In het kader van de reeks “Podium Jonge Musici” in de Muziekstudio van deSingel te Antwerpen bracht de Italiaanse pianist Gabriele Baldocci op 4 februari twee symfonieën van Beethoven in een bewerking van Franz Liszt voor piano solo.

Baldocci ving aan met de derde symfonie, de Eroica: een monumentaal werk van 50 minuten. Het eerste deel “Allegro con brio” kwam nogal slordig en wild over, met te veel gebruik van het pedaal en te weinig lyriek. Het daaropvolgende Marcia Funebre miste spanning, maar vanaf het Scherzo ging het de goede richting uit. Vooral in de Finale, het vierde en laatste deel, hoorden we tot onze opluchting grote bogen en polyfonie die goed uit de verf kwam.

Baldocci verontschuldigde zich dat hij de werken niet uit het hoofd speelde zoals gebruikelijk is voor pianisten, maar van het blad speelde. Geen enkel probleem zouden we zeggen, maar dan moet de uitvoerder wel los komen van de noten en dat was niet altijd het geval. Na de pauze speelde hij Symfonie nr. 6, de Pastorale en gebruikte hij een Ipad die hij zelf bediende om de partituur te lezen. Aangezien hij geen bladdraaier bij zich had, was dit eigenlijk wel een practische oplossing.

Bij het eerste deel van de Pastorale, “Erwachen heiterer Empfindungen”, hoorden we een grote crescendo met een spanning die behouden bleef. Goed zo. Maar bij de “Szene am Bach” was die spanning weer weg en kregen we slordigheden in de plaats. Ook in de andere delen kregen we een dubbel gevoel: mooie passages en klare polyfone lijnen, afgewisseld met ongeïnspireerd spel.

Rest natuurlijk nog de grote vraag: hebben deze transcripties in deze tijd nog enig bestaansrecht? Liszt trachtte zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven en voegde dus bijna niets van zichzelf toe. In zijn tijd zonder geluidsdragers, zoals CD’s en mp3-spelers, waren transcripties erg geliefd. Maar vandaag luistert men liever naar het origineel, al dan niet live uitgevoerd. Het grote voordeel van zo een pianoreductie is dat één uitvoerder natuurlijk alles onder controle heeft, en dus ook alle subtiliteiten. Maar dat misten we nu net te veel in deze uitvoering.

Afsluiten deed Baldocci met twee bisnummers. Een grappig “A few more excuses” van de bevriende Italiaanse componist Giuseppe Lupis, waarin voetgestamp en neuswerk komt bij kijken, en de overbekende en virtuoos gespeelde Sabeldans van Aram Khatchaturian.