Opstaan met Mendelssohn en verdergaan met enkele van de grootste Russische componisten: het was het succesrecept van de finaledag op Resonances. Het internationale kamermuziekfestival fêteerde dit jaar zijn tiende verjaardag, en dat bracht veel mooi volk op de been. Meer dan genoeg reden dus om het Kasteel van Halloy aan een vreedzame belegering te onderwerpen.   

One’s destination is never a place, but a new way of seeing things”. Hoe #pictureperfect deze quote van Henry Miller ook moge zijn, er klopte op deze zonovergoten zondag geen jota van. Op weg naar Ciney in hartje Wallonië groeide immers de nieuwsgierigheid naar het Château de Halloy. Gedurende meerdere (Middel)eeuwen hadden de prins-bisschoppen van Luik hier een residentie – Ciney behoorde tenslotte tot hun selecte clubje van Bonnes Villes. Vandaag vormt het kasteel met zijn uitgestrekte park al tien jaar lang het stemmige decor voor het Festival Resonances. Maar hoe schitterend ook de talloze tinten grijs van dit gevleugelde monument, toch waren het vooral de oren die hier vier dagen op rij rijkelijk de kost kregen. Een openbare masterclass door de Duitse violiste Antje Weithaas – “vermutlich der bekannteste Geheimtipp in der klassischen Musik” – was de opmaat voor in totaal zeven kamermuziekconcerten. Om die tot een goed einde te brengen, hadden artistiek directeur Amy Norrington en het enthousiaste festivalcomité andermaal hun uitgebreide netwerk aangesproken. Zodoende wist Norrington niet alleen Weithaas te strikken, maar ook haar collega en landgenoot Steven Isserlis. Het is ronduit verbazingwekkend om vast te stellen hoe één van de meest geprezen cellisten ter wereld plots ook in een schuur in het gehucht Braibant opduikt. Beide topmuzikanten werden tijdens het festival voortreffelijk omringd, en dat zowel met jong talent als enkele andere gevestigde waarden zoals (alt)violiste Yura Lee, toetsenist Dénes Várjon en cellist Martijn Vink, man en medeorganisator van Norrington. Een inspirerende plek, al dat schoon volk én een week repetitietijd: hopend op “a new way of hearing things” ging het dus richting la capitale du Condroz

Mendelssohn Mo(u)rning

Van een kamermuziekfestival dat tien kaarsjes uitblaast, verwacht je natuurlijk een behoorlijk feestelijke programmatie. Maar op deze laatste dag staken enkele componisten daar met hun diepste zielenroerselen vakkundig een stokje voor. Zo begon de Mendelssohn Morning met een rouwende protagonist. Zijn laatste strijkkwartet was immers opgevat als een requiem voor oudste zus Fanny (1847). Die was hem in mei van dat jaar plots ontvallen. Naderhand bleek het opus 80 ook Felix zijn ultieme wapenfeit. Dit verbluffende werk baad in een sfeer van tragische onrust. Met uitzondering van het Adagio staan alle delen in mineur, terwijl de bijhorende tempoaanduidingen een moordend ritme opleggen. Het ensemble onder leiding van de jonge, Grieks-Albanese violist Jonian Ilias Kadesha ging er enkel in het stormachtige openingsdeel ten volle in mee (Allegro vivace assai). Van bij de eerste korte trekjes en de driftige golf aan tremolo’s die erop volgde, was de spanning te snijden. Het viertal speelde gevat op elkaar in en creëerde op die manier een haast obsessieve puls. Toch kwam de grootste uitbarsting van energie aan het einde. Of hoe niet-aflatend opzwepen een fraai tussentijds resultaat opleverde. Na dit vroege hoogtepunt werd er opvallend veel gas teruggenomen. Iets té veel om echt goed te zijn. De primarius zette het scherzo zo slepend in, dat zijn drie medespelers – Tim Crawford, Lilli Maijala en Norrington zelf – er de drive niet meer inkregen (Allegro assai). Dan klonk de trage beweging, een getuigenis van onmetelijke zusterliefde, een pak overtuigender. Met een adembenemend inlevingsvermogen, lucide vraag-en-antwoordspel en subtiele nuances in de dynamiek werd een broos, breekbaar en bovenal aangrijpend statement gemaakt. Ook in de frenetieke finale riep het ingehouden tempo wederom vragen op. Maar zeker voor het slot, een vingerbrekend Presto dat neigt naar zottenwerk, is dat best verdedigbaar. Het was niet met de snelheid waarmee hij speelde, maar wél door de wijze waarop Kadesha zijn helse partij fraseerde, dat deze kerel zijn onmiskenbare klasse toonde. Durf kent duidelijk vele expressies, en leverde zo een nieuwe manier van luisteren én een stevig applaus op. Het gezicht van de geëmotioneerde Norrington sprak boekdelen. Haar zucht van opluchting evenzeer.

