De Britse bariton Christopher Maltman hoorde ik recent (juli 2014) in de Royal Opera in Londen als Lescaut, broer van Manon Lescaut in de gelijknamige opera van Puccini. Hij viel daar niet alleen op door zijn soepele tenorale baritonstem, maar ook door zijn spits en natuurlijk acteren.

De Britse bariton Christopher Maltman hoorde ik recent (juli 2014) in de Royal Opera in Londen als Lescaut, broer van Manon Lescaut in de gelijknamige opera van Puccini. Hij viel daar niet alleen op door zijn soepele tenorale baritonstem, maar ook door zijn spits en natuurlijk acteren.

Een liedzanger mag zijn operastijl niet kopiëren naar liedvertolking, merkten we een week geleden nog bij Stéphane Degout, die de liederen te lijf ging als een regelrechte operazanger in het recital in de Munt. Maar als je er de karakteristieken op de juiste manier van meeneemt, kan het wonderen verrichten. Dan brengt een zanger inderdaad op intieme schaal inhoud tot leven.

Dat deed Christopher Maltman in het liedrecital in deSingel. Het recital beperkte zich tot twee componisten: de jarige Richard Strauss en Hugo Wolf, de liedcomponist par excellence. Maltman koos voor een aantal van de Mörike-Lieder en vertolkte ze met de best denkbare inleving. Hij boeit als verteller in een verhalend lied als Fussreise, zingt aangrijpend in een emotioneel Denk es, o Seele, maakt een combinatie van aangrijpend vertellen in het ballade-achtige Der Feuerreiter en bruist in Abschied van ironie zonder daarbij ooit te overdrijven. Zo is het karikaturale van zo’n lied ook echt en spontaan. Vocaal plooit hij zijn stem naar elk detail van de inhoud, zonder te forceren, licht en flexibel. Ook wanneer er even een haperingetje in de keel dreigt, slaagt hij erin het voorzichtig weg te zingen.

Tijdgenoten

Ook Strauss bood een boeiende exploratie van enkele minder populaire liederen, waarbij de virtuoze lyriek van de componist niet alleen geïllustreerd werd in romantische mijmeringen als Heimkehr, maar ook in de sociaal bewogen teksten van Strauss’ tijdgenoten Richard Dehmel en Karl Henckell, zoals het beklijvende Lied an meinen Sohn en Das Lied des Steinklopfers. Roger Vignoles – een uitstekend liedbegeleider – leek in een wat matte dag en we misten de toewijding die we meestal van hem te horen krijgen. De theaterstudio biedt het voordeel dat de zaal intiemer is voor het genre dan de Blauwe zaal waarbij het publiek dan – in geval het niet talrijk is – vaak op het podium moet plaatsnemen, maar misschien is de akoestiek er wel wat droger en dus minder gunstig? Hoe dan ook, een recital waarmee deSingel de liedliefhebber alvast tevreden gemaakt heeft.