Al langer volgen we met Klassiek Centraal in de mate van het mogelijke de knapenkoren. We weten dat we tekort schieten bij andere projecten in de klassieke muziek waar kinderen actief bij betrokken zijn, maar klassieke kinderkoren zijn meer dan wat ook een ideale vorm om kinderen op hoog niveau actief aan muziek te laten deelnemen en ze levenslang van klassieke muziek te laten genieten, al dan niet als professioneel muzikant.

Al langer volgen we met Klassiek Centraal in de mate van het mogelijke de knapenkoren. We weten dat we tekort schieten bij andere projecten in de klassieke muziek waar kinderen actief bij betrokken zijn, maar klassieke kinderkoren zijn meer dan wat ook een ideale vorm om kinderen op hoog niveau actief aan muziek te laten deelnemen en ze levenslang van klassieke muziek te laten genieten, al dan niet als professioneel muzikant.

Hij wist het, kanunnik Michaël Ghijs, dat de jonge musicus David De Geest zijn gedoodverfde opvolger moest worden om te realiseren wat hij zelf niet meer kon, en om zijn collegekoor, de Schola Cantorum Cantate Domino, kortweg Cantate Domino, terug tot de Europese top der knapenkoren te laten behoren. Voorwaar, een ei koken is eenvoudiger dan dergelijk taak – een wensdroom al dan niet uitgesproken – te vervullen. We hoorden eerder al tijdens concerten de afgelopen jaren dat Ghijs wel degelijk de juiste keuze had gemaakt.

Engels of Vlaams

Het koor werd per concert mooier klinken, rijker, gevulder. Je voelde ook dat De Geest geschoold werd in Engeland en het koor kreeg iets van die o zo typische klank van de overbekende Engelse knapenkoren. Dat was mooi maar het was toch anders dan die oeroude ‘Vlaamse stijl’ die onze bijna volledig uitgestorven knapenkoren eveneens typeerde. David De Geest had niet de luxe om uit zijn herinnering als knaap dat klankbeeld wakker te maken omdat hij te jong is om deze koren nog in volle glorie gehoord te hebben tenzij het Antwerpse Kathedraalkoor misschien dat intussen gemengd is en door het vermengen van meisjes- en jongensstemmen van kleur veranderde (let wel, dit koor is nog steeds absolute top en je moet dit kathedraalkoor echt gaan beluisteren!).

Men zegt nogal gauw: “Het zit in de genen”. Welaan, ik denk dat die Vlaamse knapenkorenklank in onze genen zit. Hoe David De Geest het deed om op een jaar tijd de Engelse schoolse klank weg te werken om ‘zo ineens’ die eigen Vlaamse kleurenpracht naar voor te toveren met zijn knapen en jonge mannenstemmen, lijkt wel een wonder. Ik zong nog in zo een koor, meer dan 40 jaar geleden (oei, de jaren beginnen te tellen?) en ik kende ook nog het beroemde kathedraalkoor van Mechelen en het eveneens Mechelse Onze Lieve Vrouwenkoor (toen nog alleen knapen) die net als ‘mijn’ koor, het Sint-Romboutsknapenkoor of dat van bijvoorbeeld het Sint-Lievenscollege in Antwerpen (en zo kunnen we doorgaan) die heel typerende eigen tegelijk ingetogen en jubelende kleur hadden. Het is die kleur, die soms zo aangrijpende, emotionerende klank die David De Geest heeft weten te bereiken. Meteen begrijp je waarom zovele mensen tijdens de concerten ontroerd waren en waarom je zelfs tranen zag rollen.

Haydn in première

Er worden nog steeds composities ontdekt die een hernieuwde of echte wereldpremière kennen. Een van die ontdekkingen werd gedaan in het jaar 2000 en uitgegeven door Allan Badley: de Missa Pastoralis van Johann Baptist Vanhal (1739-1831). Een andere ontdekking gebeurde in 2003: de Missa Solemnis van Joseph Haydn (uitgegeven bij Friedrich Hägele & Mario Schwarz). David De Geest bestudeerde de partituren en ja, hij zou ze opvoeren tijdens de jaarlijkse Jubelconcerten. Wij gingen luisteren naar het laatste van de vijf concerten in de Onze Lieve Vrouwekerk van Lebbeke, een kleinere kerk met een akoestiek gemaakt op maat van het koor en het begeleidende barokorkest Aspetti Muscicali.

