Het kan een beetje als een belachelijke woordspeling overkomen, alles wat met het woord minnen te maken heeft en de familienaam Minnaar. Maar als je Beethoven hoort uitgevoerd worden zoals Hannes Minnaar dat doet, dan kàn je gewoon niet anders want de muziek wordt onder zijn vingers beminnelijker dan bij wie ook.

Het kan een beetje als een belachelijke woordspeling overkomen, alles wat met het woord minnen te maken heeft en de familienaam Minnaar. Maar als je Beethoven hoort uitgevoerd worden zoals Hannes Minnaar dat doet, dan kàn je gewoon niet anders want de muziek wordt onder zijn vingers beminnelijker dan bij wie ook.

Het was lopen als gek want het openbaar vervoer… twee uur om 25 kilometer ver te geraken en dan zien dat het al 15.05 uur is als je bij de balie komt aangestormd. Er staan nog mensen? Er is nog niet begonnen? Oef… Hijg! Hijg! Hijg! terwijl ik op mijn stoel ga zitten. Gelukkig een kwartier te laat komen de orkestleden op het podium. Stemmen. Dirigent en pianist komen op het podium. Applaus. Ze nemen hun plaats in nadat ze zijn ingeleid door presentator Kurt Van Eeghem. Wat té veel ‘evenementachtig’ alsof een of andere bekendheid van een simpele TV-soap zwierend de zaal inkomt. Van zijn presentatie hou ik niet echt maar dit terzijde want het mag gezegd: inhoudelijk mag zijn tekst er zijn. We leren weer wat bij.

En dan is het aan Ludwig Van Beethoven. Hij en niemand anders zal deze zaterdagnamiddag de weinig akoestische ruimte van de Elisabethzaal in Antwerpen vullen. De zaal wordt volgend jaar – als de plannen tenminste echt worden uitgevoerd deze keer – afgebroken worden om plaats te maken voor een hypermoderne en miljoenen euro’s verslindende megalomane nieuwbouw. Dat in een tijd waar er voor cultuur en andere noodzakelijke dingen te weinig geld is… Waarom restaureert men de Roma niet grondig? Die zaal is niet alleen inspirerend mooi maar heeft een zeldzaam goede akoestiek. Daar is geen geld voor zogezegd? Wel voor een extreem dure nieuwe, bovendien niet echt nodige zaal? Hallo-o-o… Terug naar Beethoven die ook wel zijn wenkbrauwen zou fronsen bij al dat gegoochel met publiek geld…

Het Pianoconcerto nr. 1 in C opus 15 van Beethoven weerklinkt. Ach ja, je hoort er Mozart nog wel doorheen sluipen maar je hoort nog beter de jonge Ludwig zelf. Het Allegro con brio wordt in een rustig tempo ingezet door dirigent Edo De Waart. Hij laat het publiek niet alleen kennis maken met dit eerste concerto op zich maar ook met het orkest en de instrumenten die dit concerto helpen in een mooie schakering kleur te geven in een harmonisch geheel. Dan valt de piano in. Minnaar pikt perfect in op de visie van De Waart. Hij sluit aan in een lieve, lyrische zetting. Een grote boog wordt getrokken over dit Allegretto con brio en opnieuw krijgen we zo’n boog over het largo. Een wijdse, intimistische dialoog ontspant zich. Heel breekbaar mooi. Minnaar ontbloot Beethovens meeste verborgen plekjes van zijn liefhebbende ziel. De pianotoetsen strelen je oor, het orkest volgt de dirigent die op zijn beurt sterk contact houdt met de pianist. Het Largo wordt uitgesponnen langzaam neergelegd. Wat een finesse. Het Rondo leeft, het huppelt, het is sprankeled. Beethoven ziet het leven zitten en dat horen we. Alle instrumenten, strijkers, koper- en houtblazers en pauken vullen de zaal met een blije Beethoven, een Beethoven die grote bogen eist, een gebonden spel, ook in de staccato’s en zie, we krijgen die Beethoven. Dat hoor te weinig. Ik ben blij dat ik toch koos om dit concert bij te wonen in plaats van de Klaradag in deSingel te volgen. Een zeer moeilijke keuze, je mag het weten maar de kwaliteit van deze namiddag doet me het dilemma vergeten.

We vernemen van de presentator dat Beethovens zevende en achtste symfonie samen werden gecreëerd en dat zowel met de nummering van de pianoconcerto’s als van de symfonieën niet al te nauw is omgesprongen. Ach, het is een detail op zich dat geen afbreuk doet aan de muziek. Ook in zijn zevende symfonie bewijst Beethoven de keizer van het symfonisch werk te zijn. Voor en na hem krijg je niet meer die krachtige persoonlijkheid. Hij overheerst werkelijk alle anderen in dit oeuvre. We zijn er niet boos om, zeker niet als je een symfonie zo hoort uitvoeren. Edo De Waart heeft in zijn lange carrière veel lof gekregen. Wie hem aan het werk hoort weet waarom. Dit is Beethovens zevende, niet die van De Waart. Zoveel respect voor de partituur is klasse. Geen detail gaat verloren, integendeel, De Waart laat het door de instrumentalisten, al dat niet in de solo’s, benadrukken. Je ontdekt hierdoor nieuwe dingen in een werk dat je kan meezingen. Ergerlijk is echter het publiek. Talloze keelschrapers en hoesters antwoorden op elkaar, overal risten papiertjes van hoestpastilletjes of andere snoepjes, dames achter mij kunnen hun bebbel niet houden en herhalen hoe mooi het toch wel is. Ik zou ze een Beethoveniaanse schop onder hun zitvlak willen geven. Het meeste aandacht krijgen de musici van een groep tieners die in de zaal zit en waar elk lid van die groep met volle aandacht luistert. Beethoven spreekt nog steeds de jeugd aan, in een uitvoering als deze kan het moelijk anders.