De Russische muziek wordt dit jaar tijdens de Midis-Minimes strijkkwartetweek goed gediend. Na Prokofiev en Borodin gisteren was het op deze zwoele donderdag de beurt aan Tchaikovsky. Het Rusquartet toonde aan dat diens bijdrage aan het genre veel verder reikt dan het ondertussen ‘grijsgespeelde’ Andante cantabile, maar kon helaas niet over de hele lijn overtuigen.   

Het Rusquartet heeft een innige band met de Lage Landen. Het Russische viertal, gevormd aan het Moskouse conservatorium, is al enkele jaren een habitué op het Orlando Festival in Kerkrade – dat overigens volgende week van start gaat (9-19 augustus). Daar komt bij dat hun meest recente cd met strijkkwartetten van Tchaikovsky in de Sint-Pieterskerk van Leut werd opgenomen – voor het Belgische label Etcetera Records. Deze opname kon op de nodige bijval rekenen. In een recensie op de website Opus Klassiek klinkt het als volgt: “Het Rusquartet speelt zuiver. Loepzuiver. […] Alles valt op zijn plaats, oude slechte gewoontes hebben plaatsgemaakt voor frisse ideeën. […] Dit is een cd die luie oren wakker schudt.” In 2008 won het kwartet in eigen land de achtste editie van de International Shostakovich String Quartets Competition. Ondanks hun interesse in uiteenlopend repertoire komt de Russische muziek voor hen toch op de eerste plaats, zoals primaria Xenia Gamaris in onderstaand filmpje aangeeft. Zo ook vandaag. Met het derde strijkkwartet van Tchaikovsky viel de keuze op een werk dat merkwaardig genoeg niet zo vaak wordt uitgevoerd.

Omgeven door empathie

Heeft dat misschien met het zwaarmoedige karakter van deze compositie te maken? Feit is dat de 35-jarige Tchaikovsky het stuk begin 1876 als een eerbetoon aan de overleden Boheemse violist Ferdinand Laub opdroeg, nota bene de man die de premières van zijn eerste twee strijkkwartetten geleid had. Het Andante funebre e doloroso ma con moto vormt bijgevolg het intrieste, maar tegelijk ook ontzettend serene hart van de muziek. Samen met het openingsdeel, een jeremiërende inleiding (Andante sostenuto) gevolgd door een ambigu Allegro moderato, vormt deze derde beweging het zwaartepunt van het kwartet. Mede door die bedrukte stemming werd het opus 30 door de Franse musicoloog André Lischke Tchaikovsky’s ‘quartetto serioso’ genoemd, “[…] et cette dénomination beethovénienne se justifie pleinement par la profondeur et la densité de la partition. À tous points de vue, c’est le plus accompli et le plus homogène des trois […].” Het Rusquartet wist de ingetogen sfeer van de uitgebreide aanhef prima te vatten, al viel er dan al een nauwelijks verholen passie te horen. In wat volgde, werd een doorgedreven – of beter gezegd -gestreken – spel met fluwelen pianissimo-passages afgewisseld. Het kwam de spankracht alleen maar ten goede, al waren er ook momenten waarop de afstemming binnen het ensemble wat zoek was. Beter getimed was het Allegretto vivo e scherzando, waarvan het dartele karakter door de puntgave tussenkomsten van elk van de strijkers fraai uit de verf kwam. Tijdens het indringende Andante kon men in de zaal een speld horen vallen. En dat is altijd een goed teken natuurlijk. Statig declamerend, plechtig homofoon of weemoedig zingend: bijna elke noot was door empathie omgeven. Bovendien liet het viertal prachtige timbres horen. De finale daarentegen (Allegro non troppo e risoluto) bleek gedeeltelijk een slag in het water. Zeker het ietwat groteske eerste thema miste coherentie, waardoor het muzikale narratief meer dan eens haperde. De dichtheid van de partituur, voor Lischke een troef, werd hier helaas onvoldoende bevattelijk gemaakt.

Als extraatje waagde het Rusquartet zich aan de vingervlugge finale uit het eerste kwartet van Haydns opus 33. Het Presto trok aan een rotvaart voorbij, maar bleek geen onverdeeld succes. Slordigheden ontsierden de – toegegeven – aartsmoeilijke partij van de eerste viool. Naast een gebrekkige intonatie slopen er zowaar ook enkele foute noten in haar spel. Na afloop sprak de priemende blik van de altiste boekdelen. Tijdens de buiging kon er bij de primaria nog een nerveuze lach af. Maar zelfkritisch als muzikanten zijn, begon het dan allicht al te dagen dat dit zeker beter kon.


  • WAT: Pyotr Tchaikovsky (1840-1893), Strijkkwartet nr. 3 in es (opus 30)
  • WIE: Rusquartet [Xenia Gamaris (viool), Anna Yanchishina (viool), Ksenia Zhuleva (altviool), Peter Karetnikov (cello)]
  • WAAR: Koninklijk Conservatorium, Brussel (i.k.v. het festival Midis-Minimes)
  • WANNEER: donderdag 2 augustus 2018
  • FOTO: © Evgeny Evtyukhov