Het daaropvolgende eerste pianotrio (opus 49) strookt veel meer met wat we doorgaans van het begiftigde zondagskind Mendelssohn gewoon zijn: moeiteloos geïnspireerde en formeel onberispelijke classicistische romantiek, die steevast de lijn van de minste weerstand volgt. Net bij gebrek aan een hoek af – én ook om andere, minder koosjere redenen – kon deze componist doorheen de tijd niet iedereen bekoren. Maar geïnformeerde tijdgenoten wisten wel beter. Zo schreef niemand minder dan Robert Schumann over het populaire pianotrio in d: “Es ist das Meistertrio der Gegenwart […]; die nach Jahren noch Enkel und Urenkel erfreuen wird.” Hij had gelijk. Dit kroonjuweel behoort tot op vandaag tot de meest gespeelde en geliefde werken in het genre. Waarom dat zo is, maakten Katharine Gowers, Steven Isserlis en Dénes Várjon met hun begeesterde (samen)spel nogmaals duidelijk. Al moet er wel meteen bij vermeld worden dat het verschil in temperament binnen het trio behoorlijk frappant was. Terwijl Isserlis en Várjon er zeker in beide hoekdelen soms volop de beuk ingooiden, liet de violiste zich minder makkelijk meeslepen door deze briljante muziek. Anders had het vuurwerk bij momenten wellicht nog machtiger kunnen zijn. Gelukkig was daar bij de meest gevoelvolle maten uit het Molto allegro agitato niet echt nood aan. Want van het zangerige duet tussen de strijkers bij de terugkeer van het initiële thema ben je als toehoorder sowieso altijd van de kaart. Eveneens imponerend, maar dan bij de overgang tussen de eerste twee delen, was hoe er zich aan de vleugel een gedaantewissel voltrok. Zo bezeten Várjon de eerste beweging afsloot, zo verinnerlijkt klonk hij doorheen het prachtige en door zijn medespelers ook bijzonder treffend geïntoneerde Andante con moto tranquillo. In het scherzo (Leggiero e vivace) zorgden de snedige accenten in elk van de drie partijen voor een unieke luisterervaring. Zo kwam deze typische elfendans nog niet eerder binnen. De finale, bijwijlen nog spitanter dan wat eraan voorafging, was pure rock-‘n-rol (Allegro assai appassionato). Indommelende oudjes kregen daartoe geen kans. Daarvoor had het ensemble ook in de meer fijnzinnige passages te veel te vertellen. Een ochtend om niet gauw te vergeten dus.

Russische roulette

Na een lekker maal en een wandeling in de glooiend uitgestrekte tuin was het al snel tijd om opnieuw wat verkoeling te zoeken in de schuur. Om de muzikale idylle verder te zetten met enkele Russische meesters? Deels. Want ook tijdens het slotconcert van deze speciale verjaardagseditie wilde dat heerschap niet altijd meevieren. Aan Prokofiev zijn sonate voor twee violen – deze namiddag uitgevoerd door Katharine Gowers en Matthew Truscott – zal het wel niet gelegen hebben (opus 56). Deze vierdelige pas de deux werd tijdens het interbellum geschreven en is een vindingrijke creatie met diepgang én vitaliteit (1932). Dat eerste kwam zowel in het Andante cantabile als het Commodo (quasi Allegretto) rigoureus tot uiting door de afwisseling van delicate lyriek en meer scherpzinnige toonspraak. Maar in het speelse Allegro en de eens humoristische en dan weer heftige finale (Allegro con brio) maakten beide violisten te weinig connectie om van deze duo-sonate een spetterende belevenis te maken. Ook Truscott slaagde er daarbij niet in om de wat onderkoelde Gowers te ontdooien. Dan wist het gelegenheidskwartet onder de bedreven leiding van Weithaas meer te beroeren. Reeds in de eerste uitgave van zijn wijdverspreide Handbuch für Streichquartettspieler schreef de Duitse muziekhistoricus Wilhelm Altmann dat men het derde strijkkwartet van Tchaikovski (1876) niet links mag laten liggen […] omdat het tot de meest waardevolle werken in het genre behoort. Een oordeel waar mijn gezelschap zich na vandaag zeker kon in vinden. En samen met haar allicht het voltallige publiek. Zowel in de inleiding op het Allegro moderato sostenuto als tijdens de uitleiding werd er aan elke pupiter met dermate veel finesse en overleg pianissimo gespeeld, dat het al snel duidelijk was: hier stond iets boeiends te gebeuren. De transparantie waarmee deze compositie vervolgens werd gestreken, kom je zelfs bij menig vast verband lang niet altijd tegen. Het gegniffel na afloop van het heerlijk kwieke scherzo (Allegro vivo) gaf aan dat de juiste snaar was geraakt, al maakte vooral Yura Lee grote sier met haar kleurrijke tussenkomst in het middendeel. Tijdens de gedempte maar tegelijk indringende klankwereld van het Andante funebre e doloroso, net als het hele werk opgedragen aan de overleden violist Ferdinand Laub, speelde het viertal weliswaar sordino, maar was de impact onmiskenbaar forte. Heel sterk hoe eendrachtig dit emotionele lamento vorm kreeg, en de rol die tweede viool Tim Crawford daarin opnam. Het joviale besluit bracht in ultima res alsnog terug leven in de brouwerij (Allegro non troppo e resoluto). Voor de zaal meer dan reden genoeg om even recht te veren.

