Het nieuwe concertprogramma van Cecilia Bartoli dat tegelijk als cd-opname verscheen is opnieuw het resultaat van grondig opzoekingswerk. Een fantastische zangeres als Cecilia Bartoli kan het zich permitteren een onbekend componist als Agostino Steffani onder de aandacht te brengen: hoe dan ook succes verzekerd, terwijl zo’n programma gebracht door een doorsnee-zanger waarschijnlijk gewoon door de mazen van het klassieke net zou glippen.

Dergelijk researchwerk pleit alleszins ook voor de wetenschappelijke ernst waarmee Bartoli haar carrière aanpakt, maar dat wisten we al.

Haar vorige project Sacrificium met een ontginning van het castraatrepertoire was daar een hoogtepunt in, en blijft dat voor mij eigenlijk nog na deze cd/concert. Net zoals bij Sacrificium wordt de aandacht geprikkeld door een uitdagende en opvallende affiche/cd-cover, die ik eerlijk gezegd ook wat weerzinwekkend vind. Een kale in priestertoga gehulde Bartoli houdt vroom-deemoedig de hand op de borst of kijkt u met dreigend kruis aan. Uit de bijzonder bewogen en drukke diplomatenloopbaan van Steffani wordt zijn priesterschap gelicht als inspiratie voor de foto.

De start van de carrière van Steffani (1654-1728) was typisch voor een barokmuzikant: hij begon als koorknaap in Padova maar als twaalfjarige komt hij aan het hof van München terecht. Hij verblijft vooral aan Duitse hoven als componist maar wint als diplomaat ook het vertrouwen van zijn broodheren en hij krijgt steeds meer belangrijke missies (“Mission” is de titel van de cd). Ook in dienst van de kerk en voor het Vaticaan heeft hij gewerkt. Het is verbluffend wat die man in zijn tijd afgereisd heeft, in Duitsland maar ook heen en weer naar Italië, Parijs, Den Haag en Brussel. Ondertussen componeerde hij opera’s, cantates, motetten en instrumentale stukken. In de latere jaren slorpte zijn werk als diplomaat hem zodanig op dat hij nog maar enkele grote werken schreef, onder andere een grandioos Stabat Mater.

Uit zijn oeuvre heeft Bartoli een bloemlezing van virtuoze aria’s samengesteld. Het concert zondag in Bozar zette na een korte instrumentale ouverture in met een vurige aria waarmee Bartoli het toneel opstormde en met haar levendige présence het publiek meteen in de ban had. Zo kon ze zich in haar tweede aria wat van een rustiger kant laten zien, want die getuigde van verfijnd sentiment. De melancholie ervan vertolkte Bartoli aangrijpend en tegelijk met de graad van stembeheersing waarin ze haast uniek is. Op die manier was het hele concert opgebouwd: levendige aria’s wisselden af met meer emotioneel geladen stukken. Steeds leefde Bartoli zich helemaal in en vond nu eens de toon voor lichte ironie (Palpitanti sfere belle), dan weer voor uiterste vertwijfeling. (Ove son?…Dal mio petto). Een woord als “dolor” kan nauwelijks nog pijnlijker klinken als uit de mond van Bartoli.

Daarbij slaagt Bartoli erin het talrijk opgekomen publiek te bespelen als populaire vedette, zonder zichzelf te verloochenen voor de echte vocale liefhebber, een tactiek die slechts weinig zangers in het klassieke circuit zo onvervalst beheersen. Bartoli verliet de scène niet als het orkest een instrumentaal stuk speelde, wat een sterke betrokkenheid tussen alle uitvoerders accentueerde en het concert een leuke eenheid gaf. Agostino Steffani is trouwens bekend voor zijn prachtige duetkunst, niet alleen tussen stemmen, maar ook tussen instrumenten en tussen instrument en stem. Bartoli illustreerde dit enkele keren als ze in dialoog ging met om beurt de trompet, slawerker (klokjes), hobo en blokfluit van het Kammerorchester Basel.

Het orkest (dat me eerder dit seizoen ontgoochelde als begeleiding van het concert met Villazon in het Klarafestival) concerteerde hier met gepaste vinnigheid en vooral met aandacht voor de effecten/affecten die Bartoli in de  barokaria’s legde. In haar bisnummers greep ze terug naar (een superieure) Händel en bracht het publiek tot dolheid met de vertolking van Lascia la spina, colga la rosa (uit Il trionfo del tempo e del disinganno), de aria die Händel later in Rinaldo “hertekste” tot haar beroemde versie Lascia, ch’io pianga. Zo slaagde Bartoli er nog maar eens in op het podium te staan als een grandioze artieste die coloratuur-vuurwerk brengt, maar tegelijk als een stemfenomeen dat uiterste respect en bewondering verdient voor haar souplesse en subtiliteit.