*** Brussels Philharmonic trapte met een thuismatch in Flagey haar nieuwe seizoen af. Met zowel Le Sacre du Printemps op het programma, als Renaud Capuçon die de rangen kwam vervoegen, hoopte het orkest meteen te scoren.

De seizoensopener was groots aangekondigd als Le sacre du printemps en nieuw werk van Guillaume Connesson. Als dat je pitch is, is al de rest van je programma bladvulling. Het werk van Vaughan Williams was niet meer dan een goedkope publieksopwarmer, om iedereen gunstig te stemmen voor het dissonantere nieuwe vioolconcerto van Connesson. Op zo’n werk is ook weinig aan te merken. Maak geen gigantische uitschuivers en je kan er eigenlijk niks mee mis doen.

Het nieuwe vioolconcerto van Guillaume Connesson was wel bijzonder interessant. Qua stijl ergens op het kruispunt tussen Stravinsky en Copland, en daardoor ook een perfecte brug tussen het populaire openingswerk en de latere Sacre. Ondanks de drijvende ritmiek en de snerpende vioolsolo’s van Renaud Capuçon loodst de componist je vlot mee in een Boeddhistisch verhaal over Shangri-La. De oosterse percussie was bij momenten iets te gratuit, maar Connesson bouwde in z’n werk vooral een goede spanningsboog op en slaagde erin iedereen geboeid te houden. Niet in het minst omdat hij het beste uit Renaud Capuçon naar boven haalde.

Nochtans was de ster van de avond bijzonder nonchalant begonnen. Viool losjes in z’n hand stond hij vooraan te wachten tot hij kon starten. Bijna verveeld, als hij niets te spelen had. Die nonchalance zit ook in z’n speeltechniek. Hij wervelde zonder problemen door z’n partij, maar doet het er dan ook allemaal zo moeiteloos uitzien. Je kan je ergeren aan die quasi gemakzuchtigheid, maar het siert een artiest dat hij dit soort werk er zo poepsimpel kan doen uitzien.

Bloed, zweet en tranen

Toevallig was die perceptie van de muzikanten ook belangrijk bij Le Sacre du Printemps. Een werk waarbij het bloed, het zweet en de tranen uit de muziek spatten. Als je vioolsectie zich dan stokstijf door haar partij werkt, heb je het werk niet goed begrepen. Zeker tijdens de Augures Printaniers kwam de gesyncopeerde energie van het werk niet ten volle tot uiting. Daarvoor had ook de fagot zich al veel te snel door zijn openingsmaten gewerkt. De langgerekte klaagklanken van de openingsmaten kwamen niet tot hun recht.

Na zo’n dubbele valse start ben je eigenlijk al gediskwalificeerd. Hoewel de muzikanten wel groeiden in het stuk, kwam de verwachte extase nooit. De decibels namen dan wel toe, maar het bleef ontbreken aan vitaliteit. Volgende keer toch iets vroeger uit vakantie terugkeren. De drie sterren zijn vooral voor Connesson, die probleemloos kon opboksen tegen een icoon van de moderne muziek.


  • WIE: Brussels Philharmonic, Vlaams Radiokoor & Renaud Capuçon
  • WAT: Le Sacre du Printemps, Le Roi des Étoiles (Stravinsky), Concerto pour Violon (Connesson), Serenade to Music (Vaughan Williams)
  • WAAR: Flagey, Brussel
  • WANNEER: vrijdag 14 september 2018
  • FOTO: © Wouter Vaerenbergh