***De Nederlandse pianist Tjako van Schie – bij ons een ‘nobele’ onbekende – is een veelzijdig musicus. Niet meer van de (piep)jongsten (° 1961) heeft hij a fortiori al een (toch wel) indrukwekkend verleden. En wat ons betreft mag daar nog een toekomst bij ook… 

*** De Nederlandse pianist Tjako van Schie – bij ons een ‘nobele’ onbekende – is een veelzijdig musicus. Niet meer van de (piep)jongsten (° 1961) heeft hij a fortiori al een (toch wel) indrukwekkend verleden. En wat ons betreft mag daar nog een toekomst bij ook…

De veelzijdigheid bleek onder meer uit de opname van de Goldbergvariaties van J.S. Bach (op vleugelpiano, dank u) en een productie met muziek van Felix Mendelssohn, Edward Grieg en van Tjako van Schie zelf. Eerlijk: we zijn een beetje jaloers op zo’n mensen: componist, pianist, professor en kamermusicus…

Dus, een beetje Martha Argerich achterna, wordt het iets als Tjako & Friend. Die vriend en collega is saxofonist Henk van Twillert. Geboren in 1959 is ook hij van voor de “culturele revolutie anno 1968” – niet dat dit zo veel zou betekenen, maar toch. Zijn succesvolle producties omvatten cd’s met muziek van Astor Piazzolla, Heitor Villa-Lobos en, jawel,  J.S. Bach. De cellosuites op saxofoon: geen vloek in de kerk maar pareltjes van solowerk.

Breng die twee samen, laat ze grasduinen in een breed repertoire – W.A. Mozart, Chopin, Rachmaninov, Debussy en zo voort… tot en met werk van Tjako van Schie zelf, telkens al of niet aangepast aan dit wel bijzonder duo piano-saxofoon – en je hebt een magische mix die niet minder dan 3 cd’s vult onder de naam A bag of Music.

Nu is twee en een halve eeuw muziek moeilijk ‘volledig’ samen te vatten op drie cd’s en ‘missen’ we misschien sommige dingen (een beetje Beethoven bijvoorbeeld). Anderzijds moeten we ook niet ‘alles’ horen wat eventueel voor piano en saxofoon bewerkt kan worden. Vandaar enige bedenking. Ofwel ben je zelf saxofonist (of pianist die zo iemand wil begeleiden), ofwel ben je student op een van die instrumenten, ofwel ben je een onvoorwaardelijke fan van het buikgevoel dat de saxofoon uitstraalt… Maar in elk ander geval is drie cd’s ietwat van het goede te veel.

Cd nr. 1 met als titel Vocalise, bevat 13 ‘klassieke’ nummers  waarvan een adagio van W.A. Mozart het meest ‘vloekt’ met onze smaak. Maar soit. Breng me niet in de verlegenheid om u te vertellen wat er wél en wat er niet in mag. Maar het zou dus met minder kunnen volstaan.

Cd nr. 2 heet Petite Fleur en eindigt, voorspelbaar, met dit nummer van Sidney Bechet, geschreven voor sopraansaxofoon (of Bb-klarinet). De afwijkingen van de oorspronkelijke partituur zijn te groot. Henk van Twillert voegt er enerzijds nog wat virtuoze trekjes aan toe maar maakt het op andere momenten nog stroperiger dan het al was. Jammer. Ook het Ave Maria van Astor Piazzolla valt stilistisch uit de toon. Let wel: beide muzikanten spelen zeer goed samen en zeer toonzuiver. Maar – tenzij u Amsterdammer bent – past een nummer als Aan de Amsterdamse Grachten niet in deze reeks. Smaken verschillen, maar wat ons betreft kon men net zo goed die hele tweede cd weglaten.

Cd nr. 3 begint met een puike versie van Summertime (George Gershwin) maar o wee het afgezaagde deuntje Circle of smiles van Jurre Haanstra uit Baantjer. Dan nog veel liever We zullen doorgaan van Ramses Shaffy (titel nr. 13) met zijn verrassende toegevoegde (?) breeknoten. Pareltje bij uitstek is Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt dat ons meteen naar de partiturenwinkel deed hollen. In zijn ogenschijnlijke eenvoud is dit een portie toonkunst waarvoor een ‘lange’ adem nodig is om tonaal correct ten gehore te brengen. Ter afronding: de optimistische kijk What a Wonderful World (Weiss/Douglas).

Voor wie het wil weten: beide muzikanten spelen op Yamaha.