“Music takes us out of the actual and whispers to us dim secrets that startle our wonder as to who we are, and for what, whence, and whereto.” (Ralph Waldo Emerson)

**** De Schola Cantorum Baseliensis en Anthony Rooley zijn zeer belangrijke musici want zij zorgen  o.a. voor de verdere herontdekking van de muziek van de Engelse componist William Hayes  (1708 -1777). Thanks in advance, I would urge you to continue in the same vein.

“Music takes us out of the actual and whispers to us dim secrets that startle our wonder as to who we are, and for what, whence, and whereto.” (Ralph Waldo Emerson)

**** De Schola Cantorum Baseliensis en Anthony Rooley zijn zeer belangrijke musici want zij zorgen  o.a. voor de verdere herontdekking van de muziek van de Engelse componist William Hayes  (1708 -1777). Thanks in advance, I would urge you to continue in the same vein.

Barokspecialist Simon Heighes schrijft in het bijhorend boekje dat de herontdekking van Händels tijdgenoten/componisten  in Londen (Arne, Boyce en Stanley bvb. maar persoonlijk wacht ik o.a. nog op Isaac Watts), reeds  lang aan de gang is, maar dat Händels tijdgenoten/componisten  in de andere Engelse steden van de 18de eeuw, nog grotendeels onontgonnen terrein is.

William Hayes was niet alleen componist, hij was in de eerste plaats  organist, zanger en dirigent. Hij kreeg zijn opleiding aan de  Kathedraal van Gloucester en  was eerst organist van St Mary's, Shrewsbury (1729) en van de Worcester Cathedral (1731). Het grootste deel van zijn carrière bracht hij  door in Oxford, waar hij  in 1734 benoemd werd tot organist van het Magdalen College. In 1741 werd hij  hoogleraar Muziek en organist van de Universiteitskerk. Hij organiseerde daarop voor de komende dertig  jaar, het concertleven van de stad, en was in 1748 van grote invloed op de bouw van de Holywell Music Room in Oxford. Hij was een van de eerste leden van de Royal Society of Musicians, en in 1765 werd hij verkozen tot bevoorrecht lid van de “Noblemen’s and Gentlemen's Catch Club”.

De Holywell Music Room is de city of Oxford's chamber music hall, en is gelegen in Holywell Street in het centrum van de stad. De zaal maakt deel uit van  het Wadham College.

Het werd in 1748  ontworpen door dr. Thomas Camplin,  vice-directeur van St. Edmund Hall.

De Royal Society of Musicians  is een liefdadigheidsinstelling in het Verenigd Koninkrijk die muzikanten ondersteunt. Het is de oudste muziekgerelateerde vereniging voor het goede doel in Groot-Brittannië. De vereniging werd  opgericht in 1738 als het "Fonds voor Decay'd Musicians" door een verklaring van vertrouwen, ondertekend door 228 musici, onder wie Edward Purcell (de oudste zoon van Henry Purcell), Thomas Arne, William Boyce, Johann Christoph Pepusch, en Händel.  Het Fonds ontving patronage van Koning George III, en  werd opgenomen in het Royal Charter in 1790.

William Hayes was als enthousiast aanhanger van Händel,  een van de meest actieve uitvoerders van zijn oratoria en andere grote werken, buiten Londen. Zijn brede kennis van Händel liet een sterke indruk na op zijn eigen muziek, hoewel hij  als componist  naar genres neigde, die grotendeels genegeerd werden door  Händel, Engelse kamercantates (chamber cantata’s,  op orgel begeleide anthems (ceremonial odes) en andere vocale werken (catches en glees), waarbij zijn voorkeur ging naar  non da capo aria vormen,  en opteerde voor twee aria’s na elkaar, vooraf gegaan door een kort recitatief (“introduced by a short passage of scene setting recitative”). Hayes  gecultiveerde ook  een zelfbewuste 'geleerde' polyfone stijl (geïnspireerd door zijn antiquarische interesse in oude muziek), die aanwezig is in zijn vele canons, full-anthems, en de strikt fugatische bewegingen van zijn instrumentale werken. Toch laat een aantal van zijn late trio sonates  zien dat hij  ook open stond voor de nieuwe opkomende, klassieke stijl. Hoewel hij vrijwel geen  instrumentale muziek publiceerde, waren zijn vocale werken   populair, en tekende  een groot aantal amateur- en professionele musici in,  voor de gedrukte edities. Composities als zijn ode “The Passions”, zijn one-act oratorium “De val van Jericho”, en zijn zes cantaten,  tonen aan  dat Hayes  een van de beste  Engelse componisten was van de achttiende eeuw.

Hayes was ook schrijver. Zijn “Art of Composing Music” bevat eigenlijk de eerste gepubliceerde beschrijving van aleatorische muziek, d.i. muziek gecomponeerd door toeval, zij het,  satirisch bedoeld. Zijn opmerkingen onthullen veel over zijn esthetische visie. In het bijzonder, dat hij de muziek van Händel en Corelli, boven deze van Rameau, Benedetto Marcello en Geminiani waardeerde. Anekdotes bieden inzicht in de organisatie van de provinciale muziekfestivals in het midden van de achttiende eeuw. Hayes liet zijn belangrijke en uitbreide muziekbibliotheek na aan zijn zoon Philip (1738-1797),  en de manuscripten van zowel vader als zoon, gingen in 1801 naar de Bodleian Library in Oxford.

