**** Na twee volumes met de strijkkwartetten nrs. 4-6, gaf het label Bis nu als volume 3, Stenhammars 1ste en 2de strijkkwartet uit. Tenzij u de eerste twee cd’s reeds kent, is dit een gelegenheid om de Zweedse componist Wilhelm Stenhammar (1871-1927), zijn kamermuziek en het naar hem genoemd ensemble te ontdekken. Niet uitstellen.

**** Na twee volumes met de strijkkwartetten nrs. 4-6, gaf het label Bis nu als volume 3, Stenhammars 1ste en 2de strijkkwartet uit. Tenzij u de eerste twee cd’s reeds kent, is dit een gelegenheid om de Zweedse componist Wilhelm Stenhammar (1871-1927), zijn kamermuziek en het naar hem genoemd ensemble te ontdekken. Niet uitstellen.

Stenhammar was geen veelschrijver. Hij componeerde o.a. twee symfonieën (een derde bleef onvoltooid), twee pianoconcerti, 4 pianosonaten, twee opera’s en toneelmuziek. Naast een vioolsonate in la klein, op. 19 (1899–1900), een allegro ma non tanto in La groot voor pianotrio (1895) en een allegro brillante in Es voor pianokwartet, bestaat de kamermuziek van Stenhammar enkel uit zes strijkkwartetten en een niet genummerd strijkkwartet uit 1897.

Tor Aulin

Zes is weliswaar niet danig veel, (hoewel naar de norm van zijn tijd, dit aantal bijna normatief was), maar zeker voldoende om hem onder de groten van het strijkkwartet te catalogiseren. Dit is kamermuziek om u tegen te zeggen. Stenhammar componeerde de kwartetten tussen 1894 en 1916 door het contact dat hij had met het kwartetensemble van violist Tor Aulin waarmee Stenhammar als pianist samen speelde. Dit gebeurde o.a in het privé theater van August Strindberg, reden waarom een schilderij van Strindberg, jawel, Strindberg schilderde ook, als foto op de kaft van het bijhorend boekje staat. Overigens een boekje met interessante tekst van Signe Rotter-Broman, professor aan de Universität der Künste in Berlijn en specialiste van de Scandinavische muziekgeschiedenis.

Stenhammars zes strijkkwartetten worden al eens omschreven als de belangrijkste die gecomponeerd zijn tussen de drie van Brahms en de zes van Bartók. Of dit zo is of niet, het valt niet te ontkennen dat Stenhammars kwartetten de weergave zijn van de vijfentwintig jaar ontwikkeling in de tijd die hij aan het componeren van  kamermuziek wijdde. Ze zijn alle tonaal en variëren stilistisch ongeveer tussen de  late romantici en Sibelius, aan wie Stenhammar zijn vierde strijkkwartet opdroeg. Hoewel niet onbekend bij het Zweeds kamermuziek minnend publiek, worden  uitvoeringen van Stenhammars strijkkwartetten buiten Zweden helaas verwaarloosd. Stenhammar werd opgeleid als pianist, werd een virtuoos en werd beschouwd als de beste Zweedse pianist van zijn tijd. Concertpianisten die strijkkwartetten componeerden deden dat vaak vanuit pianistiek denken. Dit was zeker het geval bij  Schumann en Mendelssohn. Dat dat bij Stenhammar niet het geval was, was te danken aan het feit dat hij  bijna de helft van zijn leven nauw samenwerkte met het Aulin Kwartet, het  Zweedse top strijkkwartet van toen en één van de beste van  Europa. Hij toerde met hen door heel Europa en een pianokwintet stond met Stenhammar als pianist bijna altijd op hun programma. Het is dus geen toeval dat zijn kwartetten toonvoorbeelden zijn van het fijn instrumentaal timbre en de typische strijkerstechniek van een strijkkwartet, die Stenhammar vanuit de praktijk zeer goed kende. De vier partijen zijn altijd gelijkmatig verdeeld en nooit hoeft één van de vier op zo’n wijze te spelen dat het niet langer beantwoord aan de specifieke en vooral genuanceerde strijkerstechnieken. Echt naar het voorbeeld van de strijkkwartetten van Joseph Haydn. Het Aulin Kwartet speelde zijn eerste vier strijkkwartetten in première, de twee laatste werden in première gespeeld door het Göteborg Kwartet.

Het eerste strijkkwartet werd gecomponeerd in 1894. Het openingsthema van het eerste deel, allegro, wordt gedomineerd door ritme. Het tweede thema, hoewel gesyncopeerd, is eerder lyrisch. De aangrijpende tweede beweging is een klaagzang. Stenhammar vraagt de uitvoerders om het zeer eenvoudig maar met veel gevoel te spelen. Hoewel klassiek in zijn terughoudendheid en romantische emotionaliteit vermijdend, is er toch een Beethoveniaanse, declamatorische stemming aanwezig. Een intermezzo, molto tranquillo e commodo, volgt. De speelse melodieën geven het gevoel van een Allegretto met een aura van ingetogen rust. De verrassende gepassioneerde finale, allegro energico, zou gebaseerd zijn op de melodie van een Scandinavisch volkslied, maar klinkt eerder Spaans.

Hoewel schatplichtig aan Beethoven, was Stenhammars tweede kwartet, daterend uit 1898, pas echt zijn eerste grote kamermuziekwerk vol originele ideeën en opbouw en feitelijk, kwalitatief, het  eerste van zijn reeks  belangrijke strijkkwartetten. De buitengewone openingsbeweging allegro moderato, begint op mysterieuze wijze maar al snel bouwt hij in een krachtig en diep onrustige stemming,  het   ritme uit als een soort onverbiddelijke achtergrond. Vervolgens een prachtig, ingetogen, elegisch en beschouwend andante, quasi adagio. Hemels mooi. In het rusteloos scherzo, allegro vivace, citeert Stenhammar het hoofdthema uit  het scherzo (allegro assai vivace, ma serioso) van Beethovens 11de Strijkkwartet op.95, bekend als het “Quartetto serioso“. Zijn verwerking van dat thema is doordacht, fantasierijk en bovenal zeer effectief. In de finale, allegro energico e serioso, horen we nogmaals drama en pathos in de vorm van harde en korte, bijna stampende  ritmen, tegenover een wild moto perpetuo thema. Dit uniek klinkend strijkkwartet  is zonder twijfel een compositie waarvan de originaliteit en kwaliteit,  duidelijk  vragen om wereldwijd in alle  concertzalen gespeeld te worden.

Zweeds Stenhammar Quartet

Het Zweeds Stenhammar Quartet, dat zijn de violisten Peter Olofsson en Per Öman, de altist Tony Bauer en de cellist Mats Olofsson, begrijpen dit alles naar behoren  en geven dat sonoor gestalte. De samenklank is mooi egaal, hun samenspel is mooi gediversifieerd. Balans is perfect, hun intonatie is in functie van elkaars partijen en de voordracht van motieven en thematische nevenelementen is heel duidelijk en overtuigend. En alleen al om de langzame, hymne achtige beweging van Stenhammars  2de kwartet, mag u absoluut niet nalaten die mooie muziek te ontdekken en deze opname ervan aandachtig te beluisteren.