Met een geheel aan Maurice Ravel gewijd programma als seizoenafsluiter mochten we van Muntdirigent Alain Altinoglu de zomer in. Een programma om van te watertanden, immers werken als Rapsodie Espagnol (1907), Tzigane (1924) en de complete versie van de balletmuziek Daphnis en Chloé (1912)  staan niet vaak op het menu. Zeker dat laatste werk is een zeldzaamheid op de concertpodia. Misschien komt dat door de lengte  van een uur en de hoge moeilijkheidsgraad. Meestal wordt één van de twee orkestsuites geprogrammeerd die Ravel zelf uit het complete versie samenstelde toen het werk minder succesvol bleek dan verwacht. We hebben daardoor heel wat gemist!

Daphnis et Chloé is gebaseerd op de gelijknamige herdersroman van de Griekse auteur Longos uit de tweede eeuw. Het is muziek geworden erotiek en in bepaalde opzichten een voorloper op de Sacre du Printemps.Stravinsky gaf ook hoog op van het ballet en noemde het een van de allermooiste voortbrengselen van de gehele Franse muziek.

Daphnis et Chloé toont Ravel op zijn best: orkestratie is hier tot ultieme kunst verheven. Behalve een zeer uitgebreid instrumentarium met alleen al vijftien verschillende slaginstrumenten voegt Ravel nog een groot koor aan zijn muzikale palet toe. Met deze enorm gedifferentieerde bezetting weet hij het maximum haalbare te bereiken op het gebied van klankkleur, dynamiek en ritmiek. Dit is nooit meer overtroffen en zelden geëvenaard.

Als opwarmers voor het grote werk kregen we Rapsodie Espagnol en Tzigane voorgeschoteld. In de Rapsodie Espagnol kwam het orkest na een aarzelend begin toch tot een swingend en glorieus eind. De betovering mocht dan hier en daar ontbreken, veel werd goed gemaakt door de individuele prestaties van de musici waarvan zeker de althobo genoemd mag worden.

Tzigane was een feest. Dit zijn de Hongaarse dansen van Ravel. Wat een verschil met zijn voorganger brave Brahms! Dit is sensueel en swingend. Voor de kuise en ingetogen Ravel was kunst een surrogaat voor het niet meegemaakte en dat wordt hier eens te meer duidelijk.

De Frans Armeens violiste Saténik Khourdoian wist met haar warmbloedige, virtuoze maar altijd subtiele en soms humoristische spel precies de juiste zigeuner groove te treffen, doeltreffend begeleid door het orkest. Ze bewees de ideale solist te zijn voor dit werk. Het publiek was razend enthousiast en wist haar zelfs tot een toegift te verleiden.

In Daphnis et Chloé toonde Altinoglu dat hij in staat is om Ravels reuzenpalet op een doeltreffende manier te hanteren. Met de altviolen op de rand van het podium geparkeerd en de celli in het midden werd al meteen duidelijk dat hij een bepaalde balans voor ogen had. We kregen een degelijke maar ietwat stevige uitvoering te horen waarin niet altijd plaats was voor details.

Vooral de wat dromerige en mysterieuze passages hadden genuanceerder, extremer  gekund: meer pianissimo, meer erotiek. En in de opbouw van de terugkerende climaxen had Altinoglu misschien wat meer tijd mogen nemen. Daarentegen waren de fortissimo passages, waar orkest en koor helemaal los mogen, zeer overtuigend. Met name het bacchanaal in 5/4 maat aan het slot was wat het wezen moest: een losgeslagen, vrolijke bende.

Dirigent, koor en orkest leverden gisteravond een prestatie van formaat. Met een prachtige fluitsolo in het laatste deel als kers op de taart. Het is duidelijk dat Altinoglu van Ravel houdt en die liefde ook op het orkest weet over te brengen. Dat hij met zulke bijzondere programma’s in korte tijd de lieveling van het Brusselse publiek is geworden, bleek uit het donderende applaus waarop hij terecht werd onthaald.

We kijken reikhalzend uit naar het volgende seizoen van De Munt!


  • WAT: Daphnis et Chloé  – Ravel
  • WIE: Symphonieorkest en koor van de Munt – Muzikale leiding Alain Altinoglu
  • WANNEER: 29 juni 2017
  • WAAR: Paleis voor Schone Kunsten Brussel
  • Foto:©De Munt