Jörg Widmann heeft een stevige connectie met BOZAR: als klarinettist van wereldklasse, als dirigent en vooral als componist. Vorig seizoen was hij als solist, en als chambrist te horen in werk van Mozart en Schumann en met eigen composities.

Dit jaar stonden er in het Klarafestival in BOZAR twee symfonische werken van hem op het programma. Eén ervan was de Belgische creatie van zijn altvioolconcerto, geschreven voor zijn vriend en medemusicus Antoine Tamestit die samen met Tabea Zimmermann aan de top van de altvioolwereld staat. Het was een opdrachtwerk van het Orchestre de Paris (gezamenlijk met het Zweeds Radiosymfonieorkest en het symfonieorkest van de Beierse radio).

Jörg Widmann heeft zich serieus laten gaan in het gebruik van een ontzaglijk uitgebreid instrumentarium dat opvallend eigenzinnig op het podium geëtaleerd stond: de uitgedunde strijkersgroep centraal, met in concentrische kringen errond de houtblazers en kopers, harpen, celesta, piano en een veelvoud aan slagwerk die als het ware een omheining vormden waarin drie lege plaatsen de speeltuin en het parcours voor de solist uitmaakten.

Laverend en gesticulerend doorheen het orkest ging Tamestit zijn eigen dialoog met het orkest aan: uitdagend, bitsig en ook humoristisch. Maar bovenal virtuoos, zoals in de minutenlange inleiding waar hij ergens uit het orkest tevoorschijn komt en eerst enkel kloppend en pizzicato zijn instrument bespeelt. Soms ook heel heftig, zelfs één keer té heftig wanneer een snaar springt en Tamestit eventjes achter het podium moet verdwijnen! Dit behoorde dit keer niet bij de act. Naar het einde toe lijkt het iets “klassieker”: de melancholische ziel van de altviool treedt naar voor en sterft tenslotte helemaal weg. Het publiek, dat voor Mahler kwam, luisterde – en keek – een beetje onwennig naar een pracht van een prestatie in een werk dat vertrok vanuit ironie en parodie en overging naar intensiteit en berusting.

Berusting is ook het eindpunt van Mahlers negende. Het laatste deel is een Adagio waarin Mahler aan het slot een fragment uit zijn Kindertotenlieder citeert: “Der Tag ist schön auf jener Höhn”. Los uit zijn context lijkt het idyllisch. Binnen de context (de zon breekt door op het moment vaan de begrafenis…) tekent het de catharsis terwijl de treurnis nog intens doorleeft. Zoals trouwens ook in het motto van het Klarafestival: “Alles wieder gut” uit de “Lieder eines fahrenden Gesellen”.

Daniel Harding en zijn Orchestre de Paris gaven een zeer heldere vertolking van Mahlers negende. Waar anderen zich vooral laten verleiden tot het accentueren van de getormenteerde uitbarstingen had Harding meer oog voor een scherpe tekening van de contrapuntische lijnen en de fugatische verwerking (het derde deel Rondo-burleske) en bovenal voor de verstilling waarin elk deel van deze symfonie eindigt: niet als een zoeterig wegsterven na orgiastisch geweld, maar als een beheersing van intense treurnis. Daniel Harding lijkt me één van de interessantste dirigenten van zijn generatie: niet op zoek naar pathos, geen macho, geen uitersten. Maar wel het innerlijke. Alles wieder gut.


  • WAT: Klarafestival: Mahler 9 & Jörg Widmann
  • WIE: Antoine Tamestit, altviool; Orchestre de Paris; Dirigent: Daniel Harding
  • WANNEER: 15 maart 2018
  • WAAR: BOZAR
  • FOTO: © William Beaucardet