Het Franse liedgenre was nooit echt populair te noemen, zeker niet als we gaan vergelijken met het altijd durende succes van het Duitse equivalent. Zo komt het dat bijna elke liedzanger het Duitse repertoire op de podia brengt en maar zelden het Franse aan bod laat komen. Marie-Nicole Lemieux pakt het anders aan.

Het Franse liedgenre was nooit echt populair te noemen, zeker niet als we gaan vergelijken met het altijd durende succes van het Duitse equivalent. Zo komt het dat bijna elke liedzanger het Duitse repertoire op de podia brengt en maar zelden het Franse aan bod laat komen. Marie-Nicole Lemieux pakt het anders aan.

Maandagavond 2 maart was de goedlachse Canadese zangeres te gast in De Munt in Brussel. Voor een maandagavond was de operazaal behoorlijk gevuld met publiek. Publiek dat helaas al te veel dacht zich ook eens te moeten laten horen en vlak voor het einde van élk lied – lees dus letterlijk élk lied ! – een hoestbui ten beste gaf. Dit ergerde Marie-Nicole Lemieux op het einde zo fel dat ze het publiek toeriep: “Hoest nu maar even lekker door, ik ga wat water drinken. Komaan, hoest nu maar!”… Tja, het was een organisatie van Bozar en Bozar wordt al jaren getergd door mensen die zich kenbaar maken door hun hoest. Onbeleefdheid ten top en die slechte mentaliteit van het publiek aldaar wil maar niet wijzigen. Het is meer dan bewonderenswaardig dat de zangeres dit redelijk van haar kon afzetten en met haar gekende flair, mimiek en altijd hartelijke en verwarmende moederlijke lach volledig ging voor de muziek en het deel van het publiek dat kwam luisteren zonder zelf te hoesten. Gelukkig nog steeds de meerderheid van de aanwezigen.

Frans repertoire met Fauré, Hahn en Kœchlin

Gabriel Fauré (1845-1924) is de bekendste naam van de vier Fransen waar Lemieux ‘le mieux’ uit zijn liedrepertoire bracht. Vijf liederen ‘cinq mélodies de Venise’ op teksten van de Franse zwaar karaktergestoorde poëet Paul Verlaine (1844-1896) die ondanks of net door zijn onmogelijk karakter wondermooie teksten schreef die er om vragen op muziek gezet te worden. Dat is wat Fauré deed. En hoe ! Elk lied heeft een zeer eigen gemoedsuitdrukking. Lustig en vrolijk, diepzinnig, uitgelaten en breed, smekend en biddend of puur zelfbeklag. Lemieux wordt de tekst en de muziek en toont het ons via een levendige mimiek, sprekende ogen en ja, natuurlijk, door haar bijzonder sterke tekstbeleving verheft ze de al sterke compositie tot een hogere dimensie.

Dat doet ze ook met een eenvoudigere liederen van Reynaldo Hahn (1874-1947) waar ze ook weer de kern uit filtert en die zeer knap weet te duiden door haar interpretatie. We horen opgetogen onschuld tot droef afscheid in het eerste lied, gaan over de vraag ‘is er uitzicht?’ en een klagend/vragend lied tot het geliefd met een vrolijke noot. Het is geen echt grote muziek te noemen, maar Lemieux weet niemand minder dan haar pianobegeleider Roger Vignoles, die heel de tijd bescheiden de aandacht van zich afwendt zodat de zangeres centraal staat, het publiek te boeien.

Net als de liederen van Hahn zijn deze van Charles Kœchlin ((1876-1950) niet veel te horen, noch zijn het geniale werken, maar opnieuw verheffen zangeres en pianist de muziek door hun hoogstaande kwalitatieve presentatie.

Duits repertoire met Schubert en Wolf, aangevuld met de Rus Rachmaninov

Franz Schubert (1797-1829) was, is en blijft (waarschijnlijk) de eeuwige grootmeester van het Lied al mag je Hugo Wolf (1860-1903) een rechtmatig opvolger noemen. Andere invulling van het Lied krijg je met de werken van Sergei Rachmaninov (1873-1943) wiens liederen aanleunen bij opera-aria’s.

Heel de avond staat in het teken van gemoedsvertolkende liederen. Het is dus ook niet anders met de Schubertliederen die Marie-Nicole Lemieux met een zeer mooi Duits verhaalt en opnieuw ondersteunt haar mimiek de muzikale finesse die Schubert zo tekent. Dat het nu een lied is dat ondergang vertolkt, gemis, humorvolle pittigheid of het zuiverste verlangen, samen met Roger Vignoles weet onze zangeres het publiek te bekoren. Kleinere dingen des levens en eenvoudigere gevoelens maken de inhoud uit van Wolf zijn liederen. Moet het nog gezegd dat ook hier het duo dat vanop het podium de muziek dient, er vier juwelen van maakt?

Afsluiten – althans het officiële programma – doen de pianist en de zangeres met Rachmaninov. Lemieux is duidelijk Russische dictie gaan volgen. Haar uitspraak is perfect. Uit de liederen straal passionele kracht en Lemieux kan haar volledig laten gaan. Het volume van haar stem is gegoten voor deze weemoedige liederen waar we de pianist graag wat voller aan het werk hadden gehoord.

Het publiek dankte met een heftig applaus en kreeg daarvoor drie bisnummers waarvan de laatste niet beter kon gekozen worden. Lemieux droeg dat bisnummer op aan een 94-jarige aanwezige die haar sinds haar eerste prijs op de KEW Zang 2000 volgt. “Il est si amoureux” en voor hem, maar ook voor het voltallige publiek, zong ze het lied dat ik bij mijn afscheid aan deze wereld wil horen: “An die Musik”, tekst van Franz von Schober (1801-1882) en muziek van Franz Schubert.