Dinsdag 3 juli gaven het Ensemble Currende (oorspronkelijk zonder dirigent en Erik van Nevel  – de stichter van het ensemble – als een van de zangers) en Bart Jacobs het startschot voor de kathedraalconcerten in de Sint-Michiels en Sint-Goedele Kathedraal in Brussel.

Een mooi startschot

Dinsdag 3 juli gaven het Ensemble Currende (oorspronkelijk zonder dirigent en Erik van Nevel  – de stichter van het ensemble – als een van de zangers) en Bart Jacobs het startschot voor de kathedraalconcerten in de Sint-Michiels en Sint-Goedele Kathedraal in Brussel. En wat voor startschot: 450 jaar geleden zag componist Jan Pieterszoon Sweelinck het levenslicht en Brussel zal het geweten hebben. Het concert was opgebouwd uit twee delen: een eerste meer intieme ode aan de vocale- en orgelmuziek van de vroeg barokke componist, met Bart Jacobs aan het Collon-orgel in het koor van de kathedraal, en een tweede meer uitbundige deel in het schip van de kathedraal met naast muziek van Sweelinck ook orgel- en koorcomposities van Scheidt, Scheidemann, Hieronymus Praetorius (niet te verwarren met Michael Praetorius), Buxtehude en Matthias Weckman waarvoor het in 2000 geplaatste Grenzing-orgel gebruikt werd.

Hoogtevrees

De kathedraal is niet enkel een prachtig bouwwerk, het herbergt ook nog eens twee fantastische orgels. Het is dus niet verwonderlijk dat dit de locatie is voor een zomerse concertenreeks met orgelmuziek van Sweelinck tot Jean-Pierre Deleuze. Met haar loepzuivere klank was het Collon-orgel uitermate geschikt voor de intieme setting van het eerste deel van het concert. Naast Bart Jacobs’ muzikale kwaliteiten is ook zijn durf bewonderingswaardig. Wie het Grenzing-orgel wil bespelen mag geen hoogtevrees hebben. 

De muziek: deel I

Muzikaal gezien werd er met het programma een mooie balans gevonden tussen solistische figuratieve en vaak virtuoze muziek voor klavier en meer serene koorcomposities. De vele virtuoze passages op het klavier (bijvoorbeeld toonladderfiguraties) staan muzikaliteit niet in de weg. Jacobs brengt Sweelinck dan ook met een overtuigende soepelheid en een muzikale zelfzekerheid die oorstrelend is. Of het nu gaat om figuraties in de linkerhand of rechterhand, een akkoordische zetting, imitatief spel: Jacobs brengt het steeds met dezelfde nauwgezette zorg. We vragen ons af waarom hij niet eerder ten tonele verscheen als organist-titularis van de Sint-Michiels en Goedele Kathedraal. Aan zijn curriculum zal het niet liggen: verschillende internationale prijzen en opnames en concerten met onder andere Les Muffatti, Zefiro Torna, Encantar en deze avond dus Currende. Aan zijn muzikaliteit ligt het duidelijk ook niet. Dat hoor je bij wijze van spreken al aan de eerste noot van het Toccata in a waarmee het concert opent. Alhoewel het eerste deel meer intiem is, mag het koor er ons attent op maken dat we wat te vieren hebben (het geboortejaar van Sweelinck en twee nieuwe organist-titularissen) met het optimistische In te Domine speravi. Met het De Profundis uit psalm 130 zitten we weer helemaal in de intieme sfeer.

De muziek: deel II

Niet desondanks, maar juist dankzij composities van onder andere enkele van zijn leerlingen (Scheidemann en Scheidt) in het tweede deel van het programma wordt het duidelijk dat we met dit concert Sweelinck eren. Als leraar was hij namelijk een van de meest invloedrijke figuren uit de barok en hij liep met zijn muziek vooruit op Bach. Wie de dag voordien naar Klara geluisterd had mocht Jacobs’ uitvoering van Buxtehudes Toccata in F BuxWV 156 für Orgel al eens voorproeven. De “Brusselse” versie in de kathedraal voldeed volledig aan de verwachtingen, oversteeg het misschien zelfs en niet in het minst door het overweldigende Grenzing-orgel.

Er was ook ruimte voor meer smartelijke affecten, perfect verklankt door Currende. Ik heb het dan bijvoorbeeld over Samuel Scheidts klagelijke Misere mei Deus en haar smartvolle neerwaartse chromatiek. Het werd gebracht met een sereniteit die ons als luisteraar herinnert aan het eerste deel van het concert. Dubbelkoor (in Scheidts Christ lag in Todesbanden), maatwisselingen, de balans, … het is gewoon allemaal juist. De complexiteit van dit alles, daar merk je als luisteraar niets van want Erik Van Nevel leidt het ensemble op dezelfde zelfzekere manier als Bart Jacobs(’) zijn orgelspel brengt (een tiental meters boven de grond).

Ook de coördinatie tussen koor en organist is verbazingwekkend goed. Hoe hier muzikaal gecomuniceerd wordt, is me een raadsel. Net als in een goedgemaakte Hollywoodfilm heeft de toeschouwer niet door dat het om een opvoering gaat, het lijkt de meest natuurlijke zaak van de wereld. Bart Jacobs bewijst zich als een van de twee kersverse kathedraalorganisten – de andere kathedraalorganist is Xavier Deprez die trompettist Andrei Kavalinsky begeleidde op de Uitreiking Gouden Labels op 23 juni dit jaar in het Antwerpse Provinciehuis.