***** Als er één opera beroemd geworden is omwille van zijn waanzinscène, dan is het zeker Donizetti’s Lucia di Lammermoor. Dit pronkstuk van het Italiaanse belcanto is ook in talrijke opnamen vastgelegd, maar de opera is zo aangrijpend en rijk aan heerlijke melodieën, dat een nieuwe opname steeds weer aantrekt.

***** Als er één opera beroemd geworden is omwille van zijn waanzinscène, dan is het zeker Donizetti’s Lucia di Lammermoor. Dit pronkstuk van het Italiaanse belcanto is ook in talrijke opnamen vastgelegd, maar de opera is zo aangrijpend en rijk aan heerlijke melodieën, dat een nieuwe opname steeds weer aantrekt.

De titelrol wordt door de mooiste coloratuursopraan van het moment vertolkt, Diana Damrau, die van bij haar openingsaria “Regnava nel silenzio” haar fragiel personage met haar ragfijne en glasheldere stem waarmaakt. De fameuze waanzinaria zingt ze in ontroerende dialoog met de onaardse klank van de glasharmonica. Haar coloraturen zijn feilloos en emotioneel gedragen. Van bij de eerste tonen van “Il dolce suono” krijg je kippenvel. Doorheen de opera laat Damrau je het hele scala van emoties van Lucia meebeleven, van extatische verliefdheid via droefheid tot spookachtige verwarring.

Weemoed

Ik geef grif toe dat Joseph Calleja een van mijn lievelingstenoren is en opnieuw overtuigt hij mij. Zijn heldere stem heeft een warm en karamelzacht timbre. Hun afscheidsduet op het einde van deel één is prachtig en aandoenlijk. Edgardo’s triestheid in de slotaria klinkt zo oprecht, dat je op het einde van de opera als luisteraar overvallen door weemoed achterblijft. Zijn stem contrasteert bovendien gepast met de bittere tenorstem van David Lee als de geforceerde bruidegom Arturo.

Ludovic Tézier ontgoochelt lichtjes als de hardvochtige broer van Lucia. Al past het bijtende in zijn stem bij het personage, ze wordt ontsierd door een lichte instabiliteit, die we nog niet hoorden in zijn vertolking van de partij in de Franstalige versie van de opera (met Natalie Dessay, o.l.v. Evelino Pidò, 2002, Virgin Records). Zijn duet met Edgardo in het derde bedrijf zit evenwel vol dynamiek. Als Raimondo Bidebent straalt Nicolas Testé (echtgenoot van Damrau) met fluwelen bas autoriteit en warmte uit.

Jesus Lopez-Cobos was in 1976 al de dirigent van een integrale opname met Montserrat Caballé en José Carreras (Philips), een versie die tot de referentie-opnamen hoort (naast die met Callas en Sutherland). Hij dirigeert hier een verfijnd spelend Münchner Opernorchester dat voor een onheilspellende atmosfeer zorgt en  tot een absoluut meeslepende uitvoering bijdraagt.