Nominatie Gouden Label Symfonisch – Terug van weggeweest, zo mag je wel zeggen en schrijven. De teloorgegane Beethovenacademie staat er opnieuw, onder de naam Le Concert Olympique. Jan Caeyers slaagde erin om terug een orkest op de benen te krijgen dat, misschien nog meer dan het voormalige, een Beethovenorkest geworden is.

Jan Caeyers is vandaag de dag zowat dé autoriteit op wereldvlak wat de kennis over Ludwig Van Beethoven betreft. Zijn biografie over Beethoven, die in 2010 een Gouden Label Boek (het eerste van Klassiek Centraal) kreeg, kende in het Nederlands al negen herdrukken en in het Duits is het een ware bestseller. Wat ik toen, in 2010 schreef, is bewaarheid: dit is het standaardwerk over de grote Duitse componist met Vlaamse wortels. “Gij weet niet wat ge zegt, ik ben maar een Vlaming en de Duitsers gaan dat nooit doen”, was zijn antwoord op mijn toen echt dwingende vraag dit boek in het Duits te vertalen. Ze deden het toch en Caeyers wist niet wat er gebeurde. Talloze kranten- en TV interviews, lezingen, concerten en noem maar op volden. Caeyers is meer in Duitsland en Oostenrijk dan in eigen land. We mogen trots zijn op zowel die Ludwig wiens grootvader Louis in mijn stad werkzaam was (Mechelen) en op Jan Caeyers die het intussen ook bracht tot curator van de Stiftung Beethoven-Haus Bonn ter gelegenheid van het Beethovenjaar 2020!

Groots Beethovenconcert zet aanloop naar 2020 in

Ludwig Van Beethoven, in 2020 is het 250 jaar geleden dat dit uitzonderlijk muzikaal genie geboren werd. Hij zou de wereld van de muziek veranderen. Niets zou nog zijn zoals het was. Hoe konden Jan Caeyers en Le Concert Olympique dit beter aantonen dan met een concert waar Beethoven als leerling van Haydn werd gepresenteerd en waar die Ludwig Van Beethoven zijn leermeester Joseph Haydn overtrof?

Caeyers programmeerde Haydns laatste symfonie, de 104de en beter gekend als ‘De Londense’. De symfonie werd anders dan we gewend zijn uitgevoerd. Caeyers puurde ze uit en je kreeg een werk dat rijk was aan contrasten zodat je een ander of geheel nieuw zicht op dit werk kon krijgen. Erg mooi gespeeld door het orkest dat er duidelijk zin in had. Alleen al zien hoe de dirigent, de concertmeester en vele andere musici met de glimlach speelden en sterk oogcontact hielden, was heerlijk.

Van jonge tot rijpe Beethoven

Na de vriendelijke, ontspannende Haydn stond het Tripelconcerto – het enige in zijn genre ! – voor viool, cello, piano en orkest op het programma.

Caeyers deed beroep op drie zeer sterke solisten: violiste Antje Weithaas, cellist Maximilian Hornung en pianist Till Fellner. Wat een klasse ! Het herinnerde me aan de uitvoering door wijlen Alain Roelandt in dezelfde zaal, de Blauwe Zaal van deSingel in Antwerpen in 2010. De getalenteerde dirigent en trompettist zou enkele maanden later veel te vroeg heengaan. Ook dat concert kreeg toen een Gouden Label en eigenlijk zou ik de Nominatie Gouden Label die ik nu toeken, aan Alain Roelandt willen opdragen.

Het Tripelconcerto mag dan, aldus Caeyers, met nog één been in de 18de eeuw staan, het is toch al 100% Beethoven en het speelt Haydn in de hoek. Hoe mooi die Haydn ook is, met Beethoven krijgen we hier een bijzonder sterk verhaal, vol dialogen, emoties, levensdromen en – ervaringen en het is aan de drie solisten om het verhaal, bij wijlen zou je het een Lied ohne Wörter kunnen noemen, te brengen en te animeren.

Juist onder woorden brengen wat ik hoorde, het is een erg moeilijke taak, maar neem van me aan dat we een uitvoering hoorden die boven het alledaagse uitsteeg. Energie, ragfijne zijden draadjes, blinkende diamanten, dan donkere en dan heldere kleuren, hoop en troost en vooral ook ambitie waarmee Beethoven schijnt te zeggen: “Dat ben ik ! Luister eens dames en heren betweters? Dit is pas muziek, dat is wat anders dan jullie academische werkjes he? Ik ben de grootste van het ogenblik en ik ga dat nog lang blijven!”. En ja, hij is het lang gebleven, hij is het nog.

