De Vierde van Bruckner, zijn ‘Romantische’, meesterlijk getemd  door Ivan Fischer en zijn Budapest Festival Orchestra

Meer dan 10 jaar nu al komt dat orkest naar Brugge. Het moet bijna een liefdesrelatie zijn, die band tussen het Concertgebouw en Ivan Fischer. Geen goedkoop orkest, zo bleek indertijd,  maar het Budapest Festival Orchestra vond de biedprijs te doen, en nog meer de ontvangst en bovenal het enthousiasme van het jonge team en het Brugse publiek. En zo bleef het orkest jaar na jaar komen. Vorig jaar nog met Mahler, nu met een gevarieerder programma, Mozart en Bruckner.

Eerst een pianoconcert van Mozart, nr. 22 KV482. Hij schreef het op één dag, voerde het zelf uit en zijn orkest speelde het op prima vista, op ’t eerste zicht, zo ging dat toen. De Pools-Canadese pianist Emanuel Ax en het Budapest orkest speelden het al meermaals, maar de piano die nu op scène staat is dit keer die rechtsnarige concertvleugel van pianobouwer Maene, met die weelderige klank. De solist dialogeert met de fluiten, hoorns, fagotten, trompetten én de twee klarinetten die Mozart verkoos boven de gebruikelijke hobo’s. De componist was 29 toen hij het schreef, Ax is dubbel die leeftijd. Maar onvermoeibaar – het is het langste pianoconcert dat Mozart schreef – sprint hij virtuoos naar de spetterende finale. Opdracht schitterend volbracht.

Bruckner, dat is van een andere orde. Niet alleen omdat er nu 6 contrabassen op scène staan in plaats van drie en veel meer strijkers en nog meer kopers. Hier zullen klanken tegen bergenwanden  aan botsen en eindeloos weergalmen. Wagner was de uitvinder van de unendliche melodie, maar Bruckner dan toch van de unendliche blokken melodie of zo je wil, repetitieve massieven en die altijd opnieuw, continu, keer op keer, tegenover en achter elkaar zettend. Zijn vierde begint met een eenzame hoorn en zacht zinderende strijkers die uiteraard crescendo gaan.  Je kan begrijpen dat hij vond dat zijn muziek nooit af was, altijd beter kon, meerdere versies kreeg. Kon hij dan nooit stoppen, denk je soms. En dan die dynamiek, dat volume. De orkestratie lijkt soms in filegolven geschreven, hoogtes en laagtes, met heftig klimmen en diep dalen, zoals in zijn Oostenrijkse Alpen. Een meester van de herhaling. Bij het begin van het scherzo is mijn eerste gedachte altijd: daar gaan we weer.

Ooit schreef ik, toen ik Herreweghe die Vierde hoorde en zag dirigeren in Bozar een paar jaar geleden: “Hoe kan zo’n fijnzinnig iemand zoiets bombastisch dirigeren”. Zonder twijfel is ook Ivan Fischer een fijnzinnig iemand. En blijft die muziek nu bombastisch klinken? Nee, ze is bijwijlen zelfs lieflijk. Maar meestal volumineus en krachtig, dat wel! Met inzet van alle middelen gaat het orkest tekeer,  met alle kopers aanwezig. Hoorngeschal alom dat klettert en spettert tegen de bergflanken en zich in kleur en klank  bijna woest een weg baant door de paden  en kronkels van  Bruckners geliefde Alpenlandschap. Voortdurend aanzwellend met oppermachtige en dreigende klankmassa’s. Wie onweer in de bergen heeft meegemaakt weet wat dat betekent.

Luister naar de finale. Van de meerdere versies die hij van dat laatste stuk schreef,  kregen we hier een mix van de tweede en derde versie. Monumentale muziek met ook hier weer die gedachte die onweerstaanbaar bij me opkomt: “und kein Ende”. Maar als dat einde  er dan toch komt, is het er een waarvoor je valt als een blok. Ivan Fischer kreeg met zijn orkest die mystieke brok geweld probleemloos getemd.


  • WAT: Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), Pianoconcerto nr. 22, KV482; Anton Bruckner (1824-1896), Symfonie nr. 4
  • WIE : Budapest Festival Orchestra, dirigent, Ivan Fischer, pianist Emanuel Ax
  • WAAR : Concertgebouw Brugge
  • WANNEER : vrijdag 17 mei 2019
  • FOTO’S: © Akos Stiller, Lisa Marie Mazzucco