De eerste avond van de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang 2018 was er eentje met dompers en verrassingen. De kandidaten waren wat stemkleur en achtergrond betreft zeer divers. Men zou denken dat dit de beoordeling zou kunnen bemoeilijken. Toch bleek alles vrij vlug duidelijk.

De Chinese bas Ao Li (1988) mocht inzetten. Hij heeft vooral een stevige stem in de hogere noten binnen zijn stemregister. Quand la flamme de l’amour van Georges Bizet was met de nodige overtuiging gezongen, toch kon de bas niet steeds het orkest – dat nochtans zeer secuur musiceerde – overklinken. Zijn Rachmaninov mag dan wel technisch correct geweest zijn, het Russisch was niet als Russisch te identificeren. A un dottor delle mia sorte onderging het lot van de ingeslikte lettergrepen wanneer het snel moest gaan. Het kleine stukje Puccini, Vecchia zimarra senti, was lieflijk en rustig. Zelfs de zucht kwam consoliderend naar voren. Misschien wilde Ao Li te veel kunstjes laten zien.

Net zoals finalist nummer twee trouwens, de Argentijn Enrique German Alcantra. Hij begon met een zachte Mozart, die inwerkte zoals Mozart hoort in te werken: muziek waarin tonen mekaar opheffen en die zo de perfecte harmonie vormen die tot vervoering leidt. En toch. Af en toe was er die nasale twijfel. Deze werd spijtig genoeg bevestigd tijdens zijn tweede en derde gekozen repertoirestuk. Korngold klonk met moeite Duits en klonk al even nasaal als het Chanson Romanesque van Maurice Ravel. Or dove fuggo van Vincenzo Bellini bracht beterschap, maar het kwaad was geschied. Gelukkig kon deze jongeman nog in glans afscheid nemen door een mooie vertolking van het Largo al factotum della citta uit Il Barbiere di Siviglia van Gioachino Rossini, gebracht met zuiders charme en temperament.

Na de pauze volgde dan het jonge talent waar tijdens deze wedstrijd naar wordt gezocht. De Koreaanse sopraan Sooyeon Lee (1988) zong een glasheldere Vorrei spiegarvi van Wolfgang Amadeus Mozart. Haar techniek loepzuiver, mooie intervallen en een glasheldere kopstem en fluittoonregister. Toch niet echt consoliderend zoals de muziek van Mozart dient te worden ervaren, maar zeer correct. Het twijfelen of ze wel de woorden verstond die ze zong, werd volledig van de baan geschoven toen ze een overtuigende Caro Nome uit Rigoletto van Guiseppe Verdi bracht. Les oiseaux dans la charmille uit les Comptes d’Hoffmann van Jacques Offenbach waren mogelijk nog loepzuiverder en voorzien van een mooi stukje marionetachtig schouwspel. Deze kandidaat zou best wel eens in de top drie kunnen eindigen, niettegenstaande ze eerder technisch dan voelend zong en acteerde.

De Oekraïnse bariton Danylo Matviienko (1990) was tijdens deze finale een meester in sereniteit. Alles klopte. Hij zong bescheiden, maar correct en doorleefd zonder bombastisch drama te verkopen. Zijn keuze voor Benjamin Britten en Hector Berlioz – Voici les Roses uit La Damnation de Faust – pasten mooi bij het geheel, maar het voelde toch wat clean. Dit in tegenstelling tot Wenn mein Schatz Hochzeit macht uit de Lieder einers fahrenden Gesellen van Gustav Mahler, met ontroerend mooi sentiment gezongen, tranentrekkend. Vies’ tabor spit van Sergey Rachmaninov kwam bij deze kandidaat wél tot zijn recht, waar het eerder op de avond geen recht werd aangedaan. Deze kandidaat zou best wel eens bij de eerste zes kunnen eindigen. Eenvoud siert en ontroert. Al mag hij van uw recensent best de top drie in. Wie weet?


  • WAT: Eerste finaleavond Koningin Elisabethwedstrijd voor zang 2018
  • WIE: Ao Li, Enrique German Alcantara, Sooyeon Lee, Danylo Matviienko
  • WAAR: BOZAR, Brussel
  • WANNEER: donderdag 10 mei 2018
  • FOTO: © Queen Elisabeth Competition