Met dit op bravogeroep toegejuichte Tripelconcerto volgde het vijfde pianoconcerto, het Keizersconcerto en die naam is toch wel zeer juist gekozen al gaf Beethoven die naam niet. Die naam in niet juist gekozen omdat Beethovens vriend Cramer hierbij aan Napoleon dacht en zeg nu dat elke deur te smal was om de keizer van de muziek Ludwig Van Beethoven en de toenmalige zelfgekroonde keizer van de uiteindelijk mislukte oorlogen Napoleon Bonaparte samen door te krijgen. Hij is wel juist gekozen omdat het wel degelijk ‘keizerlijke’ muziek is. Muziek die de componist zelf niet meer kon horen door zijn gruwelijke gehoorstoornis.

Till Fellner speelde bijzonder fragiel met zeer lichte, oorstrelende toets de pianopartij van dit concerto. Foutloos, zeer zuiver en met één grote boog van de begin– tot de eindnoot. Een zeer stil publiek, naar de dialogen luisterend tussen orkest en pianist, de bevestigingen die worden gegeven, de discussie die er is maar vooral de absolute zekerheid: er is geen beter pianoconcerto lijkt Beethoven ons te vertellen met zijn doordringende blik.

Het concert sluit niet af met een postludium maar met de Egmontouverture. Beethoven schreef deze ouverture niet lang na zijn vijfde en laatste pianoconcerto. Hij was zwaar onder de indruk van Goethe’s werk over de graaf van Egmont, door de Spanjaarden zonder vorm van proces opgesloten en samen met Hoorn in Brussel openbaar terechtgesteld door onthoofding. Een van de lelijkste daden uit de Spaanse overheersing van de Nederlanden. Je kan je de vraag stellen of de geschiedenis zich nu op een of andere wijze herhaalt met de Catalaans/Spaanse kwestie…

Van Beethoven heeft in zich in elk geval in de laatste dagen en uren van Egmont kunnen inleven. Hij wordt als het ware de wanhopige man die zich neerlegt bij de feiten, maar een dergelijke trots uitstraalt, tot het allerlaatste ogenblik, dat zijn volk uit de as zal herrijzen en de bezetter meer dan een neus zal zetten en zo gebeurde ook. Alles hiervan ligt in de muziek. Bij het openingsakkoord zit je in de kerker, later sta je als het ware mee op het schavot en je hoort Egmonts hoofd vallen. Stilte. En dan volgt er die triomf, een enorme apotheose, het volk herleeft, wordt krachtiger dan ooit, de bezetter van iets dat je wel een harde dictatuur avant la lettre kon noemen, is weg, verjaagd.

Zoals de geschiedenis hier heftig verlopen is en nog steeds emoties oproept bij de mensen, zo componeerde Beethoven en zo wordt het werk hier uitgevoerd. Adembenemend, letterlijk. Een gejuich van een dol publiek dat rechtveert zwelt op, veel bravo’s, minutenlang is de ovatie. En ik doe mee, snel mijn fotoapparaatje wegsteken want ik wil niet te weinig in mijn handen geklapt hebben.

De dag na mijn ervaring in deSingel trok ik naar Studio 4 in Flagey. Opnieuw een overtuigend concert, anders klinkend, rijker van kleuren door de akoestische kwaliteit van de zaal, met nog meer brio dan de avond voordien, maar met iets minder pakkend gevoel in het andante van het Tripelconcerto. Of is het omdat ik anders luisterde? Desalniettemin, mijn overtuigen van de avond voordien bleef: nomineren dit concert.


  • WAT: Beethoven: Tripelconcerto, Vijfde Pianoconcerto en Egmontouverture – Haydn: Symfonie 104
  • WIE: Le Concert Olympique, solisten Antje Weithaas, Maximilian Hornung, Till Fellner, dirigent Jan Caeyers
  • WAAR & WANNEER: avond 1: deSingel, Blauwe Zaal; avond 2: Flagey, Studio 4 – 12 en13 november 2017
  • FOTO’S: © Klassiek Centraal