De heersende Beethovengekte kent nauwelijks grenzen: het publiek wordt overspoeld door een tsunami van evenementen. Elke zichzelf respecterende plaats organiseert toch minstens een concertreeks of liever nog een festival. Maar alle drukte rond Beethoven heeft ook iets paradoxaals.

De laatste jaren is de grote kunstenaar steeds meer ontdaan van zijn heldenstatus. We hebben inmiddels geleerd dat we hem moeten zien als een gewone mens. Maar tegelijkertijd wordt die gewone mens vereerd als een ware held, ja als een god, die de muziek voor altijd veranderd heeft! Zo blijven we net als vorige generaties steken in een sterk vertekende Beethovenperceptie. Weliswaar een andere, maar is het een betere?

In Antwerpen pakte AMUZ uit met een bijzondere concertreeks Beethoven in Primetime: een Beethovenmarathon van alle tweeëndertig pianosonates, in één weekend uitgevoerd door verschillende pianisten op originele instrumenten. Trop is teveel. Om een overdosis te vermijden, besluit ik mij te beperken tot twee double bills op de zondagmiddag met mijn favoriete late sonates. Ook nog altijd twaalf stuks!

Nieuwsgierig naar de verrichtingen van onze eigen Claire Chevallier, de Duitser Tobias Koch, de in Nederland en België werkende Russische Olga Pashchenko en de Libanees-Frans- Belgische Abdel Rahman El Bacha schoof ik in de Sint-Augustinuskerk aan tussen een overwegend ouder publiek. Ongewild werd ik zo geconfronteerd met de vergrijzing van onze klassieke cultuur. Zorgwekkend dat twintigers en dertigers het zo laten afweten. Beethoven weet die groep kennelijk niet meer te bereiken. Dat belooft weinig goeds voor de toekomst. De ouderen houden zo te zien vol tot het bittere eind, maar, tenzij er een wonder gebeurt in het kunstonderwijs, moeten we vrezen dat Ludwigs 300ste verjaardagsfeest een heel ander aanzicht zal krijgen.

Claire Chevallier nam drie sonates voor haar rekening. Ze begon met de overbekende Waldsteinsonate. Mijn verwachtingen waren gespannen, maar het opwindende karakter van het steeds terugkerende thema met repeterende noten kwam door haar trage tempo niet uit de verf. De talrijke contrasterende thema’s werden in korte frases uiteengezet, de spanningsbogen ontbraken, waardoor haar spel kortademig overkwam.

Ook in de minder bekende sonate 22, een moeizaam werk opgebouwd rond toonladders, maar met een bezeten einde, was haar spel te weinig vloeiend. Misschien kwam  dat omdat ze van blad speelde? Haar interpretatie van de sonate 23, bekend als ‘Appassionata’, kon mij  ook niet echt overtuigen. Ze wist mij niet mee te slepen in het verhaal, door het weinig contrastrijk, wat rommelig spel (zeker in het laatste deel) en ze liet tussen twee delen het instrument bijstemmen omdat er opname van de radio was. Ook het instrument klonk niet altijd even helder, zeker niet in de wat luidere passages in het lage register, daar slibde de klank soms dicht tot een dof gedreun.

Onder de handen van Tobias Koch kwam diezelfde pianoforte – een replica naar een instrument van Johann Fritz, gebouwd door Chris Maene – wel tot leven. Vier sonates nam hij voor zijn rekening: 24, 25, 26 en 27. En hoewel ik Koch niet de meest inspirerende Beethoven interpreet zou willen noemen, kweet hij zich wel naar behoren van zijn taak. Er was klankkleur, de dynamische contrasten waren aanwezig, zijn spel was licht en vol humor. Dat maakte zijn vertolking van sonate 26 ‘Les Adieux’ tot een genoegen. Zijn spel stroomde en liet een positieve indruk achter.

