In het kader van “Podium Jonge Musici” trad Cello8ctet Amsterdam op in de Muziekstudio van deSingel in Antwerpen op maandag 21 januari. Niet alleen de naam is origineel, met het achtje in het midden dat doet denken aan een cello, maar ook de samenstelling van het ensemble met liefst acht cello’s en het groot aandeel hedendaagse muziek.

Het gezelschap begon weliswaar vrij traditioneel met twee dansen van de Spaanse componist Manuel de Falla (1876-1946): Danza del Molinero uit El Sombrero de Tres Picos en Danza española uit La Vida Breve, beide oorspronkelijk voor orkest maar uitstekend bewerkt door Nico Ravensteijn. Aan Spaanse gloed ontbrak het zeker niet. De aanwezigheid van een Spaanse celliste in het ensemble zal daar wellicht niet vreemd aan zijn. Dit was duidelijk niet zo maar een gezelschap: ze meenden ook echt wat ze speelden.

Een ingetogener sfeer vinden we terug bij de “O-Antiphonen” van Arvo Pärt (°1935). Deze 7 antifonen worden normaal gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december en beginnen alle met de uitroep ‘O’. Maar Pärt ontdeed de Sieben Magnificat Antiphonen van tekst en bewerkte ze voor het octet. De meditatieve klanken die Cello8ctet uit hun cello’s toveren zijn indrukwekkend: het ensemble klonk soms zelfs als een groot orgel.

De hedendaagse Nederlandse componist Fant de Kanter (°1969) schreef Chasing Planes/Placing Chains speciaal voor het octet. Dit werk heeft iets aanstekelijks met ritornello’s in de vorm van pulserende ritmische patronen, afgewisseld met lyrischer passages. Het duet van de twee cello’s die uiterst links en rechts zaten, werkte perfect. Geen wonder dat dit werk met groot succes ontvangen werd toen het in première ging in Californië.

Silouans Song, opnieuw door Pärt speciaal voor het octet bewerkt, heeft door zijn homoritmie een hypnotiserende uitwerking op de luisteraar, een verwijzing naar de mystieke traditie van de Russisch-Orthodoxe kerk.

Philip Glass (°1937) heeft het octet carte blanche gegeven om zijn muziek te bewerken. Symphony for 8 is daarvan een goed voorbeeld. De meester van de “Minimal Music” speelt het telkens klaar om vanuit de herhaling van minimale motieven een interessante compositie te toveren. Juist door die vele herhalingen en kleine verschuivingen is dit voor een ensemble altijd een hele opgave, maar Cello8tet Amsterdam speelt deze Symphony met veel overtuiging en concentratie.

De Franse componist Nicolas Bacri (°1961) bevond zich in de zaal. Zijn Meditatie op een thema van Beethoven op. 94 is oorspronkelijk een werk voor 4 cello’s dat bestaat uit 4 delen, waaronder een fuga. Het stuk evolueert van donker naar licht want enkel op het laatste hoort men het thema van Beethoven. Men kan het ook vergelijken met een puzzel waarvan de stukjes geleidelijk aan één geheel vormen. De componist kreeg na de uitvoering een verdiend applaus.

Als laatste op het programma stonden twee delen uit Las Quatros Estaciones van Astor Piazzolla (1921-1992): Zomer en Herfst. De Tango Nuevo met zijn elementen van klassiek, jazz en tango doet het goed bij het octet, dat het publiek meesleept met glissandi, ritmische percussies op het instrument of  zelfs door het uiten van kreten. Een uitbundige afsluiter van een enthousiast en professioneel spelend octet dat alle lof verdiende van het dankbare publiek.