Met Dmitri Kabalevski maakte meteen na de pauze een minder bekende toondichter zijn opwachting. Maar Steven Isserlis is duidelijk fan, en dan natuurlijk van diens naoorlogse cellosonate (1961) opgedragen aan zijn illustere voorganger Mstislav Rostropovich (opus 71). Dat fans nogal fanatiek kunnen zijn, dat hebt u allicht zelf al ervaren. Met de razend expressieve rollercoaster waarmee Isserlis en zijn kompaan Alasdair Beatson de schuur in lichterlaaie zouden zetten, deden beide heren er nog een schepje bovenop. Hun vertolking was een spannend verhaal dat op de meest beklijvende momenten veel weg had van een Russische roulette: een strijd op leven en dood, van woord en wederwoord, die in alle drie de bewegingen met uitzonderlijke verbetenheid werd gevoerd. “Quite masterly and addictive”, zo omschrijft de Britse cellist dit virtuoze werk. En of deze magnetiserende muziek de adrenaline doet vloeien, ook bij de pianist die het vuur in zijn 60-jarige tegenspeler aanwakkerde. De jamsessie waarmee de sonate eindigde (Allegro molto), verdiende qua articulatie beslist geen schoonheidsprijs, maar daar ging het ook niet om. Iedereen begreep én voelde de intensiteit die tot een onmiskenbaar hoogtepunt voerde. In één woord: verbluffend! Het allerlaatste exploot tijdens deze fantastische Finale russe kwam van Shostakovich en zijn twee stukken voor strijkoctet (opus 11). Zoals het een echt internationaal festival betaamt, verscheen voor deze jeugdwerken zowat de halve wereld op het podium: tweemaal Zuid-Korea, een Griek met Albanese roots, een Poolse, een Britse, een Israëliër, een Belg en een Nederlander. Hoewel niet altijd harmonieus, begrepen ze elkaar wonderwel in de universele taal die de hunne is.

Voor aanvang van het laatste concert had Amy Norrington zich in het Frans tot de aanwezigen gericht. Geven, geven en nog eens geven: dat is wat zij, haar man, alle muzikanten en de vele vrijwilligers nu al een decennium lang doen. En dat gebeurt met hart, ziel én ontzettend veel goesting. Wat gaan we volgend jaar spelen? Het was de vraag die nu al in het Kasteel van Halloy rondging. Antwoord in 2020 van 30 april tot en met 3 mei …


  • WAT: Mendelssohn Morning – Felix Mendelssohn (1809-1847) – Strijkkwartet in f (opus 80) & Pianotrio in d (opus 49) || Finale russe– Dmitri Shostakovich (1906-1975) – Twee stukken voor strijkoctet (opus 11) | Dmitri Kabalevski (1904-1987) – Cellosonate in Bes (opus 71) | Sergei Prokofiev (1891-1953) – Sonate voor twee violen in C (opus 56) | Piotr Ilitch Tchaikovski (1840-1893) – Strijkkwartet in es (opus 30)
  • WIE: ‘Mendelssohn Morning – Jonian Ilias Kadesha, Tim Crawford (viool), Lilli Maijala (altviool), Amy Norrington (cello) || Katharine Gowers (viool), Steven Isserlis (cello), Dénes Várjon (piano) || Finale russe – Katharine Gowers, Matthew Truscott (viool) || Antje Weithaas, Tim Crawford (viool), Yura Lee (altviool), Amy Norrington (cello) || Steven Isserlis (cello), Alasdair Beatson (piano) || Yura Lee, Jonian Ilias Kadesha, Natalia Kotarba, Katharine Gowers (viool), Guy Ben-Ziony, Diede Verpoest (altviool), Han Bin Yoon, Martijn Vink (cello)
  • WAAR: Château de Halloy, Braibant (Ciney)
  • WANNEER: zondag 2 juni 2019
  • FOTO’S: © Jacky Lepage
  • ORGANISATIE: Festival Resonances – http://www.festival-resonances.be/

Festival Resonances

Publiée par Festival Resonances sur Dimanche 19 mai 2019