Een "giant leap for mankind" was het niet echt maar toch een hele sprong: van het zwoegen door twaalf finalisten van de Elisabethwedstrijd naar het meesterlijk spel van Elisso Wirssaladze, een van de juryleden van diezelfde wedstrijd.

Een "giant leap for mankind" was het niet echt maar toch een hele sprong: van het zwoegen door twaalf finalisten van de Elisabethwedstrijd naar het meesterlijk spel van Elisso Wirssaladze, een van de juryleden van diezelfde wedstrijd.

Grande dame

Tot voor kort was Elisso Wirssaladze vrij onbekend bij het publiek in onze contreien. Het is ook pas de tweede keer dat ik haar live hoor. Ze werd in Georgië geboren en kreeg al in haar prille jeugd pianoles van haar grootmoeder Anastasia Wirssaladze. Als dat geen droom is om als kind te beginnen in het leven. We maken zelf een sprong in haar biografie en stellen vast dat Elisso haar 'actieterrein' naar Moskou verlegde, daar les kreeg van de befaamde Heinrich Neuhaus, op haar twintigste een derde prijs wegkaapte in de Tsjaikovskiwedstrijd en zich daarna ontpopte tot een van de meest talentvolle artiesten, een  'grande dame' van de Russische pianoschool. Dit talent stopt ze niet onder een hooimijt. Ze geeft les aan het Conservatorium van Moskou en aan de Musikhochschule van München. Ze wordt intussen overal ter wereld uitgenodigd om in wedstrijdjury's te zetelen en treedt op – niet verwonderlijk – in de grootste concertzalen ter wereld: als soliste en ook samen met de grootste orkesten en kamermusici. Nog dit: ook al heeft ze aandacht voor Russische modernen, haar voorkeur gaat onveranderlijk uit naar componisten uit de late achttiende en vroege negentiende eeuw (Mozart, Beethoven, Chopin, Liszt en Schumann), waarmee je – als je het ons vraagt – inderdaad een leven kan vullen.

Virtuositeit

Die 'grande dame' mag je ook letterlijk nemen. Een ranke verschijning, met een al jarenlang onveranderd kapsel, schrijdt waardig op de Steinway & Sons af. Zoals reeds eerder vermeld zijn Svetlo & Jaček – van de beste pianotechnici in ons land – erin geslaagd om deze vleugel nieuw leven in te blazen. Pianist Jozef De Beenhouwer weet nochtans als geen ander dat dit "een zeer moeilijk instrument is om goed te bespelen."

Elisso Wirssaladze opent haar recital met 9 Variaties op 'Lison Dormait' in C (KV264) van W.A. Mozart (1756-1791). De 'bron' van deze variaties is een aria uit de opera Julie van Nicolas Dezède, geboren in Lyon rond 1740, ouders onbekend, overleden in Parijs in 1792. De man genoot enige faam als operacomponist en surfde mee op de golf van komische opera's die toen populair waren in Parijs. Ook hij was vrijmetselaar en dat verklaart allicht de vriendschap met Mozart. Het was in die tijd wel 'in' om variaties te schrijven op elkaars aria's maar dat betekent niet dat alles meteen goed was, ook al kwam het uit de pen van Mozart…

Wirssaladze zweeft over de toetsen en waar een normale pianist allicht enige moeilijkheid zou hebben met sommige passages… valt geen zwijm van inspanning te bespeuren. Dit betekent eveneens dat er voorlopig geen band ontstaat met het publiek en het eerste kwartiertje van het recital als het ware voorbij is voor men het weet…

De Sonate nr. 1 in C, opus 1 van Johannes Brahms (1833-1897) is andere koek. Een half uur mooie maar moeilijke muziek. Ik bedoel: niet te onderschatten qua techniek om tot een goed einde te brengen. Meer dan twintig jaar geleden liet pianist Stefan Vladar een referentieversie opnemen die nog steeds uitermate boeit. Welnu, Wirssaladze boeit niet, of toch veel minder. Begrijp me niet verkeerd: deze muziek wordt feilloos uitgevoerd – ook hier niet het minste spoor van zwoegen om het klaar te spelen. Het is zo virtuoos dat het niet meer ontroert. Zegt iemand: "Misschien moet dat niet ontroeren." Daar sta je paf van.

Varietas delectat

Van variaties gesproken: na die van Mozart krijgen we na de pauze een bijzonder mooie portie voorgeschoteld van Joseph Haydn (1732-1809). Het Andante met variaties in f (Hob. XVII:6) is een werk uit 1793 dat een vrij oude Haydn schreef in Wenen, tussen twee reizen naar Londen in. Op de autograaf van dit werk staat te lezen "un piccolo divertimento" maar dat vindt collega Rudy Tambuyser "enigszins onnozel" (sic). "Niets is kleins of verstrooiend aan deze dubbelvariaties, alternerend gebaseerd op twee thema's […] met een naar verhouding grote coda, expliciet, dramatisch en tragisch", voegt Tambuyser er nog aan toe. Een van de mooiste dingen die Haydn geschreven heeft, vinden we, en jawel: Wirssaladze slaagt erin de aandacht van het publiek aan te wakkeren… op weg naar wat zo ongeveer de 'plat de résistance' van de avond moet worden.

Symfonieën in een notendop

De Symfonische Etüden, opus 13 van Robert Schumann (1810-1856) zijn Elisso Wirssaladze als het ware op het lijf geschreven – en dit bedoelen we respectvol. Ze gaat in het werk op als in iets wat ze zelf creëert. Dat is dan weer typisch voor muziek. Die bestaat alleen bij de gratie van de uitvoerder, niet zoals een schilderij dat er gewoon 'is' – ook al wordt het niet bekeken. Over dit laatste zouden we nog door kunnen filosoferen. Bestaat een schilderij als het niet bekeken wordt?

Maar dit is een ander verhaal.

Dit is grote Schumann als waardige opvolger van Beethoven. De Etüden zijn als het ware symfonieën in een notendop. Hier geeft de componist zijn verbeelding de vrije loop – ook al zijn de structuren van het klassieke verleden nog aanwezig. Zoals gezegd gaat de pianiste erin op en eindigt de avond in totale hypnose vanwege zoveel (technisch) kunnen en zoveel Kunst (met grote K). 

Elisso Wirssaladze is in een gulle bui. Niet minder dan drie 'encores' met als allerlaatste toetje de Minutenwals van Chopin aan een snelheid die alles tart. Hoe snel moet je dat spelen? Zo snel je kan!