***** Hoeveel opnames er bestaan van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach weet ik niet en ga ik ook niet opzoeken. Zelf leerde ik het kennen met een uitvoering geleid door Karl Böhm, een niet ‘historisch verantwoorde’ uitvoering, maar je weet, wat je eerst leert kennen blijft hangen en is ongewild een blijvend referentiepunt, hoe ‘foutief’ het ook moge zijn.

***** Hoeveel opnames er bestaan van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach weet ik niet en ga ik ook niet opzoeken. Zelf leerde ik het kennen met een uitvoering geleid door Karl Böhm, een niet ‘historisch verantwoorde’ uitvoering, maar je weet, wat je eerst leert kennen blijft hangen en is ongewild een blijvend referentiepunt, hoe ‘foutief’ het ook moge zijn.

Sigiswald Kuijken is al jaren als het ware behept met het uitvoeren van de Bachcantates en oratoria met een minimumbezetting voor orkest en zangers. Dit omdat de cantor van de Thomaskirche in Leipzig nooit, op een paar zeldzame uitzonderingen niet te na gesproken, beschikte over een groot aantal (bekwame) musici. Het is Kuijkens overtuiging dat Bach componeerde voor dat kleine aantal uitvoerders waarvan de zangers zowel de koorpartijen als de solorollen voor hun rekening namen.

De meningen blijven verdeeld: heeft Kuijken het bij het rechte eind en ‘moet’ het zo? Is een uitgebreider koor en instrumentaal ensemble taboe? Zou Bach echt niet gedroomd hebben van meer en beter? Zelf denk ik dat hij zeker meer wenste, maar zich tot de beschikbare middelen beperkte – hij kon ook niet anders. Dit betekent niet dat de ‘solo-uitvoeringen’ zoals Sigiswald Kuijken ze al jaren promoot, de moeite niet lonen. En ja, Bach heeft het zo weten uitvoeren en niet anders. En ja, de eerste jaren dat Kuijken en zijn navolgers op deze wijze de cantates en oratoria uitvoerden had ik het er moeilijk mee, maar ook de uitvoerders zelf. Je voelde dat ze zochten naar een verantwoord evenwicht, naar een volle klankkleur en ze moesten wat al zovele jaren in hun oor geprent was, wissen.

Na meer dan tien jaar volharding en onophoudelijk onderzoek, staat Sigiswald Kuijken met de zijnen in deze uitvoeringspraktijk zo ver dat hij naast de andere grote uitvoerders die al dan niet kiezen voor tijdsgebonden instrumenten, zijn interpretaties mag plaatsen.

Zes afzonderlijke werken worden één

Bach componeerde het Weihnachtsoratorium niet als eenvormig oratorium. Het bestaat uit zes losse delen die in de dagen van Kerstmis tot Driekoningen uitgevoerd werden. In onze tijd worden de zes werken haast altijd in één trek uitgevoerd.

Op de dubbel cd die voor ons ligt, kan het vanzelfsprekend niet anders dan de zes werken die we kennen als Weihnachtsoratorium achter elkaar te brengen. Kuijken leidt vanuit zijn concertmeesterspositie het ensemble en de vier solisten (sopraan Sunhae Kim, alto Petra Noskaiová, tenor Stephan Scherpe en bariton Jan Van der Crabben) in een energierijke uitvoering die meermaals de kracht van een groter ensemble bereikt. Het enige nadeel in heel deze uitvoering is dat het te lang kan duren voor een aantal luisteraars het geheel achter elkaar af te spelen. Nu ja, dat moet niet. Je kan de twee cd’s los van elkaar en dus gespreid afspelen. Zeer sterk in de zangprestaties is dat het zangkwartet een echt koor lijkt te zijn en dat de solopartijen volwaardige solo’s zijn. Het orkest speelt in groot evenwicht en de tempi zijn deel van deze transparante en vlot te volgen uitvoering.