Het jaarlijkse festival Musica Antiqua in Brugge, sinds enkele jaren bekend met de verkorte naam MA-festival, kreeg dit jaar bovenstaand motto mee. Behalve een serie uitgelezen concerten is er telkens ook een wedstrijd en dit jaar richtte die zich tot instrumentale solisten. Bij het schrijven van dit stukje zijn de finalisten bekend: Lucile Boulanger (viola da gamba), Anne Freitag (traverso), Myriam Rignol (viola da gamba) en Toru Yamamoto (cello). Na het slotconcert op 15 augustus werd de winnaar bekend gemaakt. 

Het jaarlijkse festival Musica Antiqua in Brugge, sinds enkele jaren bekend met de verkorte naam MA-festival, kreeg dit jaar bovenstaand motto mee. Behalve een serie uitgelezen concerten is er telkens ook een wedstrijd en dit jaar richtte die zich tot instrumentale solisten. Bij het schrijven van dit stukje zijn de finalisten bekend: Lucile Boulanger (viola da gamba), Anne Freitag (traverso), Myriam Rignol (viola da gamba) en Toru Yamamoto (cello). Na het slotconcert op 15 augustus werd de winnaar bekend gemaakt (zie rubriek Wedstrijden).

Ik had het plezier het eerste weekend van het festival mee te maken en het Festival zelf sprak in zijn nieuwsbrief terecht van een geslaagd startweekend. Het openingsconcert in het Concertgebouw was een optreden van de Academia Montis Regalis met als solisten Roberta Invernizzi en Robin Johannsen, sopranen, Martin Oro, alt, Markus Brutscher, tenor en Antonio Abete, bas. Dirigent was Alessandro de Marchi. Het kreeg als titel I Vespri Carmelitani omdat het muziek verenigde die begin 18de eeuw geschreven werd door twee vooraanstaande barokcomponisten voor de kerkelijke diensten van de Karmelieten in de Santa Maria di Montesanto in Rome. Die componisten waren niemand minder dan Georg Friedrich Händel en Antonio Caldara. Het ensemble speelde met knappe precisie en de Marchi slaagde erin het tempo ingetogen te zetten zonder aan levendigheid in te boeten. Vooral in het kernstuk van het concert, Dixit Dominus van Händel klonken de solisten virtuoos en de Marchi legde een mooie spanning in het werk maar toch werd ik er niet diep door aangegrepen. Dat was wel het geval in het Salve Regina van Händel. Roberta Invernizzi ontgoochelde in het eerste stuk van Caldara waarin haar stem metalig koud klonk, terwijl ze in het Salve Regina haar mooie timbre leek terug te vinden. Sopraan Robin Johanssen was een ontdekking voor mij, een ronde warme en innemende stem. Dit concert toonde eens te meer dat de Marchi met dit schitterende ensemble van verbluffende instrumentisten een vooraanstaande plaats in het barokrepertoire inneemt. Het concert begon met een stukje plainchant dat een intense aandachtstrekker was voor een concert met kerkelijke muziek maar de herhaling van een gregoriaans stukje op het einde viel in het niets na de barokke klanken. Mislukte poging om de cirkel rond te maken.

Het zaterdagavondconcert in de Onze-Lieve-Vrouwekerk had als thema Song of Songs, een verwijzing naar het Bijbelse Hooglied dat in de Middeleeuwen en vroeg-Renaissance niet alleen religieuze betekenis had maar ook bedekte erotische connotaties kreeg en vandaar een uitgelezen vertrekpunt was voor sensuele lyriek die kon ontsnappen aan preutse censuur. Mariadevotie en sensuele passie verstrengelen zich op een voor de hedendaagse mens bizarre wijze. Het talrijk opgekomen publiek dat in de stromende regen in het portaal stond te drummen om zo snel mogelijk de kerk binnen te geraken kreeg in elk geval een knap concert waarbij er nauwelijks een Song of Songs was die ontsnapte aan de intensiteit van het uiterst geëngageerde vocale ensemble. Loepzuiver en met scherpe dictie zong Stile antico recht op ons gemoed in. Of het lied van Lassus was, Tomas de Victoria of Palestrina het beet zich vast in je ziel, dank zij de supergeconcentreerde zangstijl van het a capella ensemble. Hier had de afwisseling met de plainchant wel zin en gaf het een mooie dynamiek aan het concert. Het Britse ensemble Stile antico bewees zich in Brugge als een topensemble van de oude muziek.

