Af en toe zijn er kleine initiatieven voor grootste dingen. Dit was er zo een.  Het CC van Sint-Niklaas organiseerde zaterdag 3 maart  in de kapel van de OLV Presentatie (middelbare school) een heel boeiend programma.

Onder de titel Hommage bracht men twee schijnbaar uitersten samen: de polyfonie van Johannes Ockeghem (1410/20 – 1497) en de 20ste eeuwse muziek van Nikolaj Korndorf.  500 jaar muziekgeschiedenis scheidt beide componisten. Pieter Stas, die in beide ensembles actief is, bracht hen samen.

De twee uitersten zetten zich door in de bezetting: de Cappella Pratensis, een vocaal ensemble dat o.l.v. Stratton Bull zich inzet voor de polyfonie aan de ene kant. Aan de andere kant van het spectrum zit het Goeyvaerts strijktrio (Kristien Roels, viool; Chris Matthynssens, altviool en Pieter Stas, cello). De tegenstellingen gaan nog verder omdat de Missa pro fidelibus defunctis van Ockeghem een harmonisch klankdicht is en het Memoriam A. Schnittke (1986) van Korndorf is heel intens en niet zo maar terug te brengen tot een traditie. Het Memoriam vraagt van de uitvoerders maar ook van  het publiek enige inspanning. Het werk is ‘een zesstemmig weefsel’ dat in principe in één adem moet worden gespeeld. Pieter Stas opteerde om beide werken op te splitsen en ze elk in twee delen af te wisselen.

Ondanks de verschillen wekt dit tweeluik niet de indruk van twee tegenstellingen te zijn. De afwisseling van de esthetiek van het hemelse schone en de intense tragiek van het individuele lijden, zorgt ervoor dat de beide werken nog beter tot hun recht komen. Beide composities werden geschreven om een overlijden te herdenken. Ockeghem’s kantwerk van het filigraan van de contratenors ondersteund door de andere stemmen, geven ons de hoop die het verdriet ontstijgt maar niet ontwijkt. Het is een esthetisering van het verdriet. Ockeghem tracht te troosten terwijl Korndorf het verdriet zelf uitermate accuraat weet weer te geven. Het is vooral die ervaring die de luisteraar ondanks de soms weinig evidente klanken, dwingt om te luisteren en om het beleven. Ongeloof, pijn, woede, wanhoop en tenslotte – vermoeid, rust en misschien zelfs hoop,  het zit er allemaal in en je zal het geweten hebben. Het is een knappe compositie die to-the-point en indrukwekkend werd uitgevoerd.

Het publiek werd eerst getrakteerd, bij wijze van inleiding, op een gregoriaanse processie (O sanctissimo pater Donatiane, responsorium). De Cappella naderde zingend als van buiten en kwam langzaam de kapel binnen. De toon was gezet. Dan volgde het eerste deel van Korndorf’s compositie (Koraal).  Eer relatief rustig stuk met één toon als kern waaruit het hele werk zich zal ontwikkelen. Daarna was het genieten van de eerste drie delen van de Missa pro fidelibus (introitus, Kyrie en Graduale). Het tweede deel van het In Memoriam (Toccata en Aria) was ronduit adembenemend. De laatste twee delen van Ockeghem’s mis (Tractus en Offertorium)  brachten na de beleving van het strijktrio een hemelse maar bedrieglijke rust. De uitvoeringen waren gebalanceerd.

Het concert werd afgesloten door een anoniem werkje Proch Dolor dat zowel het trio als de Cappella samen brachten. Ook dat was eenzelfde schoonheid die de hele kapel met een krop in de keel liet. Mijn buurman fluisterde mij net voor het uitbundig applaus met staande ovatie toe: “Kippenvel”. En hij had gelijk.

Met deze sterke recensie verwelkomen we als nieuwe vrije medewerker de heer Philippe Grisar. Welkom bij Klassiek Centraal !