Het echte werk moest nog komen. Fritz werd afgevoerd en Conrad – een replica naar een instrument van Conrad Graf – kwam er voor in de plaats. Wie het Beethovenhuis in Bonn bezocht heeft, kan het origineel niet ontgaan zijn. Een flinke knaap met een bereik van ruim 5 octaven. Olga Paschenko nam sonates 28 en 29, de zogenaamde Grosse Sonate für das Hammerklavier, voor haar rekening. Dat bleek een goede greep te zijn. Pashchenko, die uitstekend raad weet met alles waar toetsen op zitten en doorgaat voor één van de grootste talenten van dit moment gaf van beide werken een indrukwekkende lezing.

Sonate 28 geeft goed weer hoe Beethovens opvattingen over de sonatevorm in de loop der jaren veranderde. Hier gaat hij als een olifant te keer in de muzikale porseleinkast en leeft zich volledig uit in een opeenvolging van thema’s en hun soms duizelingwekkende uitwerking. Een mooi voorbeeld is de vierstemmige fuga in het finale deel die door Pashchenko met soevereine bravoure werd neergezet. Vanaf de eerste tot de laatste noot was er spanning en opwinding in haar spel. Paschenko vertelt een verhaal en dat hadden we bij Chevallier en Koch gemist.

Nog mooier werd het met de Hammerklaviersonate, die rijk aan contrasten, klankkleuren en dynamische verschillen tot in de puntjes verzorgd werd neergezet. Alle thema’s werden duidelijk gepresenteerd met als hoogtepunt de kolossale fuga in het laatste deel. Daar liet Pashchenko nog eens goed horen over wat voor briljante techniek zij beschikt, en – nog belangrijker – hoe zij die weet te koppelen aan muzikale intelligentie.

Murw bleef het publiek achter na zoveel muzikaal vertoon en de daarmee gepaard gaande decibels. Veel tijd om te bekomen kreeg het echter niet, want binnen een kwartier stond Abdel Rahman El Bacha al klaar om de klus te klaren. Wie gedacht had dat het na Paschenko alleen nog maar kon tegenvallen had het bij het verkeerde eind.  Rahman El Bacha overtrof al zijn collega’s met zijn ingetogen, integere optreden, ontdaan van elk uiterlijk vertoon. Een genot om te zien en te horen. Onder zijn handen klonken Beethoven’s laatste drie sonates bijna als een eenheid. Een idee dat nog versterkt werd door de korte pauzes tussen de werken. Verrassende klankkleuren toverde hij uit zijn instrument, soms vederlicht als een harp, soms weer donker met ronkende bassnaren. Een overtuigend pleidooi voor de fortepiano! Soms mediatief, soms geagiteerd, altijd boeiend.

En toen, eindelijk, aan het eind van de middag deed een element zijn intrede dat we deze middag node hadden gemist: ontroering. We hadden al veel moois gehoord, maar Rahman El Bacha was de eerste die het hart wist te raken. Zijn interpretatie van Beethovens laatste sonate werd het ware hoogtepunt van de middag. Hier is de componist als een beer die zich bevrijdt van zijn ketenen: vrijheid! In de opeenvolging van zich steeds verder ontwikkelende variaties op een thema die deze sonate zo typeert, komt de tijd als het ware tot stilstand en wordt de sonate als kunstvorm en genre ten grave gedragen. Het einde van een tijdperk.

Het is Rahman El Bacha’s grote verdienste dat hij zijn ziel als doorgeefluik aan Beethoven ter beschikking wist te stellen en zo als een waarachtig medium het publiek een rechtstreekse blik bood in de opstandige en heldhaftige ziel van de maestro. Een staande ovatie viel hem ten deel. Een terechte beloning voor een indrukwekkend optreden!


  • WAT: Beethovenmania
  • WIE: Claire Chevallier, Tobias Koch, Olga Pashchenko, Abdel Rahman El Bacha
  • WAAR & WANNEER: AMUZ, Antwerpen, zondagnamiddag 2.2.2020
  • BEELDMATERIAAL: © mt