuance van die expressie weergeven, zowel in het diepste baritonregister als in tenorale hoogte. Stemtechnisch verlopen die buigingen met zo’n perfect legato dat je verbluft luistert. Neen, de dictie was niet steeds even helder. Maar hij gebruikt zijn hele lichaam, alsof zijn gestiek de stem mee ondersteunt, of steun zoekt door zich over de piano te buigen. Hij zingt niet naar de zaal toe. Hij zit daarentegen in zijn eigen wereld – of beter, in die van Schubert. En daar is het toch wel om te doen. Laat me er voor dit recital enkel nog aan toevoegen dat de eensgezindheid met pianist Leif Ove Andsnes roerend was, en u begrijpt dat het reikhalzend uitkijken is naar hun live-versie van Winterreise en Schwanengesang op 3 en 4 februari!


  • WAT: Franz Schubert (1797-1828) – Die schöne Müllerin (D 795)
  • WIE: Matthias Goerne (bariton) | Leif Ove Andsnes (piano)
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: woensdag 1 februari 2017
  • CREDITS FOTO: Matthias Goerne ® Olaf Heine | Leif Ove Andsnes ® Chris Aadland)