**** Wie houdt van “wuchtiger Wagner” zal bij dit tweede deel van Wagners Ring door Valery Gergiev niet aan zijn trekken komen. Nergens gaat Gergiev de puur imposante toer op, zelfs niet in het indrukwekkende voorspel of de wilde Walkürenrit.

**** Wie houdt van “wuchtiger Wagner” zal bij dit tweede deel van Wagners Ring door Valery Gergiev niet aan zijn trekken komen. Nergens gaat Gergiev de puur imposante toer op, zelfs niet in het indrukwekkende voorspel of de wilde Walkürenrit.

Uiteraard zet Gergiev de dynamiek op scherp, maar steeds stelt hij precisie en ciselering tussen de instrumenten boven kracht of geweld. Dat bevalt me best in Die Walküre, voor mij persoonlijk het mooiste deel van de Ring, met de aandoenlijke scènes tussen Siegmund en Sieglinde en het ontroerende afscheid van Wotan en Brünnhilde. De Walkürenrit is bruisend, zeker, maar hoe mooi accentueert Gergiev bij voorbeeld de piccolo. In de derde scène van het tweede bedrijf (Siegmund-Sieglinde) laat Gergiev het orkest vooral gevoelig en intiem spelen, zonder de dreiging en het opgejaagde van de geliefden uit het oog te verliezen. De dramatiek die hij uit het orkest haalt in het lange vader-dochter-duet is aangrijpend. Gergiev vertelt, zorgt voor emotie en voor spanning. Hij schuwt nooit een gepast diminuendo (vb de orkestfrase net voor Brünnhildes “Du zeugtest ein edles Geschlecht”) en houdt versterking steeds onder controle, waarbij ook de motieven telkens mooi uitgelicht worden. Misschien is het niet overdreven om van een slanke kamermuzikale aanpak te spreken?

Topbezetting?

De bezetting oogt superlatief al is ze dat in realiteit maar gedeeltelijk. In zijn Winterstürme wichen dem Wonnemond herkennen we de Jonas Kaufmann van de recente Wagnerrecital-cd. Hij is een nagenoeg ideale Siegmund met zijn kleurrijke stem en zacht baritonale timbre. Met vaste stem zingt hij het lang aangehouden “Wälse” (Bedr. I, scène 3) en hij overdrijft de krachtmeting niet. In zijn dialoog met Brünnhilde in het tweede bedrijf is hij zo mogelijk nog subliemer. Nina Stemme zet een aangrijpende en overtuigende interpretatie van Brünnhilde neer. Haar stem is wendbaar en krachtig. Hoge noten vormen meestal geen probleem, al durft ze wel eens een lelijke octaafsprong maken. Anja Kampe zingt Sieglinde met een ietwat bittere stem, niet echt mooi maar zelfzeker al durft ze zich ook wel eens in een ongepast vibrato verstrikken. Een goede Sieglinde, zeker, maar iets te weinig lyrisch. Mikhail Petrenko is een Mariinsky-solist die met zijn diepe bas een geschikte Hunding-vertolker is en het personage de brutale klank geeft die erbij hoort. Van René Pape verwachten we zóveel dat hij het nog nauwelijks kan waarmaken. Hij is een menselijke Wotan (geheel in overeenstemming met Gergievs aanpak) maar de mooie glans van de stem begint toch wat te slijten. De zanger lijkt dit te willen opvangen met tè “perfect” (dus gecultiveerd) te zingen waardoor zijn smartelijke afscheid van Brünnhilde iets van zijn oprechtheid verliest.

Al bij al een betoverende opname die de smaak voor Wagner en de Ring bij menig luisteraar op scherp kan zetten.