Vrijdag 28 april 2017 zat Studio 4 in het Flageygebouw afgeladen vol voor een programma dat bulkte van de energie. Aan het hoofd van het Brussels Philharmonic stond de 48-jarige Giancarlo Guerrero, een Costa Ricaan die zijn opleiding kreeg aan de Baylor University, en momenteel verbonden is aan het Symfonieorkest van Nashville in Tennesee.

Het was duidelijk dat vanaf zijn verschijning we te maken hadden met een volbloed en energiek man. Zo pakte hij de Ouverture Het Romeins Carnaval  van Berlioz (1803-1869) aan, en liet het orkest glansrijk schitteren in deze virtuoze opener. Na de pauze gaf hij ons een lezing van het steeds verbazende meesterwerk van de 20ste eeuw Le Sacre du Printemps van Igor Stravinski (1882-1971). Het orkest volgde in goede verstandhouding zijn dirigeerstok, zijn mimiek, zijn lichaamstaal, die afwisselend het wellustige van klank en de grillig onvoorspelbare ritmische patronen van Stravinski haarfijn in goede banen leidde. Een overtuigende lezing was het resultaat dat zich uitte in een onstuimig slotapplaus van een opgetogen publiek.

Maar daartussen was er de creatie van het Concerto voor piano en orkest van Robert Groslot (1951). En het stond daar tussen Berlioz en Stravinski niet zomaar even tussen geprangd om snel te vergeten. Het eiste met brio zijn plaats op tussen deze grootheden. Het werd een beklijvend stuk muziek van iemand, die zich de laatste jaren meer en meer laat gelden als een vooraanstaand componist in Vlaanderen. Na zijn carrière als pianist (laureaat van de KEW in1978), dirigent van Novecento, en zijn multimediale en grafische uitstap, ontgint hij het componeerwerk als nieuwe vorm van expressie van zijn boeiende artistieke persoonlijkheid.

Dit pianoconcerto uit 2010 is in zijn geheel genomen een erg dramatisch werk, dat niettegenstaande zijn ééndeligheid toch een duidelijke meerdeligheid in zich draagt. Na het sombere begin ontwikkelt er zich een hevige dialoog met de verschillende orkestformaties, waarbij percutante helderheid virtuoos wordt uitgespeeld. En al is de dialoog tussen solist en orkest meedogenloos, het eindresultaat is toch een grote osmose tussen de twee hoofdspelers. Een tweede fase is heel wat bedachtzamer, als komt hier enige luchthartige ironie zich mengen, om naar een uitgesponnen cadens te leiden, waarin de pianist zich bijwijlen in een impressionistische kleurenrijkdom klaaglijk kan uitleven. De aansluitende finale neemt de motoriek van het begin over, zonder er een kopie van te zijn, al krijg je als luisteraar wel voldoende elementen aangereikt. De muziekstroom wordt op een explosieve en adembenemende manier naar het einde opgevoerd dat even dramatisch wordt ingevuld als bij de aanvang. Een korte onverwachte zinsnede in de pianosolo brengt verzoening.

Voor dergelijk concerto heb je een kwaliteitspianist nodig, en die vond Robert Groslot in Jan Michiels die met autoriteit, maar ook met aandacht voor datgene wat in het orkest gebeurde, schijnbaar moeiteloos dit aartsmoeilijke pianoconcerto speelde. Het pianoconcerto van Robert Groslot is geschreven door een rasmusicus, die dank zij zijn ervaring weet hoe een orkest kan klinken; weet wat een pianist aankan en de dialoog tussen beiden goed kan inschatten om tot een evenwichtig en boeiend werk te komen dat een intens verhaal vertelt.

En nog even dit: Studio 4 aan het Flageyplein is wel degelijk de best klinkende concertzaal in ons land: Brugge, Gent of Antwerpen moeten de duimen leggen!


  • WIE: Robert Groslot
  • WAT: Creatie van het Concerto voor piano en orkest van Robert Groslot
  • WAAR: Flagey, Studio4
  • WANNEER: Vrijdag, 28 april 2017
  • Foto: m.t.