Naast de dominante aanwezigheid van Georg Friedrich Händel in het Engels muzieklandschap in de 18de eeuw, zijn er vele verleidelijke verrassingen te ontdekken, zoals bvb. de muziek van William Hayes (1708-1777). Zijn cyclus van cantates uit 1748 op teksten van o.a. Matthew Pilkington, Edmund Waller, Phanuel Bacon en Thomas Lisle, biedt originele en humoristische muzikale verhalen, opgeluisterd doorvoor die tijd ongebruikelijke instrumentaties, en vele mooie, muzikale vondsten. De eerste cantate verklankt “A winter scene at Ross-on-Weye  in Herefordshire. De tweede cantate op “An ode to Lysidas” uit de “Poems on several occasions” (Dublin, 1730) van de Ierse dichter Matthew Pilkington (1701-1774), uit de kring van Walpole en Swift, gaat over de vraag of  aardse rijkdom kan bijdragen tot (goede) gezondheid of geluk. De derde cantate is een melancholische toonzettin,g van “While I listen to thy voice” van Edmund Waller (1606-1687), één van de gevierde Cavalier poets uit de kringen rond  koning Charles  I, en de vierde en vijfde cantate zijn op tekst van Haye’s collega’s (Fellows)  aan het Magdalen College in Oxford,  “Chloe’s dream” van Phanuel Bacon (1699–1783) en “To Venus at rant” van Thomas Lisle. De zesde cantate “An ode to Echo” op een anonieme tekst naar Ovidius, is een sfeervolle evocatie van een geïdealiseerd, arcadisch landschap met tal van treffende imitaties (het gezang van een nachtegaal, of het getokkel van een lier).

Een opvallende muzikale maturiteit horen we in de vorm van Orpheus en Euridice: een Ode (1735). Hayes  componeerde dit  werk  ter gelegenheid van het behalen van zijn einddiploma (Bachelor’s degree) in Oxford. Geheel gesitueerd  binnen het toneel van het mislukte vertrek van Euridice uit de  Hades, laat Hayes ons een spannende, psychologische studie beluisteren van  twee geliefden, en geeft hij hun emotionele toestand weer, balancerend tussen verlangen en verwoesting.

Anthony Rooley en zijn zorgvuldig gekozen groep van zangers en instrumentalisten gekoppeld aan de Schola Cantorum Basiliensis, geven ons hier, in navolging van The Passions, een frisse, nieuwe kijk op  de eerder weinig tot onbekende  compositorische wereld van William Hayes.  Op die manier dragen ze bij tot de verdiende herwaardering van William Hayes als een van de toonaangevende tijdgenoten van Händel.

Anthony Rooley, geboren in 1944 in Leeds,  is een Britse luitist. Hij stichtte in 1969 het befaamde ensemble  Consort of Musicke en wij kennen hem door zijn vele prachtige opnamen en uitvoeringen met o.a. de sopranen Evelyn Tubb, en  zijn voormalige partner, Emma Kirkby.

Anthony werd in 2008 benoemd tot York Early Music Festival Vice President. Hij is gasthoogleraar aan de prestigieuze Schola Cantorum Basiliensis, waar hij als directeur  van AVES,  (Advanced Vocal Ensemble Studies), een nieuw Mastersprogramma gecreëerd heeft om jonge zangers, praktische kennis bij te brengen van het repertoire. Onlangs is hij benoemd tot gasthoogleraar aan het Orpheus Instituut in Gent, onder de titel "Het ontwikkelen van een Praktische Filosofie van Uitvoering." In 2003, 2005 en 2007 resideerde  hij aan de Florida State University, waar hij aan afgestudeerden, seminaries gaf, en  producties leidde. Dit omvatte bvb.  in 2003 een volledig scenische versie van “Semele” van John Eccles (1668–1735). De gelijknamige en veel bekendere opera van Händel uit 1744, was overigens op hetzelfde libretto, geschreven door  William Congreve (1670-1729). In  2007 concentreerde Rooley  zich op “The Passions” van William Hayes, en nu verschijnt zijn nieuwe cd met ander vocaal werk van Hayes.

De muziek op deze cd ademt volledig de huiselijke sfeer van de Engelse 18de eeuw. De muziek is gecomponeerd voor een bescheiden bezetting van een sopraan of een tenor met begeleiding van continuo, of begeleid door een cello of twee violen met continuo. Alleen de zesde cantate “An ode to Echo” heeft een grotere bezetting (traverso, twee violen, altviool, cello, contrabas en continuo). Over de kwaliteit van de stemmen van de vocale solisten kan men eventueel discussiëren, over de meerwaarde van deze cd voor de receptie van Engelse muziek, niet.