Lissewege is zelfs met plensbuien en dreigende wolken een schattig polderdorp en een verrassende locatie voor een dag vol muziek. Het minifestival van het Mafestival doet het dorp volstromen met muziekliefhebbers die rustig tussen de tijdelijke beeldententoonstelling van de ene locatie naar de andere struinen, genietend van klank en sfeer. Een aparte concertbelevenis, die te midden van de drassige weiden startte in de schuur van Ter Doest. Een unieke plek die met een grote tribune op de zandgrond omgetoverd was tot duistere concertzaal maar toch niet ideaal leek voor een stemmig romantisch kamermuziekconcert met uitgelezen salonmuziek. De geëngageerde protestzangeres Lucilla Galeazzi had me hier beter op haar plaats geleken dan het stemmige Le Quatuor Romantique dat met zijn subtiele instrumenten van piano, viool, cello en harmonium dan ook met luchtvochtigheid en kou te kampen had. Het gekwetter van een hoog fladderende zwaluw kon hen nauwelijks troosten, enkel wat vertederen. Het programma “Schwanengesang” dat het kwartet speelde was een aaneenschakeling van bewerkingen van typisch romantische stukken, vaak geschreven op het eind van het leven van de componist, aangenaam om naar te luisteren en mooi gebracht. Een lied als Ständchen van Schubert of Le cygne van Saint-Saëns leent zich natuurlijk beter voor een dergelijk arrangement dan een orkestraal monument als Karfreitagszauber van Wagner maar het concert zette de toon om met veel zin in muziek de dag verder te zetten.

Het eerste namiddagconcert in de kerk “Ich bin vergnügt mit meinem Glücke” dat rond drie generaties Bach was opgesteld was alvast een voltreffer. Met de sonates van Heinrich Bach en Johann Gottlieb Goldberg boorde het ensemble Les Passions de l’âme nauwelijks bekende instrumentale muziek aan die het met dynamiek en een perfecte samenhorigheid vertolkte zodat het waardevolle ontdekkingen waren. In de vocale fragmenten van Johann Sebastian (Ich bin vergnügt mit meinem Glücke, BW 84) en Johann Christoph Bach (Meine Freundin du bist schön) genoten we van de gave en genuanceerde stem van Ulrike Hofbauer, die haar vocale prestatie perfect liet overeenstemmen met de inhoud van het stuk.

Een grappige spiegeltent met kleurrijke tierlantijntjes was de plek voor het optreden van Lucilla Galeazzi, de voorvechtster van de Italiaanse traditionele volksmuziek die ze vol enthousiasme zingt – soms zichzelf op de gitaar begeleidend, soms begeleid door Davide Polizzotto. Ze staat in het midden van de ronde tent en vertelt tussen de liedjes door waarover het gaat, vertelt levendig en als een echte entertainer over de context en de maatschappelijke en politieke inspiratie. Ze speelt met grapjes in op het publiek en laat hen meedoen. Succes verzekerd. Het doet wat denken aan de geëngageerde optredens van Mistero Buffo indertijd of aan de rondtrekkende muzikanten uit Fellini’s La Strada. Haar stem is niet gepolijst en er zit ondertussen wat sleet op, maar haar bezieling en engagement maken het concert tot een aandoenlijke belevenis, zeker voor italianofielen.

Het laatste concert brengt ons terug naar de ernst van de kerkelijke muziek: Jesu meine Freude. Het ensemble Pygmalion is in 2005 opgericht en concentreert zich vooral op Bach maar de dirigent Raphaël Pichon wil het repertoire uitbreiden van oude muziek tot hedendaags en hij heeft daarom sinds 2007 opdrachten gegeven aan hedendaagse componisten om te experimenteren met het typische klankkarakter van barokinstrumenten. Op het concert kregen we twee hedendaagse werken, een stuk uit 1994 van de Franse componist Philippe Hersant (1948) en een bewerking van Bachs Es ist genug uit 1986 van de Zweedse componist Sven-David Sandström. In het uitgebreide vocale ensemble vielen enkele heerlijke solostemmen op, terwijl het geheel zeker nog aan precisie kan winnen. In het beperkte instrumentale ensemble viel vooral de theorbe van Diego Salamanca op en fagottiste Evolène Kiener. De hedendaagse werken waren ongetwijfeld het ontdekken waard, maar braken door hun repetitieve lengte toch enigszins de barokke Bach-klankeenheid, waardoor het concert uiteindelijk een gevoel van lengte kreeg. Jammer, want het was een mooi optreden en het programma iets beperkter houden op het eind van zo’n lange concertdag had dit ietwat negatieve gevoel waarschijnlijk voorkomen.

Het eerste festivalweekend van MA Brugge heeft ons hoe dan ook een concertweekend opgeleverd vol aangename en boeiende muziekuitvoeringen. Het programmaboekje geeft interessante informatie over inhoud en uitvoerders maar jammer dat de teksten in losse blaadjes moeten toegevoegd worden, bovendien in een formaat dat niet past bij het boekje. Het zijn praktische details die bij volgende edities van het festival misschien makkelijk op te lossen zijn.