Johann Sebastian Bach componeerde zijn eerste cantate als Thomaskantor te Leipzig in 1723. Deze cantate is een divers muzikaal werk, gecomponeerd naar het bescheiden instrumentarium en aantal zangers waar hij over beschikte. Philippe Pierlot koos voor het Bachprogramma in Bozar, op donderdag 9 november, voor cantates die op een of andere wijze aan deze eerste cantate gekoppeld kunnen worden.

De cantate waarmee het concert opende, ‘Die Himmel erzählen die Ehre Gottes’ (BWV 76), heeft vele gelijkenissen met deze eerste cantate. Zo bestaat ze ook uit twee delen die onderverdeeld zijn in zeven nummers, een koraal op het einde van elk deel en een inleidende sinfonia in het begin van het tweede deel. Een ideaal openingsnummer dus.

Het koor zong gedurende heel het stuk in mooie harmonie met het orkest dat ondersteund werd door een zeer sterke trompettist. Het 3de deel is een aria waar de sopraan Hannah Morrison haar talent demonstreerde en de harten van het publiek wist te veroveren. Deze aria kende een sublieme cellist en violist die samen met de sopraan een hemels trio vormden. Naast het 3de deel was het 5de deel (ook een aria) zeer sterk. Dit werd mee benadrukt door de bas Matthias Vieweg, wiens stem me tot in de ziel wist te raken. Tot slot moet er over deze uitvoering gezegd worden dat de sinfonia aan het begin van het tweede deel een buitengewoon duet kende tussen de hobo en de viola da gamba. Het kende nog een extra verrassing omdat de viola da gamba bespeeld werd door de sterke dirigent Philippe Pierlot.

De 2de cantate ‘Geist und Seele wird verwirret’ (BWV 35) verbrak de stilte na het applaus met een vrolijk duet tussen het orgel en het orkest dat een spontane glimlach op het gezicht van de mens toverde. Het 4de deel was een aria gezongen door de alt Carlos Mena en werd voornamelijk ondersteund door het orgel en de cello. Dit was veruit het beste deel van dit werk, niet enkel te danken aan de ijzersterke prestaties van het orgel en de cello die heel de avond hun sterke lijn doortrokken, maar Carlos Mena (alt) mocht hier zeker ook met de pluimen gaan lopen.

De laatste cantate van de avond was ‘Ich hatte viel Bekümmernis’ (BWV 21), de langste die Bach ooit geschreven heeft. Ze is in deze een ideale afsluiter als enig stuk na de pauze. In het begin wist Hannah Morrison (sopraan) het publiek voor de zoveelste keer te betoveren tijdens haar aria, ditmaal met de ondersteuning van weeral een prachtige hobo- strijkerscombo. Hierop gevolgd kregen we eindelijk te horen wat voor talent de tenor Hans Jörg Mammel wel heeft. De eerste twee cantates lagen hem niet zo nauw bij de borst, maar nu met het recitatief kon hij het publiek tonen waar hij toe in staat is, en dat deed hij ook. Geweldige diepgang, prachtige stem, ronduit subliem!

Het duet tussen de sopraan (Hannah Morrison) en bas (Matthias Vieweg) was het hoogtepunt van heel dit concert. Deze twee zangers zijn niet enkel een ‘perfect match’, maar de cello en het orgel waren zo op elkaar afgesteld dat ze net één instrument leken. Dat dit stuk een goede afsluiter is, werd bevestigd tijdens het laatste deel dat triomfantelijk gespeeld werd. Je verliet de zaal met een vol gevoel.


  • WAT: Johann Sebastian Bach – Soli deo Gloria (cantate BWV 76, 35 & 21)
  • WIE: Collegium Vocale Gent (koor) en Ricercar Consort (orkest) o.l.v. Philippe Pierlot; solisten: Hans Jörg Mammel, Hannah Morrison, Matthias Vieweg, Carlos Mena
  • WAAR: Bozar: Grote zaal Henry Le Boeuf, Brussel
  • WANNEER: 9 november 2017
  • FOTO’S: mt