***** Soms wil je als muziekliefhebber dat een ensemble een andere naam had gekozen. Rond 2000 rezen de “baroque orchestra’s” bijvoorbeeld als paddenstoelen uit de grond en getuigde de naamkeuze meestal van weinig originaliteit. Wat een andere, verfrissende aanpak daarentegen bij dit klaviertrio uit Wenen!

Door zichzelf Stefan Zweig Trio te noemen, refereren ze niet alleen aan de geniale Oostenrijkse schrijver, maar leggen ze de lat voor zichzelf wat betreft keuze van muziek én uitvoering erg hoog. De karakteristieke, rijkgeschakeerde gevoelswereld van Zweig als inspiratiebron laten dienen, is immers geen evidente opgave.

De keuze voor hun eerste cd viel op de klaviertrio’s van Erich Wolfgang Korngold en Alexander Zemlinsky. Een – nochtans perfect logische –  combinatie die tot dusver alleen op een alom gelauwerde cd van het Beaux Arts Trio uit 1994 te vinden was. De amper 13-jarige Korngold voltooide zijn Pianotrio opus 1 in 1910, vier jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de start van een reeks gebeurtenissen die uiteindelijk zou leiden tot fascisme en nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Stefan Zweig emigreerde als jood na de machtsovername door de nazi’s naar Londen. Hij slaagde er niet in zich ermee te verzoenen dat het Europa van voor WO1 nooit meer terug zou komen en besloot daarop in 1942 samen met zijn geliefde uit het leven te stappen.

Dat de Europese samenleving finaal op breken staat, is in Korngolds verbluffende werk eerder onderhuids aanwezig, zoals in het haast schimmige middendeel van het Scherzo, een passage die op meer dan één manier aan Gustav Mahler doet denken. Het langzame deel ademt dan weer een melancholie die dankzij het loepzuivere spel van violist en cellist nooit klef aanvoelt. Het eerste deel en de finale zijn complexe structuren, veelgelaagd ook, maar het Stefan Zweig Trio toont zich de perfecte gids langsheen de vele zijwegeltjes en plotse wendingen. Het is haast niet te geloven dat de 13-jarige Korngold in staat was zo’n diepgaande muziek te schrijven: als componerende tiener kon hij de vergelijking met een Mozart of een Mendelssohn perfect doorstaan. Korngold’s opera’s zouden in de jaren 1920 furore maken (en leunen stilistisch dicht aan bij deze van Schreker, van wie ‘Der Schmied van Gent’ in 2020 van onder het stof werd gehaald door de Vlaamse Opera) maar na zijn emigratie naar de VS vervelde Korngold hoofdzakelijk tot filmcomponist voor Hollywood.

Het Pianotrio opus 3 van Alexander Zemlinsky (Korngolds leraar) dateert van 1896 en is dus slechts 14 jaar ouder dan dit van Korngold. De 25-jarige Zemlinsky toont zich met dit werk als een volwaardig vertegenwoordiger van de grote Duits-Oostenrijkse kamermuziektraditie, die via Brahms, Schumann en Schubert teruggaat op Beethoven, Haydn en Mozart. De breed uitgezongen openingsmelodie zou zo uit een werk van Brahms kunnen komen, wat zeker geen toeval is. Zemlinsky schreef het werk voor een compositie-wedstrijd waarbij Brahms in de jury zat! Zemlinsky gaat in zijn trio echter al gauw een heel andere weg in, met krachtige harmonische avonturen en scherpere dissonanten. Opnieuw speelt het Stefan Zweig Trio de pannen van het dak met veel passie en waar nodig dramatiek, zonder dat het kamermuziek-gehalte ooit overslaat in té grote gebaren.

Is deze cd nu beter dan deze van het Beaux Arts-trio? Volgens mij wel. Niet alleen is de opname veel beter (helderder, wat de complexe muziek sterk ten goede komt), maar het Stefan Zweig Trio capteert nog beter dan hun oudere collega’s de veelzijdigheid en het nu eens meer traditionele, dan weer vooruitstrevende karakter van beide componisten. Stefan Zweig zou goedkeurend geknikt heben.


  • WAT: Pianotrio’s van Korngold en Zemlinsky
  • WIE : Stefan Zweig Trio
  • UITGAVE : Ars Produktion 38 264