De fantastische indruk die Matthias Goerne en Leif Ove Andsnes achterlieten na de vertolking van Schuberts Die schöne Müllerin op woensdag 1 februari in BOZAR werd bevestigd en zo mogelijk nog versterkt in de twee volgende concerten met Winterreise en Schwanengesang.

In Winterreise is niet alleen het beekje een symbolisch beeld voor de natuur. Hier is het hele landschap ijzig koud. De “Wandrer” zwerft er doorheen, eenzaam en met steeds groter wordende wanhoop. Elke episode is een volgende fase naar de fatale uitzichtloosheid en brengt het inzicht dat enkel de dood de oplossing brengt van het nooit te bevredigen, innerlijk verlangen.

De vocale kwaliteit van de stem, zoals beschreven in de recensie van Die schöne Müllerin, kunnen we na deze beide concertavonden alleen nog bevestigen. Een ongelooflijk kleurenspectrum dat Goerne soepel in dienst stelt van de inhoudelijke nuance van elk lied, van elke frase. Zijn zang wordt als het ware gestuurd door een innerlijke drijfveer. Hij past daarbij een super-legato toe: een breuk of barst in de stemzetting is onbestaande bij deze bariton. Dit wil niet zeggen dat de stem altijd even fraai klinkt, maar wél des te expressiever. En daar komt het Goerne op aan. Esthetiek is niet zijn streefdoel, wel tekstgetrouwheid en vooral het evoceren van innerlijke inhoud. Het lichte vibrato bij de inzet van Winterreise wijst vooruit op de hardheid en het ijzige van de bange tocht: de reis naar de confrontatie met zichzelf, met de eeuwigheid. Zelden klonk “Eis” zo “ijzig”. Er is woede in de stem, de “Tränen” wenen, ijzige rust klinkt in Wasserflut. Goerne neemt het “langsam” van Frühlingstraum ongelooflijk mooi. “Krähe, wunderliches Tier” heb ik nog nooit met zo’n impact horen zingen, en des te aangrijpender komt de verwijzing daarnaar over in “wunderlicher Alter” in het slotlied Der Leiermann. In Der Wegweiser fluistert Goerne de kwartnootjes. De treurnis en vermoeidheid van Das Wirtshaus krijgt een fel contrast in Mut!. En in Der Leiermann eindigt de tocht om bij te wenen.

Intensiteit en concentratie

Schwanengesang vertoont door de aard van de cyclus en de twee verschillende dichters, Rellstab en Heine, uiteraard minder eenheid in het verloop van de cyclus. Hier valt dan telkens weer op hoe Goerne elk lied opbouwt, soms van lichtvoetige eenvoud en lieftallige arioso-delen naar intense sehnsucht vol dramatiek. Het schijnbaar onschuldige Ständchen geeft hij een licht ironische toets. Aufenthalt staat dan weer in contrast door de felheid van de emotie. De Heine-teksten vertolkt Goerne met de hem eigen intensiteit en concentratie. De sfeer wordt steeds bijtender. De recitativische declamatie wekt een verhevigd affect op en de reeks liederen eindigt met de illusie van Der Doppelgänger, een hoogtepunt en een van de beklemmendste liederen van Schubert. Ondertussen verbaast Leif Ove Andsnes met de gedurfde harmonie in het pianospel, vooral in de lange voor-en naspelen. Hier eindigt het duo hun concert: dertien liederen van Schwanengesang, een ultieme hulde aan Franz Schubert. Even denk je: ha, ze vinden dat het veertiende lied er niet bij hoort – dat was immers een toevoeging van de bijgelovige uitgever! Maar het intelligente duo heeft Die Taubenpost opgespaard als bisnummer en zo krijgen we dit lied dan nog met zijn vrolijk, dansende melodie en pianistiek ritornello als een terugkeer naar vrolijkheid en naïviteit van een verloren paradijs dat bij Schubert naast de innerlijke afgrond van het doodsverlangen kan staan. Een laatste groet aan de geliefde, enkel te bereiken via een postduif!

Het derde recital met Schwanengesang gaf Leif Ove Andsnes de kans een deel van het programma als solist te spelen. In de Drei Klavierstücke ontroerde de pianist met de puurheid waarmee hij de nostalgische tonen verklankte en met zijn verfijnde sonoriteit. Geen wonder dat zijn subtiele lyrische kunst hem tot een ideale partner voor het Schubertlied maakt. Deze drie Schubert-concerten met Matthias Goerne en Leif Ove Andsnes durven we alvast tot een absoluut hoogtepunt van dit concertseizoen definiëren.


  • WAT: Franz Schubert (1797-1828) – Winterreise (D 911), Schwanengesang (D 957) & Drei Klavierstücke (D 946)
  • WIE: Matthias Goerne (bariton) | Leif Ove Andsnes (piano)
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: vrijdag 3 en zaterdag 4 februari 2017
  • CREDITS FOTO: Matthias Goerne ® Olaf Heine | Leif Ove Andsnes ® Chris Aadland)