Cecilia Bartoli was weer in het land en het was feest. De grote zaal van Bozar zat opnieuw afgeladen vol met extra rijen stoelen op het podium. Daar nam eerst La Scintilla plaats, het ensemble gespecialiseerd in oude muziek, waarmee Bartoli geregeld optreedt.

Maar geen oude muziek dit keer evenmin een programma opgebouwd rond een bepaalde componist of thema maar een bloemlezing uit het repertoire van Cecilia die bovendien het gezelschap kreeg van een jonge Zuid-Afrikaanse tenor met de fantasierijke naam van Sunnyboy Dladla.

Mozart, Rossini en Donizetti waren de componisten. Fiordiligi, Angelina en Desdemona zijn personages die Cecilia Bartoli meer dan eens overtuigend op het toneel gestalte gaf. Adina uit Donizetti’s “L’elisir d’amore” was nieuw maar kwam fris tot leven in het duet “Una parola, o Adina” waarin Sunnyboy Dladla de verliefde Nemorino was. De jonge tenor, die carrière maakt in Duitsland , liet een mooie, lichte stem horen, kon nuanceren en was een geëngageerde partner. Solistisch vertolkte hij aria’s uit Mozarts “Cosi fan tutte” en “La cenerentola” en “Il barbiere di Siviglia” van Rossini en deed dat met stijl en de nodige virtuositeit. Met Bartoli vertolkte hij nog  duetten uit “Cosi fan tutte” en “La cenerentola” en bewees zich een waardige partner die weliswaar nog kan groeien.

Cecilia in een mooie hemelsblauwe jurk zong Angelina’s “Nacqui all’affano…Non piu mesta” uit “La cenerentola” met tederheid en haar vertrouwde virtuositeit. De coloraturen werden opnieuw moeiteloos en zuiver aan elkaar geregen, werden  niet als een knetterend salvo de zaal ingestuurd zoals in het verleden wel eens het geval was, maar waren een subtiel maar nog altijd spetterend vuurwerk . Innigheid en ontroering legde ze in Desdemona’s “Assisa al piè d’un salice” uit Rossini’s “Otello” een fragment vertolkt met superbe stembeheersing ,terecht met een spontane “brava” uit het publiek bekroond. Toen had ze haar hemelblauwe jurk al verwisseld voor een wit gewaad met blauwe versieringen. Maar dat verdween volledig onder het sjofele schortje waarin ze als Assepoester, gewapend met een veegborstel, het duet “Tutto è deserto” uit “La cenerentola”  presenteerde samen met Sunnyboy Dladla die voor de gelegenheid (hij stelt immers de als knecht verklede prins voor) in zijn hemdsmouwen optrad. Grote hilariteit en soms wat aanvankelijke verwondering bij het minder vertrouwde publiek dat toch duidelijk genoot van dit toneeltje waarin ook opnieuw fraai gezongen en leuk geacteerd werd. Groot succes, staande ovatie en bloemen en drie ongewone bis-nummers waarin Cecilia telkens haar partner betrok : Rossini’s “Kattenduet” , “Lippen schweigen” met bijbehoren walsje uit “Die lustige Witwe” van Lehar en het  “Brindisi” met champagne uit Verdi’s “La Traviata”.

Een prima donna show? Misschien maar toch een met kwaliteit en prima invulling, mooi begeleid door het orkest aangevoerd door Ada Pesch, door Bartoli altijd in het applaus betrokken.

Tot volgend jaar?