Vanhal zijn Missa Pastoralis is pastoraal, zo mag je het echt wel zeggen. Bekerend, braaf, verheerlijkend, ingetogen en aanbiddend. Ze is niet geniaal, maar je voelt wel dat Vanhal zeer dicht bij zijn vrienden Haydn en Mozart stond. We zouden het geloven, mocht ontdekt worden dat een van die twee geniale reuzen hier en daar de pen van Vanhal even vasthield of hem zeker richtlijnen gaf.

Het genie van Joseph Haydn valt hoe dan ook meteen op als je hem na die behoorlijk goede middelmaat van Vanhal hoort. De toonzetting, de muzikale eisen, de harmonisering en noem maar op overstijgt in elke maat het werk van Vanhal. Wat een geluk dat deze Missa Solemnis van onder het stof werd gehaald en niet tussen het oud papier belandde! Deze mis is een juweel aan de kroon van Haydn en we mogen hopen dat ze nog veel uitgevoerd mag worden.

Koor, orkest en solisten

Je hebt begrepen dat ik de koorklank uitmuntend vind. Op dit concert was er veel vuur, veel forte en fortissimo, enthousiasme tot en met. Je voelde dat David De Geest gelukkig is, blij, verrukt zelfs – en dat mag! – met de klankkleur die zijn koor in de vijf jaar dat hij het koor leidt, bereikte. Die jubelklank kracht bijzetten mag, maar opgelet toch wel dat je je daar niet in verblindt. Soms had ik iets meer frasering gewenst, wat meer intimiteit, vooral bij Vanhal want de Haydnmis is grotendeels triomfantelijk, een echte Missa Solemnis. Haydn heeft ook zeer tekstbewust gecomponeerd en is bijvoorbeeld in zijn Agnus Dei devoot en als het ware maagdelijk, sober en nederig.

Het koor en orkest (soms wat onzuiver bij de eerste violen) volgden heel precies en samen met de solisten, Nora Khallouf (sopraan), Kristien Vercammen (alt), Bart De Kegel (tenor) en Kristof Van Huffel (bas) zorgde dit voor een niet te vergeten muzikaal feest. Van Huffel had de moeilijke taak in te springen voor dit laatste concert. Hij is niet echt een solozanger maar hij kweet zich eervol van zijn taak (eerder beperkte taak, in Vanhal met moeite een volle zin en ook in Haydn was er geen grote solo voorzien. Was er gebrek voor beide componisten aan een waardevolle bariton of bas toen ze hun mis componeerden?).

Oud-koorknaap Bart De Kegel is de trouwe tenor van dienst bij zowat alle concerten van Cantate Domino. Hij zette zelf ook al veel jongens aan om in het koor te gaan en met zijn goedlachs enthousiasme weet hij zijn zangstudenten en anderen de volle moed te geven door te gaan. Hij heeft voor deze muziek het perfecte stemtype en mede dankzij zijn muzikaal inzicht en techniek schonk hij niets dan genot. Alt Vercammen volgde in dezelfde lijn en het is goed dat deze zangeres opnieuw het podium opzoekt. Nog even en haar stem is terug helemaal present voor het grote repertoire. Op te volgen dus.

Wie met haar présence en zang de harten het meest deed smelten was de sopraan Khallouf. Beide missen hebben ook voornamelijk breder uitgesmeerde partijen voor sopraan solo. Khallouf nam de gelegenheid te baat om met de nodige muzikaliteit en intelligentie haar stem precies te laten klinken zoals ze wenste.

Het concert sloot af met het ‘volkslied’ van Lebbeke, een fraai, zoeterig laat-romantisch Marialied ter ere van het miraculeuze Lieve Vrouwebeeld van de gemeente, gezongen door het koor, de solisten en het publiek en begeleid door het orkest. De verdwijnende Maria-devotie werd even opnieuw in haar oude glorie hersteld.

Ondanks net achter mij een 6-tal mensen zaten die onophoudelijk moesten praten (ik hoorde hen te luid fluisteren bij de Haydnmis: “Dit lieke zal wel korter zijn dan dat van daarjuist he”) die dan nog elkaar met hoestbolletjes gingen bedelen die ze smakkend opknabbelden (ik werd zowaar net niet razend) en dus het festijn met hun ongepast gedrag verstoorden, kon ik, meer dan voldaan, naar huis keren, de mooie klanken nog uren later nog in het oor.