‘Van Bij Ons’ – recensies over werk van en door musici van bij ons…

Pianist Hans Ryckelynck laat Debussy Belgische componisten omarmen

Het was Mark Eyskens, voorzitter van het organiserend Academisch Cultureel Forum, die bij zijn inleiding die metafoor gebruikte om het programma van de avond samen te vatten. Pianist Hans Ryckelynck bracht inderdaad een aantal werken van Vlaamse  componisten,  allemaal lid  van de klasse der Kunsten bij de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, maar begon en sloot af met werk van Claude Debussy.

Het was een select academisch gezelschap dat naar dat recital kwam luisteren in die voorname Marmeren Zaal van het Paleis der Academiën. En ik vind het  altijd een voorrecht wanneer je als toehoorder in zo’n  mooie maar kleine zaal bijna in de piano  kan  zitten luisteren en die klanken als een warme wind over je heen voelt  waaien. Hij opende met die bekende Suite bergamasque  en ja, die Clair de Lune  eruit blijft toch ontroeren. Het is geïnspireerd op dat gedicht van Verlaine met die langoureuze regels over de  “….calme clair de lune, triste et beau qui fait rêver les oiseaux……”. Impressionisme en symbolisme pur sang. Je wordt er toch altijd weer stil van. Debussy  verrast je ook telkens weer met die onverwachte wendingen en oplossingen. Een vernieuwer was  hij zeker. Heel anders dan weer klonken vervolgens vijf korte stukjes, “Preludiën” van Luc Van Hove. Een jeugdwerk, postromantisch en tegelijk modernistisch. Ook de twee werken van Wim Hendrickx hebben hun eigen en andere stijl. Ritmiek ontbreekt bij hem bijna nooit, maar vooral zijn “Elegie” speelde pianist Hans Ryckelynck prachtig, ook door de klanken van de akkoorden bijna eindeloos te laten nazinderen.

Dat stond wel in de partituur genoteerd, ‘al niente’, tot in het oneindige naar het niets laten wegdeemsteren. Op zo’n momenten, als het goed is uitgevoerd, hangt er een bepaalde spanning in de zaal totdat de klank zichzelf opheft. En te vroeg afsluiten is dan eigenlijk een vloek, maar als het lukt, hangt er concentratie in de zaal, als een soort mysterie.“

Hans Ryckelynck ging o.a. in de leer bij Abdel Rahman Bacha, geeft les aan de Conservatoria van Brussel en Bergen en heeft al  15 CD-opnames gemaakt.  Van de oudste onder de Belgische componisten van de avond,  André Laporte,  waren er drie stukken in het programma opgenomen, waaronder een Preludio opgebouwd uit een twaalftonenreeks.  Je moet weten dat hij in de zestiger jaren nog deelgenomen heeft met modernisten als Boulez, Maderna en Stockhausen aan die fameuze muziekdagen in Darmstadt en Keulen. Wie meer over Laporte wil weten kan dat volgend jaar misschien al lezen in zijn autobiografie die hij aan het schrijven is en dan zal verschijnen.  Van Piet Swerts kregen we eerst “Le jardin à Giverny” te horen. Meer eigen aan Swerts en meer hommage aan Debussy kan niet: neo-impressionistisch noemt hij het ook zelf, maar de meeste indruk maakte toch dat meer omvangrijke “Seeker of Truth”. Een echte concertante fantasie en ook het meest ‘pianistieke’ werk van de avond, dat de hele piano van hoog tot laag aan het werk  zet. Zelf verwijst hij ernaar als een onomatopee naar  een cryptisch-poëtische  zin van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings : “Seeker of truth, follow no path, all paths lead where truth is here.”  Mede door in dat  “hier en nu” te verwijlen blijft Swerts heel  toegankelijke muziek schrijven.  Als voorlaatste in de rij kwam  componist Roland Coryn, met  3 stukken voor piano solo, opus 2 uit 1970 van de  toen nog jonge ‘toondichter’. Zijn eerste pianocomposities zijn het, “gebaseerd op een tonenreeks waaruit zich onderscheiden thema’s ontwikkelen”.  “Hoe speel  je al die werken dan toch,”  vroeg ik Hans Ryckelynck, “geconfronteerd met zo’n diverse stijlen van zes zulke  verscheiden  componisten. Moet je dan niet telkens naar  adem snakken ?”

De moeilijkheid is sowieso om tijdens het instuderen, elk  werk, elke componist  zo goed mogelijk trachten te doorgronden, aan te voelen  in welke richting het gaat qua expressie, ook wat niet op papier staat, wat tussen de noten staat, wat eigenlijk het belangrijkste is, wat is de  boodschap bij elke  componist, kortom: door er veel mee bezig te zijn, erover te lezen,  door het in je op te nemen. Maar je bent er natuurlijk nooit zeker van. En dan ja, de switch  maken bij elk stuk afzonderlijk, van innerlijk poëtisch naar percussief, van heel expressief naar impressionistisch.  Het zijn veel verschillende invalshoeken, stijlen, soms totaal andere werelden en dan is het vooral een mentale kwestie van vlug te kunnen switchen. Een als je er op gewerkt hebt, dan doen die vingers uiteindelijk wel wat moet, ook al is  het soms een soort zappen…”

Tot slot  mocht Debussy ons  weer warm omarmen met zijn “L’isle Joyeuse” waar je de noten als  wemelend water voortdurend rond  dat eiland hoort kabbelen tot het exuberant begint  te stormen.  Mark Eyskens bedankte de uitvoerder én de componisten, “die je kon horen fluisteren tussen de  noten door”. Enig minpunt van dit live concert was dat je het geen tweede keer kan meemaken. Jammer, maar geen erg, want  we hebben tenslotte ons hart, hoofd en zintuigen opnieuw kunnen aanscherpen, hebben iets nieuws ontdekt en is ons leven weer wat rijker.


  • WIE: Hans Ryckelynck, pianist
  • WAT: pianowerk van Claude Debussy (Suite Bergamasque, L’isle joyeuse), Luc Van Hove (5 Preludiën) Wim Hendrickx (Untitled en Elegie), André Laporte (3 pièces), Piet Swerts (Le jardin à Giverny, Histoire perdue en Seeker of truth), Roland Coryn (3 stukken voor pianosolo, opus 2).
  • WAAR: Paleis der Academiën, Brussel
  • WANNEER: 29 november 2019